Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart
Wondersapjes…
Olie toevoegingen: Feit of fictie?
Er is ons veel aan gelegen onze motoren te vertroetelen. Maar natuurlijk dromen we ook soms weg van wondermiddelen waarmee we zomaar een blokrevisie kunnen omzeilen.
Experts zeggen dat latere toevoegingen aan motorolie weinig toegevoegde waarde hebben wanneer een motorblok gewoon in goede staat is. Ze gaan ervan uit dat er aan de olie zoals die door de gerenommeerde fabrikanten wordt aangeboden weinig te verbeteren is. De insteek van de toevoegingen is doorgaans dat ze de olie ‘verbeteren’ en daardoor de wrijving verminderen. Alleen Yellow Miracle Oil en het hier niet meer verkrijgbare Xado claimen te werken als ‘metal treatment technolgy’.
Daarom begonnen we de zaak te groeperen
We kwamen tot het volgende onderscheid in soorten:
- Vloeistoffen gebaseerd op minerale oliesoorten (met de toebehorende, standaard additieven plus PTFE. En PTFE is de soortnaam van de producten waarvoor DuPont de merknaam ‘Teflon’ heeft vastgelegd, PTFE is een ‘plastic’ met een extreem laag wrijvingscoëfficiënt. Een vaste stof.
- Producten die bestaan uit deze, normale minerale olie met de standaard toevoegingen plus zinkdiakyldithiofosfaat (of zinkdiaryldithiofosfaat), bekent als ‘zink’ als extra toevoeging.
- Producten die – voor zover we konden nagaan – gebaseerd zijn op de beste oliesoorten en additieven plus enkele onder geheimhouding vallende toevoegingen. De relatieve nieuwkomer Yellow Miracle Oil is daarbij ook nog eens deels plantaardig. Uit diverse tests is gebleken dat dit product minimaal even effectief is als dat andere, al langer als effectief bekende ‘supersap’ TSL.
- Producten die voornamelijk bestaan uit oplosmiddelen en reinigingsmiddelen.
Veel verkochte olie toevoegingen zijn op dit moment die waarbij PTFE poeder is vermengd met gewone, minerale of synthetische motorolie. In dit segment is Slick 50 volgens eigen zeggen de grootste speler
De PTFE wordt bij deze leveranciers als enig extra werkende bestanddeel aangegeven. Maar de uitvinder van het product, de Amerikaanse chemie gigant DuPont heeft ooit nadrukkelijk gemeld dat: “Teflon geen zinnige olietoevoeging of smeermiddel is voor verbrandingsmotoren”. Het bedrijf weigerde Teflon dan ook als zodanig door te verkopen.
Toen DuPont de levering van PTFE poeder aan de additieven makers stopte, waren er enkele die hun heil ergens anders zochten.
Na enkele rechtszaken moest DuPont toegeven dat PTFE ook geen duidelijk aanwijsbare nadelen had bij gebruik in verbrandingsmotoren. Het bedrijf moest de levering van PTFE poeders aan deze fabrikanten van extra smeermiddelen dan ook hervatten. De makers claimden onmiddellijk dat de rechters hadden bewezen dat hun aanpak werkte. Terwijl de uitspraak feitelijk alleen was dat de schadelijkheid van PTFE als toevoeging niet was bewezen.
Bij aanschaf van een PTFE dragende toevoeging is er in dat geval een heel makkelijke richtlijn: wanneer er op de verpakking staat dat het product eerst geschud moet worden, dan hebben de toegevoegde PTFE deeltjes blijkbaar de neiging naar de bodem te zakken. En als ze dat in de fles doen, dan zullen ze dat in een doorgaans weinig gebruikte klassieker waarschijnlijk ook doen.
Want PTFE is een vaste stof. De additieven makers claimen dat juist die vaste deeltjes de beschermingslaag op de metalen loopvlakken achterlaten. Een sluitend wetenschappelijk bewijs is daar nog niet voor gegeven. Maar gevoelsmatig lijkt het dat de PTFE die juist moet neerslaan op de plekken die in de motor het zwaarst belast worden, nog makkelijk moeten neerslaan op de rustiger plekken in het blok. Zoals in de oliekanalen. Zelfs NASA tests wezen in die richting.
