in

Additieven. Wonderolie en supersap

Wonderolie en supersap
ER Classics Desktop 2022

Motorrijden is nu erg heet. Wat lezen in de schaduw gaat beter… Er is ons veel aan gelegen onze motoren te vertroetelen. Maar natuurlijk dromen we ook soms weg van wondermiddelen waarmee we zomaar een blokrevisie kunnen omzeilen. Of voorkomen. Dan komen we op het schimmige pad van de flesjes, blikjes en flacons met wondermiddelen. We praten uit ervaring en naar aanleiding van wat we in de archieven vonden.

Je komt er een heel eind mee

Zo reden we ooit een doodmoeë CB 750 F die op het laatst alleen nog maar op additives liep. En weet je wat er gebeurde? De nokkenas brak… Maar dat was dus helemaal eigen schuld.



Experts zijn het er over eens dat latere toevoegingen aan motorolie weinig toegevoegde waarde hebben wanneer een motorblok gewoon in goede staat is. Ze gaan ervan uit dat er aan de olie zoals die door de gerenommeerde fabrikanten wordt aangeboden weinig te verbeteren is. De toevoegingen ‘af fabriek’ zijn toegesneden op het gebruik in de krachtbron van klassieker. Het uitgelezen scala aan additieven die de fabriek bij de olie mengde zorgt voor eigenschappen per additief of een synergie van eigenschappen die elkaars werking versterken. Het verstoren van de balans tussen die middelen kan de eigenschappen van de olie verminderen. Denk maar basic: wat zout maakt de frieten lekkerder. Een pond zout maakt ze niet heel veel lekkerder meer.

De keuze is reuze!

De insteek om alle aanbieders van ‘olie verbeteraars’ in een winkelwagentje te laden liep spaak. Er zijn te veel aanbieders voor ons budget. Er zijn zelfs verschillende merken die van dezelfde fabrikant komen.

Daarom begonnen we de zaak te groeperen. We keken naar olie toevoegingen die in dezelfde groep vielen, dezelfde basisingrediënten hadden en dezelfde beloftes deden.

We kwamen tot het volgende onderscheid in soorten:

  1. Vloeistoffen gebaseerd op minerale oliesoorten (met de daarbij behorende, standaard additieven plus PTFE). En PTFE is de soortnaam van de producten waarvoor DuPont de merknaam ‘Teflon’ heeft vastgelegd. En PTFE betekent: polytetrafluoretheen, PTFE is een ‘plastic’ met een extreem laag wrijvingscoëfficiënt. Een vaste stof.
  2. Producten die bestaan uit bovengenoemde, normale minerale olie met de standaard toevoegingen plus zinkdiakyldithiofosfaat (of zinkdiaryldithiofosfaat), bekend als ‘zink’ als extra toevoeging.
  3. Producten die – voor zover we konden nagaan – dezelfde toevoegingen als standaard motor oliesoorten hebben. Maar dan wel in verschillende verhoudingen en combinaties.
  4. Producten die voornamelijk bestaan uit oplosmiddelen en reinigingsmiddelen.

PTFE, of als het van DuPont komt ’Teflon’

De meest verkochte olie toevoegingen zijn op dit moment die waarbij PTFE poeder is vermengd met gewone, zeg hoogwaardige, minerale of synthetische motorolie. In dit segment is Slick 50 volgens eigen zeggen de grootste speler. Enkele van de namen die we vonden waren: Slick 50, QMI, Lubrilon, Microlon, Petrolon, Matrix (van hetzelfde bedrijf dat ook Slick 50 maakt). Een zoektocht op het Internet leverde nog een veel groter aantal aanbieders op. En doorgaans willen die ook graag in Nederland leveren. Gewoon per post.

De PTFE wordt bij deze leveranciers als enig extra werkende bestanddeel aangegeven.

