Sluitingsdatum aprilnummer -> we zijn aan het afsluiten
Restauratie ultrazeldzame Triumph Italia kostte een fortuin, maar dat was het waard
“Net een fotomodel”
Iedere klassiekerliefhebber met een beetje gezond verstand weet het: restaureren doe je niet voor de handel, maar voor jezelf. Voor de kick, voor het redden van iets wat eigenlijk al verloren leek. Gedreven door pure bewondering liet Gert-Paul van ’t Hoff samen met zijn kameraad Willem-Jan de Geus een Triumph Italia in Engeland transformeren van een hopeloos project tot concourswaardige schoonheid. Het kostte een fortuin, maar zoals Van ’t Hoff nuchter zegt: “Voor dat geld koop je nog altijd geen Maserati Sebring.”
Tekst & fotografie: Aart van der Haagen
De Triumph Italia 2000 is geen alledaagse verschijning. Tussen 1959 en 1962 bouwde carrosseriebouwer Vignale in Turijn in totaal 329 exemplaren, op basis van de Triumph TR3. Het ontwerp kwam van Giovanni Michelotti. De techniek bleef Brits, de carrosserie was volledig Italiaans handwerk. Dat maakt de Triumph Italia vandaag de dag extreem zeldzaam.
Chassisnummer 27 rolde begin 1960 de Amerikaanse wegen op. In 1966 werd de auto met 28.000 mijl op de teller stilgezet. Daarna volgde een winterslaap van bijna vijftig jaar, tot Van ’t Hoff en De Geus hem in 2015 aanschaften. De gevolgen lieten zich raden. “Er zat amper nog een bodem onder en in een van de deuren zat een bijennest van een halve meter,” vertelt Van ’t Hoff.
Triumph Italia restauratie in Engeland
De Triumph Italia bleef in Engeland voor de restauratie en kwam terecht bij Watermill Carriage, het bedrijf van Stuart Edwards. Een specialist die exact weet waar de verschillen zitten tussen een standaard TR3 en een Italia. “Hij wist welke specifieke details kloppen en waar je onderdelen kunt vinden die oorspronkelijk ook op andere Italiaanse auto’s uit die tijd zijn toegepast.”
Zo moesten bumpers van een Lancia Appia worden opgespoord en werd een asbakje gemonteerd dat destijds ook in een Ferrari werd gebruikt; prijskaartje bijna duizend euro. Veel tijd ging zitten in de detaillering van de Triumph Italia. Aluminium sierstrips voor de deurpanelen werden nagemaakt, ontbrekende delen gereproduceerd en alles moest passen zoals Vignale het ooit bedoelde.
Triumph Italia carrosserie: op het randje van instorten
De Triumph Italia heeft een stalen carrosserie op het separate TR3-chassis. Dat chassis bleek nog degelijk, maar de koets was dramatisch slecht. “Stuart moest het voorste deel eerst verstevigen voordat hij de carrosserie van het chassis kon tillen, anders was hij letterlijk in elkaar gezakt.”
Bodemsecties werden volledig vervangen, net als delen van de dorpels en de aansluiting bij het achterste gedeelte rond de benzinetank. De portieren kregen nieuwe huidplaten, de frames van motorkap en kofferdeksel werden hersteld en aan de onderzijde van de spatborden kwamen inzetstukken. Veel sierdelen gingen naar de verchromer. Voor de spaakwielen werd gekozen voor nieuwe exemplaren, identiek aan die van de Triumph TR3, technisch immers de basis van de Triumph Italia. “Toch hebben we zo veel mogelijk origineel materiaal behouden.”
TR3-hart met Italiaanse flair
Het interieur van de Triumph Italia was compleet vergaan. De bekleding werd opnieuw uitgevoerd in skai, conform fabrieksspecificatie, met vervanging van het verteerde paardenhaar en de veerpakketten, zodat de stoelen weer strak in model staan.
Technisch viel het werk relatief mee. De 1991 cc viercilinder uit de Triumph TR3A werd gehoond en voorzien van overmaatse zuigers met nieuwe veren. De lagers bleken nog binnen tolerantie. De SU-carburateurs werden gereviseerd, net als schokdempers, remmen en instrumenten. De transmissie vroeg weinig meer dan nieuwe kruiskoppelingen, een koppelingsplaat en drukgroep. De Laycock de Normanville-overdrive functioneerde nog. Verder kreeg de Triumph Italia een nieuwe kabelboom, uitlaat en ontstekingscomponenten.
De restauratie van deze Triumph Italia nam bijna vier jaar in beslag en kostte ruim boven de honderdduizend euro. Dat is serieus geld voor een auto die technisch verwant is aan een TR3. Maar kijk naar de lijnen van Michelotti, het vakmanschap van Vignale en de oplage van slechts 329 stuks. Van ’t Hoff glimlacht: “Het is net een fotomodel.”
Het complete restauratieverslag kun je vinden in het maartnummer van Auto Motor Klassiek. Dat ligt nu in de kiosk.
(Hieronder staan nog meer foto’s.)

Misschien en muggenzifter, maar de vuldop op het kleppendeksel moet aan de kant van de radiator zitten.