Sluitingsdatum septembernummer -> 21 juli
Vakantie 1 – Verdun, het slagveld
Op vakantie gaan doe je zo: je staat op, pakt je papieren en een tandenborstel, stapt op en gaat op weg. Ergens in de middag is er dan – nadat er in de buitenwijken van Verdun zelf een overnachtingsplek is geregeld – een stop op een dorpsterras. De Fransen noemen WOI nog steeds ‘La Grande Guerre’. In die jaren botsten de oude militaire tactieken met de nieuwste krijgsstrategieën. Zo marcheerden de Britten met de bajonet op het geweer traditiegetrouw in een breed front naar de vijand toe.
Die vijand had net de zegeningen van het machinegeweer ontdekt en had zich meteen heel andere spelregels eigen gemaakt. Veel toeristen zoeken er velden en bossen af met metaaldetectoren. Soms vindt er eentje een bom of granaat. “BOEM”. Weer een gemengd bericht in de krant. Het loopt tegen etenstijd. De XT500 krijgt een schop, en hop: Verdun, daar kom ik weer. Over dezelfde, onverharde binnendoorweg als waarover ik de stad had verlaten. Ik ben er al bijna en dan doet iemand het licht uit.
Later doe ik mijn ogen open. Ik heb overal pijn. In een schemerige zaal hangt een vage urinelucht. Naast me klinkt gekreun. Er ligt iemand die drie infusen heeft en ingezwachteld is. Ik voel me vaag terwijl er een beeldschoon Aziatisch meisje naast me komt staan. Ze heet zuster Maria Theresa. Zegt ze. Ze belooft de dokter te roepen.
Er staat me iets van bij dat ik op de motor zou moeten zitten in plaats van dat ik in wat blijkbaar een ziekenhuisbed is zou moeten liggen. Dan komt er een joviale man in een witte doktersjas naar me toe. Hij kijkt me hoofdschuddend aan en meldt dat het hospitaal niet vaak meer slachtoffers van het slagveld van Verdun ontvangt. Vertelt wat er zoal met me gedaan is nadat een illegaal motorcrossende twaalfjarige me had gevonden. Die had de pompiers gecontact, omdat hij in verband met zijn leeftijd niet naar de gendarmerie wilde.
Op de derde dag vond ik mezelf genezen. Ik haalde het infuus uit mijn arm. Pakte de strip pijnstillers die er op het nachtkastje lag en meldde me af. Mijn bagage was door de herbergierster afgegeven. Ik kreeg niet alle knopen dicht.
De treinreis naar huis was lang en pijnlijk. Op het thuisfront heerste blinde paniek. Het is niet leuk om huilend omhelsd te worden als je een stel gebroken ribben hebt en bont en blauw bent.
De reden van die paniek? Een vriendelijke repatriëringsfiguur had de gewokkelde XT zonder verdere uitleg naast de garage gezet.
De oorzaak van de duik in de vergetelheid bleek geen Ricard. In mijn meest recente favoriete bocht had de XT een klapband voor gekregen. Dat bleek bij controle van de patiënt.
Maar hoeveel Maria Theresa’s er nu echt waren? Mijn huisarts trok grauw weg toen hij zag dat de in Frankrijk verzorgde pijnstillers in Nederland zowel onder de Opiumwet als onder de wapenwet vielen. De XT werd weer opgebouwd. Met een Amerikaanse 590cc set. De motor werd er nog leuker door.

Verward verhaal….. Waar gaat dit over?