Sluitingsdatum nummer 12 -> 20 oktober
Aero Caproni Capriolo: vliegtuiglogica op twee wielen
De Aero Caproni Capriolo 75 is klein van formaat, maar komt uit een geschiedenis die veel groter is dan zijn cilinderinhoud doet vermoeden. Gianni Caproni bouwde zijn naam op in de luchtvaart. Na de Tweede Wereldoorlog moest zijn onderneming, net als zoveel Italiaanse fabrikanten, opnieuw richting kiezen. De Capriolo werd een antwoord op die nieuwe werkelijkheid: lichte mobiliteit voor een land dat zich economisch en industrieel moest herstellen.
Dat maakt de 75 cc-machine interessanter dan alleen een charmante Italiaanse lichtgewicht. In de Capriolo bleef iets zichtbaar van een fabrikant die gewend was technisch eigen paden te kiezen. Het exemplaar van Heiko Ates, ondergebracht bij Museumplein Grootegast, laat dat fraai zien. De motorfiets is laag, smal en verfijnd gebouwd, maar vooral de constructie maakt dat hij zich onderscheidt van veel tijdgenoten.
Aero Caproni Capriolo uit een andere industrie
Italië had na 1945 dringend behoefte aan betaalbaar vervoer. De wederopbouw kwam langzaam op gang en vanaf 1948 gaf steun via het Marshallplan de economie extra lucht. In het noorden groeide de industrie in de jaren vijftig snel, maar de dagelijkse behoefte bleef nuchter: mensen moesten zich kunnen verplaatsen. Voor een onderneming met technische kennis, machines en vakmensen lag de stap naar lichte motorfietsen voor de hand.
Caproni begon voorzichtig. Eerst werden frames aan Ducati geleverd, daarna volgde een eigen prototype met 48 cc. De Capriolo 75 kwam kort daarop als zelfstandiger product. De naam verwijst naar een ree uit het bergachtige gebied rond Caproni’s vestigingsplaats. Dat beeld past bij de slanke verschijning, al zit de eigenlijke aantrekkingskracht niet in de naam, maar in de manier waarop deze motorfiets is opgebouwd.
Aero Caproni Capriolo 75 met ongebruikelijke techniek
De Capriolo heeft een krukas in de lengterichting, met het vliegwiel aan de voorzijde. Dat is al genoeg om het blok anders te maken dan de meeste lichte motorfietsen uit dezelfde periode. Nog opvallender is de klepbediening. In plaats van een gangbaar systeem met stoterstangen of een conventionele nokkenas gebruikt de cilinderkop een roterende nokkenplaat die via tuimelaars de kopkleppen bedient.
Die face-camconstructie is een detail waar liefhebbers graag bij blijven hangen. Niet omdat het de Capriolo tot een grote prestatiemachine maakt, maar omdat het laat zien hoe serieus Caproni deze kleine motorfiets technisch benaderde. De constructie vraagt nauwkeurige afstelling en goede smering, maar past bij de eigenzinnige aanpak van het merk. Ook het rijwielgedeelte wijkt af: de benzinetank is opgenomen in het geperste plaatstalen frame, wat bijdraagt aan het lage silhouet.
Op papier blijft de Capriolo 75 bescheiden. De motor leverde 3,5 pk, kreeg een vierversnellingsbak en haalde een topsnelheid van 65 km/h. Zulke cijfers vertellen echter maar een deel van het verhaal. Juist de combinatie van licht vervoer, compacte bouw en ongewone techniek maakt deze Caproni meer dan een eenvoudig gebruiksmotortje uit de naoorlogse jaren.
Een kort hoofdstuk met lange nasleep
Caproni liet het niet bij de eerste 75 cc-versie. Er kwam een sportievere uitvoering met grotere carburateur en aangepaste uitlaat, en later groeide het programma met zwaardere en lichtere modellen. Ook ontstond in Vizzola een tweede productielijn met motorfietsen die NSU-motorblokken gebruikten. Daarmee schoof Caproni mee met een markt waarin lichte motorfietsen zowel praktisch vervoer als sportief speelgoed konden zijn.
Het verhaal kreeg geen lange looptijd. Na het overlijden van Gianni Caproni ging de fabriek verder onder een andere naam en liep de motorfietsproductie terug. Voor restaurateurs maakt juist dat korte bestaan de Capriolo lastig. Onderdelen zijn niet zomaar te vinden, zeker niet voor de eigen Caproni-techniek. Een bewaard exemplaar in goede staat vertelt daarom meer dan alleen een merkgeschiedenis: het bewaart een stukje Italiaanse wederopbouw, gezien door de ogen van een vliegtuigbouwer die tijdelijk op twee wielen landde.
De complete reportage lees je in Auto Motor Klassiek van oktober. Die ligt nu in de kiosk.
Nog even verder lezen
Hier vind je nog een paar stukken die goed aansluiten op Aero Caproni Capriolo.
Hieronder vind je nog meer foto’s.

Italië lijkt het land bij uitstek waar emotie het won – en wint? – van nuchtere afcijferij: práchtig! Want deze Caproni is táchtig keer interessanter dan welke (japanse) 4- cylinder dan ook, maakt niet uit dat de laatste categorie de centen binnenbracht.
Beiden hebben hun plek in de historie, natuurlijk.