in

Opel Diplomat A Coupé. Een Gran Turismo uit Rüsselsheim

Opel Diplomat A V8 Coupe 1965 1967 frontleft 2008 07 17 U
ER Classics Desktop 2022

Welkom aan boord. Het enorme portier sluit met een geruststellende plof. Je zit op heerlijk zachte, met leer beklede stoelen. Overal om je heen zit chroom en houtfineer. Alles is prachtig en smaakvol afgewerkt. De grote ruiten zijn allemaal gewelfd en zachtgroen getint. Het fraaie, tweekleurige stuurwiel heeft een verchroomde claxonring. De langgerekte snelheidsmeter gaat tot 250 kilometer per uur.

Als je even aan de contactsleutel draait, komt ver weg, onder de meterslange motorkap, de kloeke V8 tot leven. Een zachte brom uit de twee uitlaten en de bewegende wijzertjes op het dashboard zeggen dat de motor loopt.


Je zet de keuzehandel in D en geeft gas. Met een klein piepje van de achterbanden schiet de zware wagen vooruit. De motorkap komt een paar centimeter omhoog en je wordt stevig in je stoel gedrukt. Na negen seconden tikt de meter 100 km/uur aan en schakelt de tweede, en gelijk hoogste, versnelling in.

Je zit in de grootste flop die Opel ooit heeft gemaakt.

opel diplomat v8 coupe 6

De Grote Drie van Opel

We schrijven het jaar 1964. De Opel Kapitän was tot dan altijd het vlaggenschip van de na-oorlogse modellen geweest, en met het enorme succes van de Kapitän P2 – de succesvolste zescilinder van Europa – besloot de directie om de luxe lijn nog wat naar boven door te trekken. Er was tenslotte een Wirtschaftswunder in Duitsland! Het nog nauwelijks twintig jaar eerder totaal platgebombardeerde land was razendsnel terug opgebouwd, de armoede was bijna overwonnen, het voedsel niet meer op de bon en elk jaar ging het beter en beter. Immer besser! De Kapitän werd nu het instapmodel van de ‘Grote Drie van Opel’: boven hem kwamen de Admiral en de Diplomat. De KAD-A-serie kreeg zijn debuut in 1964 en kreeg van de pers een warm onthaal. Wat een mooi model, wat een ruimte, wat een comfort!

Opel had flink mogen winkelen in Detroit, haar eigen ontwerpafdeling had in 1964 de handen vol aan het ontwikkelen van de acht koetswerken van de B-Kadett en de geheel nieuwe Rekord C. Daarom dat de nieuwe drieling een Amerikaanse basis had: de Chevrolet Chevy II ‘Nova’ van 1962, een toen heel moderne wagen, opvolger van de Monza, met motor achterin. De Opel kreeg met dat ‘GM X-platform’ een vijf meter lang koetswerk dat zo strak was als een Frigidaire koelkast, dat namelijk ook een GM-product was. Het topmodel was de Diplomat 4,7 V8, bedoeld als alternatief voor de Mercedes 300SE / SEL.

De Coupé

In 1966 verscheen de Diplomat Coupé. Van voorganger Kapitän P2 waren ook wel wat coupé’s gemaakt door de firma Autenrieth, maar nu werd het tijd voor een echt superluxe tweedeurs reiswagen op basis van de Diplomat. Opel stelde er bijzondere eisen aan. Om zich te kunnen bewegen in het topsegment, moest deze telg de ultieme verwennerij bieden, met nog meer hout, een gedeelde achterbank met kuipzetels, een hardtop-effect door een met de ruit omlaag draaiende B-stijl (heel fraai in combinatie met een vinyldak), zonwerend glas en een opgevoerd motorblok. Die motor was de gewone General Motors 283 (4,7 liter) small-block V8. In de Coupé leverde hij met wat kietelwerk 230 pk en een topsnelheid van iets boven 200 km/u. En Opel had, om de concurrentie, de eis gesteld dat hun Coupé op een kruissnelheid van 200 km/u gereden kon worden.

1965 opel diplomat v8 coupe 6

Ruzie met Detroit

En dat kon hij niet. Op het testcircuit van Dudenhofen en op de Autobahn werd de 283 V8 dag na dag met tot de bodem ingetrapt gas gereden en overleed. Hevige thermische problemen, uitgesleten cilinderwanden en verbrande kleppen waren zijn lot. De Duitsers waren “Nicht Zufrieden” om niet te zeggen “schwer enttäuscht”. En daarover waren de Amerikanen dan weer woedend. Dit was een van de beste motoren ter wereld, vonden ze in Detroit. Het was de motor die Checker inbouwde in de taxi’s die er dag in dag uit tot een half miljoen kilometer mee reden in zwaar stadsverkeer, zonder uit te vallen. Het GM small block was en is spreekwoordelijk betrouwbaar en sterk.

