Sluitingsdatum aprilnummer -> we zijn aan het afsluiten
Meest praktische klassieker: Renault Alpine A310 volgens Mick Santifort
Renault Alpine A310. Zeg die naam hardop en je hoort meteen het gegniffel van de zelfverklaarde kenners. Franse techniek? Vast onbetrouwbaar. PRV-motor? Drama. Praktisch? Kom nou. Mick Santifort hoort het al jaren aan en veegt het met zichtbaar plezier van tafel. Hij rijdt zijn A310 alsof het de gewoonste zaak van de wereld is; dagelijks, met gezin en al.
Tekst en foto’s: Aart van der Haagen
In 2016 deed hij iets wat zijn omgeving niet helemaal begreep. Hij ruilde zijn Porsche 996 in voor een Renault Alpine A310 van een generatie eerder. “Iedereen lachte me uit,” zegt hij. Toch was de keuze snel gemaakt. De Alpine was simpelweg te gaaf om te laten staan. Een proefrit van formaat kwam er nauwelijks van.
Het ging bovendien niet om zomaar een exemplaar. Santifort kocht de allerlaatste Renault Alpine A310 die in Nederland op kenteken werd gezet, terwijl de opvolger – de GTA – al in de showroom stond. Renault Nederland haalde de auto via Zwitserland binnen voor de directrice van Vrij Uit Reizen, die per se het uitlopende model wilde. Een mooi stukje Nederlandse Alpine-geschiedenis.
Betrouwbaarheid van de Renault Alpine A310
Wie het over de Renault Alpine A310 heeft, komt al snel uit bij de PRV-motor. In de V6-versie gaat het om de 2664 cc grote V6, ontwikkeld door Peugeot, Renault en Volvo. In de A310 V6 leverde die aanvankelijk 150 pk; na de update van 1981 steeg het vermogen naar 160 pk dankzij onder meer gewijzigde carburatie en ontsteking. Het blok lag ook in zwaardere auto’s als de Peugeot 604 en Volvo 264, waar kilometerstanden van vier tot vijf ton geen uitzondering waren.
Santifort: “Mensen lopen te katten op die PRV, maar dat slaat nergens op. Mits je met een goede basis begint, zijn de onderhoudskosten echt overzichtelijk. Ik ben in nog geen tien jaar 50.000 kilometer verder en heb eigenlijk niks geks meegemaakt. Het kost me grofweg een derde van wat ik aan mijn Porsche kwijt was.”
Dat ‘huis-tuin-en-keuken’-karakter helpt. Geen exotische hoogtoerenmotor, maar degelijke, relatief eenvoudige techniek. De Renault Alpine A310 bewijst hier dat imago en werkelijkheid twee verschillende werelden kunnen zijn.
Veel mooier onderstel
De Alpine A310 V6 kreeg bij zijn introductie in 1976 een compleet andere achterwielophanging dan de viercilinder-versie. Rondom onafhankelijke wielophanging met dubbele draagarmen en schroefveren; een wereld van verschil met de eerdere configuratie met torsiestaven achter. Het resultaat was een veel neutraler weggedrag.
Santifort kan vergelijken. Hij reed meerdere Porsches, waaronder een 911 Carrera 3.2. “Ja, die stuurt misschien nog iets preciezer en ligt boven de 200 km/u stabieler. In een A310 wordt het dan spannender. Maar op bochtige wegen verrast de Porsche je eerder met lift-off overstuur. In mijn Alpine, een Phase II van na de update in 1981, is me dat nog nooit overkomen.”
Die Phase II is relevant. In 1981 kreeg de Renault Alpine A310 V6 een belangrijke technische update, met onder meer verbeterde afstelling van het onderstel en detailwijzigingen die de stabiliteit bij hogere snelheden ten goede kwamen. Santifort monteerde bovendien nieuwe Michelin TRX-banden, destijds originele uitrusting. Kostbaar, maar bepalend voor het karakter.
Praktische klassieker met karakter
En dan het verwijt dat een Renault Alpine A310 onpraktisch zou zijn. Twee zitplaatsen voorin, twee kleine achterzitjes, lage instap, compacte kofferbak voorin. Op papier niet bepaald een gezinsauto.
In de praktijk blijkt het anders. “Boodschappen? Gewoon op de achterbank. Met het gezin en de hond naar het strand? Geen probleem. Ik kan je foto’s laten zien met drie tienermeiden aan boord.” Santifort is bijna 1,90 meter lang en zegt zich nooit opgesloten te hebben gevoeld in de lage cabine.