Daar staat de bewering van enkele fabrikanten tegenover. Die zeggen dat hun PTFE zo fijn vermalen is, dat het in oplossing blijft en door alle oliekanalen en filters heengaat. Dat klinkt goed en kan waar zijn. Maar dan moeten we maar hopen dat die fabrikanten er rekening mee hebben gehouden dat PTFE onder verhitting erg uitzet. Laboratoriumtests in Amerika hebben bewezen dat bij sommige leveranciers de groei van de PTFE-deeltjes in praktijk zo groot is dat de deeltjes op werktemperatuur van de motor blijkbaar gedeeltelijk in de filters achterbleven.
Het nieuwste wondermiddel: zink.
De laatste jaren is er een product dat PTFE naar de kroon wil steken: zink. Nou ja, eigenlijk ‘zinc dialkyl dithiofosfaat’. De vertegenwoordigers van deze trend claimen veel betere resultaten dan dat de collega’s uit de PTFE hoek kunnen leveren.
Zink is al jaren een bestanddeel van gewone motoroliesoorten. Bij de standaard oliesoorten is een percentage van 0,1 gebruikelijk. Bij olie voor hogere belastingen kan dat oplopen tot 0,2 volumeprocent.
Organische zinkverbindingen worden gebruikt omdat ze betere bescherming tegen slijtage onder hoge drukken geven. Denk aan motoren die erg hoge toerentallen draaien en turbo compressoren. Die zink doet alleen zijn beschermende werk wanneer er metallisch contact optreedt in het motorblok. En dat zou onder normale omstandigheden nooit mogen gebeuren.
Middelen die ‘zink’ houdend zijn, zijn eenvoudig te herkennen. Er zit een waarschuwingssticker op omdat het ‘zinc dialkyl dithiofosfaat’ oogschade kunnen veroorzaken. Draag altijd een beschermingsbril en handschoenen wanneer er met vloeistoffen gewerkt wordt die op enige manier schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn. Zorg ook voor een goede ventilatie.
Oplos- en reinigingsmiddelen
Die middelen vinden we vaak in de oudere generaties olie toevoegingen. Ze laten geen mooi laagje achter, ze halen juist viezigheid weg. Het befaamde Wynn’s friction Proofing bestaat bijvoorbeeld voor 83% uit kerosine. Andere merken bestaan gedeeltelijk uit naftaleen, xyleen, aceton of isopropanol. Dat zijn kankerverwekkende stoffen met gevaar bij oogcontact en inademing.
Bij een te grote dosering halen ze echter niet alleen de viezigheid weg, maar ook de smerende olielaag.
Een voorzichtige conclusie
De motoren van onze klassiekers zijn in elk geval 25 jaar jong. Intussen zijn smeersystemen inclusief filtering, materialen en toleranties zover verbeterd dat het vergelijk tussen een Opel Rekord 1900 cc stoterstangenblok motor en een driecilinder 1000 cc turbo van 220 pk gewoon niet gemaakt kan worden.
Maar misschien is dat toch juist de reden dat er een aardig aantal klassiekerrijders is dat uit eigen ervaring zweert bij dit soort producten. En waarom niet? Uit eigen ervaring hebben we duidelijk merk- en meetbare resultaten gemerkt na het toevoegen van Yellow Miracle Oil en TSL
Bekend van de televisiespotjes …
Motorenfabrikant Briggs & Stratton was ongeweten de leverancier van enkele van die demomotoren van de tv-spots van alweer een poosje geleden. Die spotjes waar er met een Amerikaans accent zo vaak “FANTASTISCH!” en “ONGELOVELIJK!!!!” werd geroepen. Ze werden er nieuwsgierig van en deden dezelfde proef onder laboratorium omstandigheden. Het bleek dat de motor die met het product ‘X’ was behandeld inderdaad nog een hele poos draaide zonder olie. Net als de motor die ook droog draaide zonder dat er ooit een wondermiddel was toegevoegd. Latere metingen wezen wel uit dat beide motoren aanzienlijk onder het experiment hadden geleden.

Na het lezen van het artikel met bijbehorende reacties kom ik tot een bijzondere conclusie.
Er wordt in het artikel tweemaal positief gesproken over Yellow Miracle Oil en TSL, zie onderstaande:
Maar misschien is dat toch juist de reden dat er een aardig aantal klassiekerrijders is dat uit eigen ervaring zweert bij dit soort producten. En waarom niet? Uit eigen ervaring hebben we duidelijk merk- en meetbare resultaten gemerkt na het toevoegen van Yellow Miracle Oil en TSL
Producten die – voor zover we konden nagaan – gebaseerd zijn op de beste oliesoorten en additieven plus enkele onder geheimhouding vallende toevoegingen. De relatieve nieuwkomer Yellow Miracle Oil is daarbij ook nog eens deels plantaardig. Uit diverse tests is gebleken dat dit product minimaal even effectief is als dat andere, al langer als effectief bekende ‘supersap’ TSL.
