Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart
Vespa 400 (1961) – Trop belle!
“Nieuw in Nederland”, schreef importeur NEGA uit Roermond in 1959 over de Vespa 400. Een microcar, ontwikkeld door dezelfde ontwerpers die wereldberoemd werden met de Vespa-scooter. De stap van twee naar vier wielen was gewaagd, maar logisch: compact, slim en technisch doordacht. De Vespa 400 werd niet in Italië gebouwd, maar bij ACMA (Ateliers de Constructions de Motocycles et Automobiles), een Franse dochteronderneming van Piaggio. Alles aan deze kleine automobiel voldeed aan de eisen van zijn tijd: betaalbaar, zuinig en verrassend volwassen uitgevoerd.
Een economisch vervoermiddel
De Vespa 400 was voorzien van een luchtgekoelde tweecilinder tweetaktmotor van 393 cc, goed voor circa 14 pk. Daarmee haalde hij, afhankelijk van omstandigheden, een topsnelheid van ongeveer 80 tot 90 km/u. Meer was ook niet nodig. De auto bood plaats aan twee volwassenen, met daarachter ruimte voor bagage of eventueel twee kleine kinderen. Praktisch en doeltreffend. Het model Tourist werd in 1959 in Nederland aangeboden voor circa 3.790 gulden. De prijs die vandaag de dag op klassieke evenementen of bij gespecialiseerde dealers wordt gevraagd, laat zien hoe de waardering voor dit type is gegroeid.
Originele auto
Dit exemplaar is zo origineel dat je ze nog maar zelden tegenkomt. Eerste lak, een interieur dat nog bijna nieuw oogt en een kilometerstand van slechts 53.000. Bovendien staat de Vespa 400 nog op Frans kenteken, wat het verhaal alleen maar sterker maakt. De auto ademt inmiddels pure vintage charme; geen restauratieglans, maar het eerlijke patina van een goed bewaard tijdsdocument. Een meesterstuk in de stijl van toen.
Tijdsbeeld
Na de Tweede Wereldoorlog gaven vooral Duitsland en Italië een extra impuls aan de ontwikkeling van microauto’s. Ze boden betere bescherming tegen weer en wind dan een motorfiets, waren zuinig in gebruik en toch comfortabeler. Naarmate de welvaart toenam, veranderden de wensen. Gezinnen kregen meer bestedingsruimte en verlangden naar grotere, veelzijdigere auto’s. De microcar verdween langzaam naar de achtergrond. Het ging niet langer om het bezit van “een” auto, maar om het rijden van “zo’n” auto.
Interesse is onbetaalbaar
Bezit is niet altijd noodzakelijk. Als liefhebbers van deze stalen kindjes kunnen we volop genieten in musea, tijdens oldtimerritten waar anderen er met zichtbaar plezier mee rijden, en op de vele klassiekerbeurzen. Dat enthousiasme laat zich niet vangen in euro’s. Pure interesse, echte liefde voor het object, blijft onbetaalbaar…
(Hieronder staan nog wat afbeeldingen)