Maar de Opel Diplomat Coupé was nu eenmaal geen stadstaxi. En ook geen Amerikaanse gezinsauto die nergens harder reed dan 55 mph. Daarom kwam na lang touwtrekken de competitie-uitvoering beschikbaar van de 327 (5,4l) V8, die in Duitsland een aanzienlijk lager vermogen kreeg om thermische problemen op de Autobahn te vermijden. Een motor met hardverchroomde cilinderwanden en zwaardere koppen, gekoppeld aan een Powerglide tweetrapsautomaat. Kortom: de Diplomat Coupé kreeg techniek van de Chevrolet Corvette aan boord.

Van de verkeerde familie

De Opel Diplomat Coupé ging in de zomer van 1966 in productie bij Karmann in Stuttgart. De aangepaste motor had 270 pk aan boord. De topsnelheid was 210 km/u. Het prijskaartje bedroeg 25.500,- DM. Een bedrag waarvoor de klant ook een Mercedes 300SC kon kopen. Wat die klant dan ook prompt deed.

Wat was er mis met de Opel? Tja, eigenlijk niets. Nu vinden we het een ontzettend gave, strak getekende auto met typische jaren 60 stijlelementen zoals de scherpe lijnvoering, het rijke chroom en het ‘mid century modern’ interieur. Technisch was er ook al weinig op aan te merken. Maar het was wel overduidelijk een Amerikaan. Het weggedrag was niet sportief of zelfs maar Europees, maar week, boterzacht en vooral comfortabel. Lekker scherp op hoge snelheid de bocht insturen, daar hield deze Opel niet zo van met z’n starre achteras en bladveren. De enorme afmetingen waren ook puur Amerikaans. Hij paste niet of nauwelijks in de Duitse parkeervakken en garages. Daarbij kwam een benzineverbruik van 20 liter per 100 kilometer. 1:5. Superbenzine. Bij vol gas was er een draaikolk in de tank.

Met de Diplomat Coupé leerde Opel de les “schoenmaker blijf bij je leest”. Mensen die het geld en de ambitie hadden om een dure Gran Turismo aan te schaffen, zagen liever een sterretje of springend luipaardje op de motorkap dan een blitzje. De kracht van Opel lag in het maken van een heleboel betaalbare en kwalitatief uitstekende werkpaarden. Rijkelui keken erop neer: Opel hoorde niet tot de familie.

Na 347 geproduceerde exemplaren trok Opel in 1968 de stekker eruit. Het hele Coupé-project had alleen maar geld gekost. Van de in 1969 geïntroduceerde KAD B-serie zou geen Coupé meer worden gemaakt. Wat de Zwitserse auto-importeur Erich Bitter de gelegenheid bood om zijn eigen Coupé Diplomat te gaan ontwikkelen, die in 1974 het levenslicht zag als Bitter CD. Die B-serie kreeg een geraffineerd onderstel mee, een iets gekrompen koetswerk en de standaard 5,4 liter small block of de 2,8 liter zescilinder CIH. De Powerglide verdween naar het museum en werd vervangen door een Turbo-Hydramatic met drie overbrengingen. De B-serie was zonder meer de betere auto. Maar zonder de charme van de Diplomat Coupé.

Duurste naoorlogse Opel

Bloedmooi, echt exclusief, zalig om in te cruisen, technisch onverwoestbaar en een degelijk beleggingsobject. Heel veel goede eigenschappen voor een klassieker zijn in deze auto verenigd. Ongeveer de helft van de 347 Coupé’s bestaat nog. Misschien zestig daarvan zijn in echt goede- of nieuwstaat, zoals het fabrieksmuseumexemplaar waarmee de Opel-directie zich jarenlang bij gelegenheden liet rondrijden.

Een goede Rolls-Royce Silver Cloud van die bouwjaren is inmiddels goedkoper. Zonder 100.000 euro op zak, kan je elke rijwaardige Diplomat Coupé wel vergeten. Voor een goed en mooi exemplaar zijn de prijzen afhankelijk van het humeur of de mate van roekeloosheid van rijke beleggers op exclusieve veilingen. En zo heeft deze Opel toch nog de beoogde doelgroep bereikt.

