Bijzonder

Bizzarrini 5300 GT. Oogstrelend onbekend

By  | 

De supercar waar het zelfvoldane Ferrari, Lamborghini en Maserati heimelijk nerveus van werden. Terecht.

Talentvol

Die latente dreiging kwam van binnenuit: de getalenteerde ingenieur Giotto Bizzarrini stond van 1957 tot 1961 hoog op de loonlijst bij Ferrari. Na zijn studie aan de universiteit van Pisa deed de veelbelovende technieker zijn eerste ervaringen op bij Alfa Romeo, waarna hij door Enzo Ferrari’s droomfabriek werd binnengehaald. De inmiddels tot onbetaalbare kunst verheven 250 GTO was hier zijn voornaamste project. Er zijn wel knulliger projectjes bedacht en in elkaar geflanst. Maar in 1961 kon Giotto door een verschil van inzicht niet meer door één deur met Enzo zelf. Dan heb je niet zoveel meer te zoeken in de stallen van het steigerende paard. Via een korte tussenstop bij Lamborghini (wraak nemen op je ex met haar beste vriendin) kwam hij in contact met Rizo Rivolta, met wie hij de Iso Grifo ontwikkelde. De man had zo langzamerhand een aardig CV te overleggen.

Hardcore

Maar ook Rivolta en Bizzarrini gingen niet dolverliefd in ondertrouw. De ideeën liepen nogal uiteen over wat een supercar zou moeten zijn. Of kunnen. Rivolta zag er vooral een snelwegverslindende Grand Tourer in. Bizzarrini droomde van een Corsa: een pure racer voor de gefortuneerde lefgozer. De uiteindelijke Iso Grifo, getekend door Giugiaro, werd in beide varianten gepresenteerd: de hardcore Grifo A3/C en de veel comfortabeler A3/L 2+2. Maar Bizzarrini’s race-honger was daarmee nog niet gestild. De A3/C was uiteraard zijn favoriete uitvoering, maar het was nog te soft, te netjes. Te Maik de Boer. Hij ontwikkelde verder en construeerde een tweezits racer voor op straat, opnieuw getekend door Giugiaro. Zo werd de wereld uiteindelijk verbeterd met de komst van de 5300 GT. Het werd in ieder geval een stuk fraaier op onze planeet.

Betrouwbaar

Na het overlijden van Rizo Rivolta in 1965 verwierf Bizzarrini, na fors getrouwtrek, de rechten en patenten van het merk Iso. Zijn lang gekoesterde droom werd nu werkelijkheid: voortaan rolde de wezenloos mooie 5300 GT als Bizzarrini de deur uit. Het was nu een supercar-merk. Typisch Italiaans, net als zijn concurrenten. Maar met één groot verschil: behalve onwerkelijk mooi was de Strada ook onwerkelijk betrouwbaar, in vergelijking met zijn nogal tere en hypergevoelige concurrenten. Die waren voorzien van prachtige, maar delicate techniek. Die moest zonder meer gepamperd worden en verder moest álles meezitten om de uiterst fraaie boel heel te houden. Zo niet de 5300 GT. Onder zijn oogstrelend mooie koetswerk ging fantastische techniek schuil. Beslist niet in futuristische of innovatieve zin, maar de gemonteerde Amerikaanse achtcilinder van 5,4 liter met 365 pk was goedkoop, krachtig, makkelijk op te voeren, eenvoudig te onderhouden en bovenal betrouwbaar. Heel anders dan zijn iconische landgenoten, die alleen genegen waren voluit te presteren als ze volledig in de watten gelegd werden en ze van elke ontbering gespaard bleven. Die Italiaanse wonderkinderen werden vroeg oud en gebrekkig als ze niet op handen gedragen werden.

Race capaciteiten

De Bizzarrini 5300 GT kon wel tegen een stootje en had een bijna on-Italiaans uithoudingsvermogen. Bovendien had Giotto ‘m met al zijn talenten fabuleus goed in elkaar gezet. De Corvette-motor lag uitzonderlijk ver naar achteren in het vooronder. De verdelerkap bijvoorbeeld, was alleen via een luikje in het dashboard te bereiken. Deze plaatsing was een nachtmerrie voor de monteur, een hel voor bestuurders met thermofobie, maar een zegen voor de gewichtsverdeling. Die was nagenoeg perfect. Geholpen door de onafhankelijke wielophanging, een De Dion achteras en plaatsing van de tanks in het midden van het korte chassis leverde dit een fenomenale wegligging op en bezorgde de 5300 GT ware race capaciteiten. Het bracht de brute Bizzarrini vrijwel moeiteloos naar een topsnelheid van 235 km/u en ruim binnen 7 seconden werd de 100 km/u bereikt. Daar hoefde niemand zich voor te schamen en dat deden 133 gelukkigen dan ook niet. Zoveel werden er gebouwd tussen 1965 en 1968 en evenzoveel keren hielden Ferrari, Lamborghini en Maserati de adem even in. Weer een klant die koning werd in Livorno…

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X