Waarom lees ik geen enkele reactie van iemand die dit heeft geprobeerd? Volgens het artikel is uit eigen ervaring duidelijke merk- en meetbare resultaten behaald. Heeft men weerstand tegen ‘Wondersapjes’ gekregen omdat er ook veel onbewezen beloftes worden verkocht bij concurrenten?
Groetjes uit het mooie Friesland
Nu 140.000 km gereden met het originele 2CV blok. Had 18 jaar stilgestaan. Moet vaak stevig werken met maar 602 cc, zeker in de bergen. Altijd standaard 15W40 gebruikt van de bekende merken. Nooit additieven. Altijd 1 x per jaar verversen of elke 5000 km.
Loopt nog steeds als een zonnetje.
Bingo!
Je kunt het blok van je klassieke motor of auto ook te veel verwennen. Uit mijn eigen praktijk; ik kocht in een 1972 een nieuwe Honda CB350. Deze wilde ik afgevuld hebben met Castrol GTX want dat was volgens mij het beste, toch? Ik vond altijd wel bij olieverversen een paar kleine korreltjes in de holle aftapplug. Vreemd. 2 jaar later zag het het motorblok van mijn inmiddels ex motor uitelkaar bij de dealer liggen.
Bleek dat het kunststof nokkenaskettingspannerwieltje geheel afgebrokkeld was. Commentaar van Honda Nederland; komt door de veel te agressieve Castrol olie……
Bij mijn toenmalige Kever uit 1950 met een blok van 1951 het volgende. VW had in dat bouwjaar besloten een kunststof nokkenastandwiel te monteren voor een geruislozere loop. Hielp natuurlijk
niks, het maakte nog steeds herrie. Destijds werd die motor nog afgevuld met ongedoopte Shell Rotella. Daarna werd er gedoopte olie gebruikt en die olie ging dat nokkenas tandwiel opvreten met flinke schade tot gevolg.
Zo’n dertig jaar geleden waren we met onze VW club op bezoek bij Shell Pernis en daar werd een verhandeling gegeven over motorolie. Na afloop was er een informeel etentje en een hoge pief van Shell die aan onze tafel zat zei toen dat wij met die oude kevers gerust olie uit de bouwmarkt konden gebruiken want zelfs die olie is van betere kwaliteit dan de olie die Shell maakte in de 50er jaren. Zelf gebruik ik nu al jaren merkolie in de juiste viscositeit in al mijn vervoermiddelen zonder toevoeging van wat dan ook. Mijn conclusie, als die toevoegingen dan zo goed zijn waarom ontwikkelen de oliefabrikanten die dan zelf niet en mengen dat in hun eigen product?
Misschien willen ze de productstroom hoog houden. Ik zelf gebruik voor mijn klassiekers altijd de goedkoopste, minerale olie. Om de 2000 km/jaarlijks verversen. Gaat al tijden goed
Als je speciale toevoegingen gaat gebruiken om een blokrevisie te omzeilen ben je eigenlijk al kilometers te laat, mijn advies : op tijd en liever eerder de olie controleren en verversen
en voordat je met de race tegen de klok begint een minuut stationair laten draaien
alleen op deze manier hou je jou klassieker
uit de buurt van de gevreesde revisie
als als menselijke klassieker ga je toch ook rustig van start en niet van bed uit rennen en vliegen , zo blijf jezelf ook verstoken van een
klep en pomp revisie 😉🤗
Amen!
Ik heb zelf hele slechte ervaringen met Slick 50.
Eind jaren 80 in mijn Harley 1340 gedaan. Resultaat? In eerste instantie positief. Werd minder warm en draaide makkelijker toeren. Maar…. tijdens vakantie in Frankrijk gigantische blokschade, o.a. big end lagers met dure revisie als gevolg.
Reden? Verschillende oliekanalen bleken compleet verstopt met destrateuse gevolgen. Mij werd verteld dat slick 50 (toen ?) ook additieven bezat die reinigend zouden werken. Iets te blijkbaar. Was een wijze les. Voor mij nooit meer sindsdien wat voor olietoevoeging dan ook. Inmiddels 10 motoren in bezit en 30 jaar verder met goede merkolie en heel veel km zonder enig probleem. Totaal overbodig spul in mijn ogen.