Op de snelweg toont de Renault Alpine A310 zich typisch Frans: comfortabel geveerd, relatief stil, met een V6 die vooral op koppel rijdt. Op smalle dijkwegen verandert hij volgens Santifort in een kleine rallyauto. Je moet hem leren aanvoelen, maar dan kan het tempo verrassend hoog liggen; zeker op droog asfalt.
Het is precies dat contrast dat de A310 zo interessant maakt. Een kunststof koets op een stalen backbone-chassis, achterin een robuuste PRV-V6, rondom onafhankelijke ophanging en een gewicht van net boven de 1000 kilo. Geen pure supercar, geen brave GT, maar iets ertussenin.
Toen een autojournalist op Facebook vroeg wat de meest praktische klassieker was, kwamen de gebruikelijke namen voorbij: Volvo Amazon, Mercedes W123; dat werk. Santifort antwoordde droogjes: Renault Alpine A310. En eerlijk is eerlijk, na zijn verhaal klinkt dat ineens helemaal niet zo gek.
Het complete artikel van de Renault Alpine A310 van Mick Santifort lees je in het maartnummer; dat ligt nu in de kiosk.
(Hieronder vind je nog wat extra foto’s.)

Beste Rene, het was cynisch bedoeld, en daarop zei nog uitgelegd: Mercedes én Peugeot maken sinds 18 zoveel diesels. Maar helaas, de “moderne, milieuvriendelijke”, zijn niet meer zo goed als vroeger, op deze uitzondering na:
de 220-250 CDI. Kijkt u maar eens op de km.teller van een taxi met dezelfde motor, of het nu Griekenland, Spanje of waar dan ook is , 5, 6, zelfs 9 ton heb ik gezien. En bv in Zweden staat een Volvo, ( toen het nog Volvo’s waren!), een Amazon met 1,1 of 1,2 miljoen km.’s met ongereviseerde motor,( benzine). Aldus wat ik eerder schreef: zowel motorfietsen als auto’s de laatste jaren: neem een Toyota ! Tsja, mooi ??
Beter lezen, de eigenaar is bijna 1,9 mtr. en dat past prima.
Leuk, die Alpientjes, maar als je langer bent dan 1,75m pas je er niet in, herinner ik me.
Gave A310, kenteken van maart 1985. Wist amper van de eerste exemplaren met de viercilinders uit de 16 en 17 todat ik een poster aan de muur thuis bij een maatje van de HAVO ontwaarde. Zes koplampen, ook dat nog. De update uit 1976 was getekend door Robert Opron, die ook de Fuego en 25 pende voor de Regie. Ik kan me nog de hordes Alpines herinneren die eind jaren 80 overal opdoken op en rond de Route Napoleon tijdens een vakantie naar de Cote d’Azur. Inhalen in een blinde bocht, helling op, of net voor een vluchtheuvel? Geen probleem. 150 peekaas op iets minder dan een ton leeg is nog steeds riant en 220 km/h lijkt me een flinke klus met die staartklok achterin.
Altijd dat gezeur over duits, toevallig verkoopt Renault de meeste auto’s momenteel. Bovendien is de 996 de lelijkste van alle 911’s, (alleen de allereerste is leuk). En de duitsers kunnen hun arrogante puntje zuigen, want a. de auto;s die mooi zijn, zijn door buitenlandse designers getekent, en b. de valse spionnenchinezen zullen hun verpletteren, c. ik rijd mercedes, maar dan wel de 250 met 220cdi die tot over een miljoen km. gaan. Bovendien wagen de Fransen toch wat meer, zijn niet behoudend, ( in design tenminste ), kijk ook maar eens naar Citroën !
Én wat een mooi kanon is het, zoals v.a. de allereerste Alpine@Alpine. Veel plezier ermee !
Altijd dat gezeur over Duits?? En vervolgens schrijf je dat je een Mercedes moet hebben om over een miljoen kilometers te gaan. Toen ik de laatste keer keek kwam een Mercedes toch echt uit Duitsland.
Ik heb bijna 28 jaar een Porsche 911 Carrera 4 (964) gehad en daar kunnen maar weinig sportwagens aan tippen qua kwaliteit, zeker Franse auto’s niet. Desondanks maken de Fransen ook geweldige auto’s en deze Alpine A310 is er zeker ook één van.