Deze reeks producten heeft binnen auto- en motorrijders kringen een serieuze reputatie opgebouwd. Maar er zijn ook mensen geweest met een meer kritische opstelling. Zo heeft de uitvinder van het product, de Amerikaanse chemie gigant DuPont, ooit nadrukkelijk gemeld dat: “Teflon geen zinnige olie toevoeging of smeermiddel is voor verbrandingsmotoren”. Het bedrijf weigerde Teflon dan ook zo door te verkopen.

Toen DuPont de levering van PTFE poeder aan de additieven makers stopte, waren er enkele bedrijven die hun heil ergens anders zochten. Ze kochten hun PTFE poeder in andere landen en verhulden die aanpak door de toevoeging onder fantasienamen op het etiket te vermelden. Maar het bleef gewoon PTFE. Uit die tijd stammen ook de verhalen over de grotere ‘vlokgrootte’ van de niet van DuPont betrokken PTFE poeders. Die grotere deeltjes zouden makkelijker ‘uitzakken’ en verstoppingen veroorzaken in filters en kanalen.
Na enkele rechtszaken moest DuPont toegeven dat PTFE ook geen duidelijk aanwijsbare nadelen had bij gebruik in verbrandingsmotoren. Het bedrijf moest de levering van PTFE poeders aan deze fabrikanten van extra smeermiddelen dan ook hervatten. De makers van de smeermiddeltoevoegingen claimden onmiddellijk dat de rechters hadden bewezen dat hun aanpak werkte. Terwijl de uitspraak feitelijk alleen was dat de schadelijkheid van PTFE als toevoeging niet was bewezen.

Bij aanschaf van een PTFE dragende toevoeging is er in dat geval een heel makkelijke richtlijn: wanneer er op de verpakking staat dat het product eerst geschud moet worden, dan hebben de toegevoegde PTFE deeltjes blijkbaar de neiging naar de bodem te zakken. En als ze dat in de fles doen, dan zullen ze dat in een doorgaans weinig gebruikte klassieker waarschijnlijk ook doen.

Want PTFE is een vaste stof. De additieven makers claimen dat juist die vaste deeltjes de beschermingslaag op de metalen loopvlakken achterlaten. Een sluitend wetenschappelijk bewijs is daar nog niet voor gegeven. Maar gevoelsmatig lijkt het dat de PTFE die juist moet neerslaan op de plekken die in de motor het zwaarst belast worden, nog makkelijk moeten neerslaan op de rustiger plekken in het blok. Zoals in de oliekanalen. Zelfs NASA tests wezen in die richting.

Daar staat de bewering van enkele fabrikanten tegenover. Die zeggen dat hun PTFE zo fijn vermalen is dat het in oplossing blijft en door alle oliekanalen en filters heen gaat. Dat klinkt goed en kan waar zijn. Maar dan moeten we maar hopen dat die fabrikanten er rekening mee hebben gehouden dat PTFE onder verhitting erg uitzet. Laboratoriumtests in Amerika hebben bewezen dat bij sommige leveranciers de groei van de PTFE deeltjes in praktijk zo groot is dat de deeltjes op werktemperatuur van de motor blijkbaar gedeeltelijk in de filters achter bleven. Alleen QMI informeert dat de PTFE deeltjes in hun product zo klein zijn dat ze in circulatie blijven totdat ze neerslaan op hun werkplek. Ook had QMI duidelijker te controleren referenties over het gebruik en de resultaten van hun product.

Het nieuwste wondermiddel: zink

De laatste jaren is er een product dat PTFE naar de kroon wil steken: zink. Nou ja, eigenlijk ‘zinkdialkyldithiofosfaat’ of ‘zinkdiaryldithiofosfaat’. De vertegenwoordigers van deze trend claimen veel betere resultaten dan dat de collega’s uit de PTFE hoek kunnen leveren. Die doen trouwens het omgekeerde.

Zink is al jaren een bestanddeel van gewone motoroliesoorten. Bij de standaard oliesoorten is een percentage van 0,1 gebruikelijk. Bij olie voor hogere belastingen kan dat oplopen tot 0,2 volumeprocent. Eerst waren die percentages hoger. Maar nadat er claims over defecte katalysatoren waren geweest hebben de oliefabrikanten de waardes verlaagd. Maar gelukkig rijden wij klassiek.

