Sluitingsdatum septembernummer -> we zijn aan het afsluiten
Zündapp Janus, de zeldzame excentrieke dwerg in Druten
De Zündapp Janus werd in 1956 geïntroduceerd door Zündapp. Een jaar eerder, in 1955, bouwde Dornier, de bekende vliegtuigfabriek, al een prototype. Dat project werd overgenomen door de Zündapp Werke, bekend van motoren, bromfietsen en scooters.
De naam Janus was wel heel bijzonder. Janus had twee gezichten en deze ‘Kleinwagen’ eigenlijk ook: geen zijdeuren, maar deuren aan de voor- en achterkant. Dat geeft de auto meteen zijn aparte voorkomen. Binnenin zitten de passagiers rug aan rug; de achterpassagiers kijken dus naar achteren.
Toegenomen welvaart
Na de Tweede Wereldoorlog kregen Duitsland en Italië een extra impuls in de ontwikkeling van mini-auto’s. Ze boden betere bescherming tegen het klimaat: comfortabel als een auto en economisch als een motorfiets. Het Duitse merk Goggomobil was een doorslaand succes en ook het Italiaanse ontwerp Isetta ging mee in de markt van de kleinwagens.
Een tijdsbeeld van deze nieuwe vervoermiddelen is goed te zien in Museum Metropole in Druten. Daar staat een presentatie van klassieke mini-auto’s, met onder meer de indrukwekkende Messerschmitt, de Goggomobil, Isetta, Rovin, Vespa en vele anderen.
De markt voor de mini-auto’s werd kleiner door de komst van grotere en praktischere auto’s, zoals de Volkswagen Kever, de Italiaanse Fiat 600, de Franse Renault 4 CV en natuurlijk de Britse Austin/Morris-modellen.
Wie had belangstelling?
Vooral oudere mensen hadden belangstelling voor de kleine auto’s tot 250 cc, waarvoor men in Duitsland geen rijbewijs nodig had. Vervolgens groeiden de auto’s door naar grotere modellen, met een grotere motorinhoud. Juist daardoor zijn de kleinste modellen nu uit historisch oogpunt interessant.
De Messerschmitts zijn in klassiekerland nog redelijk ruim vertegenwoordigd, net als de Heinkel Kabine, ook bekend als Trojan 200. De BMW Isetta is als drie- en vierwieler eveneens nog te vinden. Met de Goggomobil erbij hebben we de bekendste dwergauto’s wel gehad.
De Janus valt duidelijk in een andere categorie: zeldzaam en excentriek.
Sympathie?
De autootjes wekken sympathie op, maar soms ook een beetje medelijden. Dat komt door de onconventionele vormgeving en afmetingen. De Zündapp Janus is daar een goed voorbeeld van: rug aan rug zitten, met achterpassagiers die naar achteren kijken.
Toch is er nog altijd veel belangstelling voor deze kleine drie- en vierwielige autootjes. Wie is er niet gecharmeerd van de voertuigen waarin opa en oma zich vroeger verplaatsten? Je moet tegenwoordig heel lang rondrijden voordat je er nog eentje in het verkeer tegenkomt. Sterker nog: de kans om deze mini’s nog eens rustig te bewonderen is het grootst in een museum. In dit geval dus bij de fraaie collectie van Museum Metropole in Druten.
Meer voor liefhebbers
Wie na dit verhaal over Zündapp Janus nog even wil doorlezen, kan hier terecht.
Hieronder volgen nog meer foto’s.

Er is ook een mooi boek van Jan de Lange over Bubblecars. Is uit 2000 en ligt bij ons in de bibliotheek. Heel veel info en foto’s.
Er zijn van die sympathieke klassiekers/klassiekertjes waar ik helemaal blij van wordt. Dit is er zo eentje!
Echt schitterend al die ‘Bubble Cars’, Kleinwagen’, ‘Cycle Cars’ of ‘Scootmobielen’, of hoe ze ook genoemd mogen worden. Ook in Nederland zijn er van dit soort wagentjes gemaakt, zoals b.v. de Bambino (=Fuldamobil). Er bestaat een prachtig naslagwerk over dit soort auto’s, een bijbel voor de liefhebbers. Het heet ‘Kleinwagen International’, uitgegeven bij Bleicher Verlag in 1990, ISBN-nr. 3-88350-160-3.
Veel plezier gewenst!
Klopt 1956 als introductiejaar, of telt Dornier 1955 mee?
Geen zijdeuren. Typisch.