Sluitingsdatum septembernummer -> 21 juli
Vakantie 2 – Drouff en de witte chocolade
Binnendoor, dat scheelde dertig kilometer op de kaart. Kaarten zijn handig. We reden dus in slentertempo door het bos. Koersend op de zon. De paden waren duidelijk. De dag was mooi. Er stapte een dikke man met een geweer over zijn schouder en een jonge slungel ons pad op. In Frankrijk neem je mannen met geweren serieus.
“Wat we deden?” “We hebben een korte route naar ‘X’ gevonden”, glimlachten we onschuldig. De boswachter keek naar onze motoren. Buitenlandse offroads, daar mocht op geschoten worden. Maar twee doorleefde toerfietsen, waarvan een met een boulemisch zijspan, die vielen niet onder het lokale jachtbesluit.
“C’est d’accord. Continuez votre route”, glimlachte de dikke. We vroegen of hij ook met een kortere route bezig was of iets anders aan het doen was.
Ah! Dat was wel degelijk zo! “Allons, nous cherchons Drouff.” “Drouff avec double ‘f’”, verduidelijkte de dunne, die boswachter in opleiding bleek te zijn. Drouff met de dubbele ‘f’ bleek het tamme wilde huiszwijn van de boswachter te zijn.
Het beest ging er soms vandoor. Het erf af. Het bos in. Er volgde een korte uitleg over de wilde zwijnenlocatie. Na de middag zitten ze in de dalen, aan de oostkant van de vochtigste hellingen. “En hij is gek op witte chocolade”, vulde de dunne aan terwijl hij een hap nam van een reep witte chocolade. We vroegen of we met de onzinnige zwijnenjacht mochten helpen en kregen repen witte chocolade.
Drouff werd gevonden en blij knorrend aangelijnd. De dunne en het zwijn gingen in het zijspan. Het zwijn had daar hoegenaamd geen probleem mee. Want het beest hoefde niet te lopen en de voorraad witte chocolade bleek onuitputtelijk. De dikke ging achterop de Honda.
Van achteren gezien leek het of de dikkerd onbezorgd in een halve hurkstand boven de grond zweefde. Zijn geweer stak parmantig boven de helm van zijn chauffeuse uit.
Het spul werd bij de bedrijfs-Land Rover afgeleverd en wij werden uitgenodigd om later een glas op het lokale terras te komen drinken. De boswachter kwam met zijn Land Rover. Zijn assistent kwam, omgetoverd tot ‘motard’, op een braaf afhaalchineesje.
Op het terras kwam er een dikke Mercedes-Benz langs. Die toeterde. De net zo dikke chauffeur stak een zwaar met goud beringde hand op. Om zijn pols had hij een gouden horloge ter grootte van een pizzabord.
Boswachter en boswachtershulp keken elkaar aan met een lege blik. “Le con.” ‘De lul’ dus… De man was de lokale aannemer. Had veel Franse euro’s. Hij werd alleen getolereerd omdat hij de beste meute drijfhonden uit de regio had.
Maar de vorige herfst zat hij achter het wildscherm te wachten om wat opgejaagd wild panklaar te krijgen. Hij hoorde wat achter zich. Draaide met onverwachte souplesse van zijn krukje, hurkte en schoot. Zijn beste jachthond kreeg twee keer dubbel nul vol in de borst en stierf met een laatste verbaasde blik op zijn baasje.
‘Le con.’
Proost.
Het werd laat.
We sliepen in de boswachterswoning.
Want in Frankrijk gaan drank en verkeer prima samen. Maar er zijn grenzen.


Vive la Vie !
Je ne savais pas que les cochons aimaient le chocolat blanc. C’est la preuve que je n’en suis pas un : je n’aime pas le chocolat blanc.
Mannen met geweren in Frankrijk, die neem je idd serieus. Alhowel oude dames in Engeland op estates met geweren, zijn veel griezeliger. Hier in de “Bush” heeft iedere pick up truck wel iemand met een fire-arm, het is hoogst merkwaardig dat er zo weinig gebeurd. Het is niet allemaal koek en ei, maar toch, na 50 jaar, weet ik er iets van. Zo genoten van mijn trip van Mill naar Dieren, wat een mooie streek, geen wonder dat vermoeide en uitgeputte randstedelingen zich daar gaan vestigen. Viva Dolf .