Organische zinkverbindingen worden gebruikt omdat ze betere bescherming tegen slijtage onder hoge druk geven. Denk aan motoren die erg hoge toerentallen draaien en turbocompressoren. Die zink doet alleen zijn beschermende werk wanneer er metallisch contact optreedt in het motorblok. En dat zou onder normale omstandigheden nooit mogen gebeuren. Maar wanneer iemand het leuk vindt om zijn toerentellernaald regelmatig uit te laten in het rode gebied, daar kan het zink voor redding zorgen.

Middelen die ‘zink’ houdend zijn, zijn eenvoudig te herkennen. Er zit een waarschuwingssticker op omdat het ‘zinkdialkyldithiofosfaat’ en ‘zinkdiaryldithiofosfaat ‘ bijvoorbeeld oogschade kunnen veroorzaken. Draag altijd een beschermingsbril en handschoenen wanneer er met vloeistoffen gewerkt wordt die op enige manier schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn. Zorg ook voor een goede ventilatie.

Oplos- en reinigingsmiddelen

Die middelen vinden we vaak in de oudere generaties olietoevoegingen. Blokvervuiling kwam toen veel meer voor. Ze zijn doorgaans gebaseerd op  reinigings- en oplosmiddelen die sludge (‘mayonaise’), vernis en koolaanslag uit het blok laten verdwijnen. Ze doen in feite het tegengestelde van wat de ‘nieuwe’ middelen zoals PTFE en zink doen. Ze laten geen mooi laagje achter, ze halen juist viezigheid weg. Het befaamde Wynn’s friction Proofing bestaat bijvoorbeeld voor 83% uit kerosine. En kerosine zit qua familieband heel dicht op petroleum. Andere merken bestaan gedeeltelijk uit naftaleen, xyleen, aceton of isopropanol. Dat zijn agressieve stoffen met gevaar bij oogcontact en inademing.

Bij een te grote dosering halen ze echter niet alleen de viezigheid weg, maar ook de smerende olielaag. Maar gebruikt bij auto’s uit de vijftiger en zestiger jaren kunnen ze hun nut hebben om de zaak eenmalig ‘op te schonen’. Bij recentere motoren is hun werking te grofstoffelijk en mogelijk ruïneus.

Een voorzichtige conclusie

De motoren van onze klassiekers zijn in elk geval 25 jaar jong. Intussen zijn smeersystemen inclusief filtering, materialen en toleranties zover verbeterd dat het vergelijk tussen een Opel Rekord 1900 cc stoterstangenblok en een driecilinder 1000 cc turbo van 220 pk gewoon niet gemaakt kan worden. Maar misschien is dat toch juist de reden dat er een aardig aantal klassiekerrijders is dat uit eigen ervaring zweert bij dit soort producten. En waarom niet? AMK heeft nog een toevoeging op het oog. Een product waarvan de makers trots beweren dat het louter op minerale olie is gebaseerd en waarop wij geattendeerd werden door een tevreden gebruiker. We komen terug met een verhaal over – onder andere – TSL.  In eerste instantie hebben we al wel gezien dat er een tamelijk hoog zinkpercentage in zit. En dan was er ook nog het uit voormalige Oekraïense legerlaboratoria afkomstige Xado. Dat middel belooft echt wonderen. Maar we hebben nooit antwoord op ons schrijven aan ze gekregen…

Bekend van de televisiespotjes…

Motorenfabrikant Briggs & Stratton was ongeweten de leverancier van enkele van die demomotoren van de tv-spots van alweer een poosje geleden. Die spotjes waarin er met een Amerikaans accent zo vaak FANTASTISCH! en ONGELOVELIJK!!!! werd geroepen. Ze werden er nieuwsgierig van en deden dezelfde proef onder laboratoriumomstandigheden. Het bleek dat de motor die met het product ‘X’ was behandeld inderdaad nog een hele poos draaide zonder olie. Net als de motor die ook droog draaide zonder dat er ooit een wondermiddel was toegevoegd. Latere metingen wezen wel uit dat beide motoren aanzienlijk onder het experiment hadden geleden.


17 Reacties

Geef een reactie
  1. Wij zeiden vroeger bij tikkende kleppen: doe er maar een busje “W*nns voor klepstel” in.
    Hoewel, een beetje 2takt olie bij de schrale benzine schijnt voor een motor niet verkeerd te zijn.

  2. Met mijn oude Ford Scorpio 2.9 heb ik wel geteld 6 jaar met één olievulling gereden maar wel het oliefilter keurig vervangen en de hoeveelheid olie die daarmee gemoeid was keurig bijgevuld.
    Het olieverbruik was laag en bleef laag. De motor liep hemels mooi en bleef hemels mooi lopen.
    De Valvoline 10-W40 bleef zijn werk keurig doen. Vanwege een gek makend klopje werden aanvankelijk van die olieverdikkende wondermiddelen toegevoegd maar dat verergerde de zaak alleen maar. De 10-W40 was dunner maar elimineerde het klopje!
    Mijn ‘Beierse Boxer’ Blauwtje loopt al jaren op olie van de Lidl. Guess what….? Hij loopt daar echt geweldig mee. Het verschil met andere olie? Hij kost niet eens de helft van de prijs. De normen op de verpakking is gelijk aan die van andere olie.
    Commercieel getinte beweringen heb ik helaas maar al te vaak leren kennen als esoterica.
    Waar wel duidelijk betere smeerresultaten mee bereikt werden, dat is met de tandwieloliën van LE.
    (Lubricating Engineers) Bloedrode oliën SAE80 en SAE90 (‘Duolec 1607’ en ‘Duolec 1605’) met aardig wat ‘tackers’ erin om hem te laten plakken aan het oppervlak. Zowel Blauwtje als de R1150 zijn er veel soepeler mee gaan schakelen en de eindoverbrengingen lopen er ook een stuk mooier mee. Daar is het echt geen esoterica. Het is industrieel spul dat op de consumentenmarkt helaas eigenlijk niet gezien wordt.

  3. PFAS, PTFE, PFOA vergiftigen de hele wereld, denk aan de Westerschelde / Antwerpen met 3M en het eiland van Dordrecht met DuPont. Neem je verantwoording en gebruik de rotzooi niet, doe je het niet voor jezelf dan in ieder geval voor het nageslacht.
    Maar ik lees graag AutoMotor klassiek.

    • Tsja… Ik probeer het ook netjes te houden. Maar vind motorrijden nu eenmaal leuker dan fietsen. Het ligt denk ik toch meer aan de mensen dan aan de spullen. En bedankt voor het compliment!

  4. “Zo reden we ooit een doodmoeie Alfasud die op het laatst alleen nog maar op additives liep. En weet je wat er gebeurde? De nokkenas brak… Maar dat was dus helemaal eigen schuld.

    Wat was het nou? Een Honda of een Alfa?

  5. Dolf TOP artikel, tjee wat heb ik indertijd mijn prachtig mooie URAL verwend met dergelijke kostelijke “wondermiddeltjes” en waarlijk het psychologische effect was onbetaalbaar!

  6. Ook hier wel gebruikt, geen negatieve ervaring mee gehad. Meest opvallende vond ik bij een Panda 1000S die ik ooit nieuw kocht en waar ik ergens bij 30.000km ofzo slick50 aan toevoegde, dat het motorisch kabaal een stuk minder werd.
    De “testen” met dit soort toevoegingen bleven inderdaad hangen in een bepaald reclame daglicht, weinig wetenschappelijk en doorspekt met kreten. Een soort Telsell zeg maar.

  7. Herinner me het filmpje nog bij ‘koning-Klant’ een consumentenprogramma op TV, een ouwe Benz 300D met/ en zonder Slick50 behandeling. Olie werd afgetapt bij beide en u raadt het al, de slick50 kwam het verst. Conclusie van Wim Borsboom was dat het wel een goed goedje moest zijn en weken daarna was t uitverkocht. Ik zij de gek heb het ook gebruikt, olie verversen met n halve liter minder. Olie, op temperatuur laten komen, met draaiende motor Slick50, goed geschud, bijvullen en dan vervolgens 65 km gaan rijden…

  8. ik heb op aanraden van het Citroen CX instructie boekje nog nooit iets aan de motor olie toegevoegd. De vorige eigenaar ook niet. Ik heb mijn CX diesel nu 10 jaar. Mr Skeans heeft
    hem nieuw gekocht in Amsterdam en is onmiddellijk via California naar BC verscheept .
    Wat we wel deden en nog doen, is iedere 6 maanden olie verversen, 20-50 en een nieuwe
    filter . Afkloppen, maar er is nog nooit iets kapot gegaan motorisch over de laatste 41 jaar.
    Het instructie boekje (in het Nederlands) is duidelijk. Ik hoop niet dat ik morgen gestraft wordt met
    een daverende klap, die alles in 1 keer verziekt, oh well, sometimes shit happens.

    Mijn buurmans zijn nieuwe Hyundai Tucson, with a GDI engine, MOET allerlei junk in de olie en benzine doen om het een beetje heel te houden. Dit staat beschreven in het Owners Manual. Ook heeft dit ding een PCV valve nodig na 22000 km . De valve was $90.00 Labour was $500.00 plus tax, ouch.
    Goed artikel Dolf, bedankt.

  9. Een kleine hoeveelheid Zink of ZDDP toevoegen aan klassiekerolie 20W50 lijkt mij niet verkeerd, zeker als je weet dat sinds 2011 het zinkgehalte (ook in klassiekerolie) wettelijk sterk gereduceerd moest worden.
    Wat teflon of PTFE betreft, hier zijn de meningen altijd zeer sterk verdeeld.
    Ik gebruik dit deze toevoeging om de 3 oliewissels, met mijn huidige wagen heb ik zonder revisie 510.000 km gereden, het huidig olieverbruik is 0,75 liter op 10.000 km.
    Als PTFE werkelijk een slecht produkt zou zijn, dan had deze motor het mij zeker al lang laten weten.
    Wat moderne synthetische of halfsynthetische olien kunnen uitrichten bij klassiekers (voor 1985) heb ik ook voldoende ervaring mee, na enkele jaren worden deze motoren behoorlijk incontinent wegens de opgeloste pakkingen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

The maximum upload file size: 8 MB. You can upload: image. Links to YouTube, Facebook, Twitter and other services inserted in the comment text will be automatically embedded. Drop files here

Nu in de winkel

Bekijk de 40 pagina's tellende preview via deze link of een klik op de omslag.

Het augustusnummer, met daarin:

  • Fiat 127 uit 1972
  • Heemskerk V-twin, de beste motorfiets die BSA nooit gebouwd heeft
  • Restauratie Mini Traveller 1963
  • Peugeot 104, een feestje
  • Volkswagen Golf Country liep te ver op zijn genre vooruit
  • Rijden met een Yamaha R5 (1971-1972)
  • Verslag Wemeldinge Classic Races
  • Dubbel gebruikte typeaanduidingen- Deel XVI
omslag 8 2022 300

Het perfecte leesvoer voor een avondje of meer ongestoord weg te dromen. Hij ligt nu in de winkels. Een abonnement is natuurlijk beter, want dan mist u geen nummer meer en u bent nog eens € 27 goedkoper uit ook. Niet verkeerd in deze dure tijden.

De NSU Typ 67 viercilindermodellen. Van Prinz 1000 tot 1000C

NSU Prinz 1000 tot 1000C. De NSU Typ 67 viercilindermodellen.

Citroën Ami 6 Break Comfort uit 1968. Une très belle voiture pour Hans. 

Citroën Ami 6 Break Comfort uit 1968. Une très belle voiture pour Hans.