 

5 Reacties

Geef een reactie
  1. mijn rijbewijs heb ik gehaald in een OPEL commodore. een bak van een auto, wel een fijne met stuurversnelling. bochtje achteruit met speldjes in het achteruitrubber als hulp om terug te draaien.
    bochtje achteruit gaat nu niet meer, want dan heb je direct een hijgende Audi rijder op je koffer.
    those where the days, zijde, zachte, zescylinder. zucht. 1967.

  2. ja met zo een amerikaanse v8 moet je nooit plankgas rijden behalve misschien om even in te halen. Ik rijd als 45 jaar niets anders en wil dat ook niet. Want dan wordt ik ook zo een MB, BMW of Audi kerel, mij niet gezien ! Zelfs de HD 74 wil ook niet plankgas gereden worden , dan breken ze net zo snel als een V8. U bent gewaarschuwd.

  3. Een vriend van me reed in die tijd een Chevelle, wat mij betreft het oorspronkelijke model waarop de Opel Coupé was gebouwd. De grap was dat de Chevelle aanzienlijk goedkoper was èn jaren later nog op de Nederlandse wegen rondreed.

    Eenmaal heb ik in een Diplomat V8 gereden. Zal ergens in de jaren ‘70 van de vorige eeuw zijn geweest. Ervaring: geweldig! Hoewel de 6-cilinders Admirals ook erg fijn reden. Die werden trouwens in Arnhem als taxi gereden met stuurversnelling. Echte small Americans.

    PS Olav, je schrijft leuk, maar dat wisten we al. Chapeau voor je kennis!

  4. Na de twee oliecrises van de jaren ’70 daalden de verkopen van de “grote drie” vrij snel, want zuinig waren ze niet. In 1978 verliet de laatste mastodont de fabriek om te worden opgevolgd door de Senator en Monza.

    Het waren inderdaad kwalitatief heel hoogwaardige auto’s.

    Maar ook in 1980 struikelde je niet over een Diplomat Coupé. Ikzelf heb er ooit in mijn leven maar eentje gezien, tijdens een groot Opeltreffen zo rond 1985. Was er gelijk verliefd op en dat is niet meer overgegaan.

  5. Einde jaren 80 zag ik ze nog regelmatig staan in Belgie (vnl het Admiral B-model) voor minder dan 10.000 Bfr (250,- euro). Het waren vooral wagens (in nog prima staat) die ingeruild werden bij een ander merk en bijgevolg aan de straatstenen niet meer te slijten waren, alhoewel een Admiral/Diplomat kwalitatief beter en minder roestgevoelig was dan Mercedes en BMW. Dat ik toen geen plaats had om ze ergens weg te zetten, weerhield mij steeds van een aankoop. Zo heb ik in 1987 nog een roestvrije 1959 Chevrolet Impala voor 250,- euro laten staan en in 1993 een 1957 Chevrolet Bel air voor 3500,- laten staan en een hele mooie Ford Zodiak 1960 voor 3000,- euro (1998)
    Dat ik ze toen allemaal heb laten staan, daar heb ik nu nog steeds spijt van, maar ja, het verstand komt met de jaren en in Belgie was het toen nog allemaal oud ijzer.
    Wel heb ik in 1997 een Ford Capri 2.0 V6 op een beurs in Gent in nieuwstaat met 18.000 km gekocht voor 1800,- (deze is nog steeds APK gekeurd)) Deze stond naast een Datsun 280 voor dezelfde prijs.
    Andere tijden!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

The maximum upload file size: 8 MB. You can upload: image. Links to YouTube, Facebook, Twitter and other services inserted in the comment text will be automatically embedded. Drop files here

Nu in de winkel

Bekijk de 40 pagina's tellende preview via deze link of een klik op de omslag.

Het meinummer, met daarin:

  • Chevrolet Corvair Monza Sport-Sedan
  • Fiat 238
  • Honda TL250
  • Renault Mégane Coupé
  • Revisie van hydraulisch bedienbare remklauwen – Deel 1
  • Volkswagen 411
  • Volvo Duett restauratie.
omslag amk 5 2022 300

Het perfecte leesvoer voor een avondje of meer ongestoord weg te dromen. Hij ligt nu in de winkels. Een abonnement is natuurlijk beter, want dan mist u geen nummer meer en u bent nog eens € 27 goedkoper uit ook. Niet verkeerd in deze dure tijden.

P1120489

De afhaalchinees, deel 2 – column

Yamaha FJ 1200

Yamaha FJ 1200. Een goedkope krachtpatser