Oliekanaal infarcten. “vaste’, ‘drijvende’ stoffen in additieven zijn blijkkbaar niet zo’n goed idee
Wat zijn nou weer ‘volumeprocenten’??
Dit blijft een eeuwige discussie, maar ben van mening dat als je een goede classic olie gebruikt en netjes de oliewissels doet, dus iets vaker, dan heb je geen additieven nodig. Classic olie is minerale olie waaraan reeds additieven zijn toegevoegd die onze klassiekers nodig hebben.
Ik verwijs graag naar een olietest voor klassiekers die het Duitse Autozeitung (van 9-12-2022) heeft laten uitvoeren, Google maar op Oldie-Öle im Test.
Daar vind je een goede opsomming van oliën waarbij maar 2 echt troep waren, de meesten zijn gewoonweg zeer geschikt voor onze troeteldiertjes.
Ooit heb ik op mijn werkplek een vertegenwoordiger van Bardahl op bezoek gehad. De beste man beweerde dat er in WOII Amerikaanse vliegtuigen met hun wondersapjes in de olie rondvlogen. Het verhaal gaat dat als ze oliezijdig lek geschoten werden, ze met die e sapjes nog veilig konden landen. Of dat klopt, valt niet meer na te gaan natuurlijk. Het was een leuk verhaal, dat wel
Ik heb hoogtevrees. Dus daar heb ik niets aan .
klassiekers hebben zink nodig Millers olie is en van de weinige minerale olie die nog zink in de olie heeft.
Ik gebruik zelf Valvoliene 20W 50 met Rislone daar Millers olie hier (Filippijnen) niet te verkrijgen is.
Ook in klassieker 20W50 olie is het zinkgehalte (ZDDP) drastisch teruggebracht wegens een wetgeving uit 2011.
Uit de diesel werd de smerende zwavel gehaald, uit benzine het smerende tetraethyllood etc…
Kortom, olien en brandstoffen hebben niet meer dezelfde smerende eigenschappen als waar de klassiekers (50+) voor ontworpen zijn. Om het dan nog maar niet te hebben over de schadelijke ethanoltoevoeging in benzines.
klassiekers op lange termijn in leven houden is al een hele ambitie op zich, daarom wil ik ook geen experimenten met tekortkomingen in vloeistoffen en vul daarom aan wat er in het recente verleden is weggelaten.
Maar iedereen mag er gelukkig nog een mening over hebben en doet wat hij/zij/het het beste vindt.
Evenzogoed mooi dat we zelfs op de Filipijnen lezers hebben. Doe je wel een beetje voorzichtig daar?!
Over wondersapjes gesproken, ik heb ook nog een verhaal wat in dat straatje past, waar de een of ander misschien iets mee kan! Voordat ik naar Nederland kwam, werkte ik o.a. 7 jaar in de ontwikkeling van gasturbines en straalmotoren, ook verantw. voor onderhoud van de USA Vietnam helicoptters Bell UH1D bij ons, waarvan de O-ringen tussen de hete bouwdelen met een speciaal (duur) vet uit USA ingesmeerd moesten worden, tegen vervorming/overhitten. Heb toen dat vet laten onderzoeken, wat gewoon plantaardig vet (Palmin) was!! voorkomt ….. gevolg, oorlog in de tent! Later in NL heb ik dat in mijn Wankelmotor tijd ook tussen de Rotorkamers toegepast en nooit meer last van koelwaterlekkage gehad, dat wil zeggen het gebruik hiervan is dus naar eigen inzicht ook op dat soort vlakte met succes te gebruiken.
Eigen inzicht zonder kennis en ervaring maakt meer kapot dan je lief is. Met jouw achtergrondkennis en ervaring kun je wat makkelijker een ‘gok’nemen dan ik zou durven!
We noemen dit ‘placebo-effect’; zolang je als gebruiker denkt dat het werkt en je voelt je er goed bij…gewoon lekker gebruiken.
Ik ben meer van: olie smeert uit zichzelf prima.
Dat lijkt mij ook. Dingen niet moeilijker maken dan ze al zijn. Waar was olie ook alweer voor nodig? Oh ja: smeren tussen metalen delen en warmte afvoeren. De juiste olie doet dat gewoon. Zeker bij normaal gebruik. Bij extreem gebruik passen dan wel extreme producten: