Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart
Mercedes-Benz W113. De Pagode bestaat 60 jaar. Deel 3: de 280 SL (1968-1971, slot)
Tijdens de Autosalon van Genève van maart 1963 presenteerde Mercedes-Benz de nieuwe 230 SL. De fraaie Gran Turismo stond voor de uitdaging om twee uitermate geliefde sportwagens te vervangen. Dat waren de 190 SL (W 121) en 300 SL (W 198). De nieuwe SL werd intern aangeduid als W113-serie, en kreeg de bijnaam Pagode. Deze sportwagen werd een synoniem voor hoge prestaties en de meest geavanceerde functies voor optimale rijveiligheid. En last but not least: van meet af aan was de W 113 geliefd vanwege zijn buitengewoon elegante vormgeving. Wij maakten een drieluik over de geschiedenis van deze prachtige Mercedes-Benz. Vandaag leest u het derde en laatste deel waarin we de meest geavanceerde en krachtige in serie geproduceerde Pagode beschrijven: de 280 SL.
De Mercedes-Benz 250 SL was tijdens het begin van 1968 nog geen jaar in productie toen de opvolger binnen de W113-reeks zich aandiende: de 280 SL. De nieuweling kreeg de bij Mercedes-Benz nieuw ontwikkelde M130 motor (met één bovenliggende nokkenas) onder de kap. Deze vond niet alleen zijn weg naar de nieuwe SL-uitvoering. Mercedes-Benz reserveerde de M130 motor ook voor de coupés en de cabriolets uit de Oberklasse. De W108 kreeg de motor eveneens, en was mét en zonder injectie leverbaar. De M130 motor was dus wezenlijk anders dan de M129 krachtbron, die onder meer in de 250 SL zat. En die verandering ging verder dan het alleen maar vergroten van de cilinderinhoud naar 2778 cc.
Gelijke cilinderafstand, betere koeling
De zes cilinders stonden in de 280 SL (en bij de andere M130 motoren) niet meer paarsgewijs (drie keer twee) opgesteld, maar kenden een onderlinge gelijke afstand. Daarmee werd onder meer het belangrijke koeleuvel van de M129 motoren opgelost. Een andere oplossing om koelproblemen tegen te gaan was het toepassen van natriumgevulde kleppen/klepstelen. Deze zorgden voor een betere warmteafvoer. Daarnaast kreeg de radiateur-fan een visco-koppeling, die al te hoge draaisnelheden van de fan voorkwam. Bovendien liep de 280 SL een stuk gecultiveerder én stelde hij de SL opnieuw in staat om topsnelheden van 200 kilometer per uur te bereiken. Ook niet onbelangrijk: het service interval van de 280 SL werd opgerekt van 3000 kilometer naar 10000 kilometer.
Nieuwe motor met aanpassingen
Voor de 280 SL kreeg de M130 overigens een nokkenas met veranderde kleptiming. Daardoor steeg het vermogen ten opzichte van (bijvoorbeeld) de 280 SE (W108) met 10 DIN-pk. Dat bedroeg 170 DIN-pk bij 5750 toeren per minuut. Het maximum koppel bedroeg een voor zijn tijd indrukwekkende 245 Nm, en die waarde werd bereikt bij een toerental van 4500 toeren per minuut. Dat lijkt een laat draaimoment, maar al bij 1500 toeren per minuut was al 170 Nm aan koppel beschikbaar. Over de breedte presenteerde de M130 krachtbron in de 280 SL dus veel souplesse en krachtontplooiing. De brandstofvoorziening werd weer verzorgd door een mechanische injectiepomp met zes plunjers.
Nauwelijks te onderscheiden van voorgangers, soepeler afgestemd onderstel
In uitvoeringstechnische zin was de 280 SL weer in de vier varianten (softtop, softtop/hardtop, afneembare hardtop zonder standaard achterbank, California) leverbaar. Uiterlijk onderscheidde hij zich van zijn voorgangers door de vormgeving van de wieldeksels. Mercedes-Benz bracht deze in lijn met die van andere Mercedes-Benz modellen vanaf 1968. Verder stemden de ingenieurs van Mercedes-Benz het onderstel zachter af. Daardoor was de 280 SL comfortabeler dan zijn voorgangers. De onderstelconfiguratie én veel andere technische componenten (zoals de reminstallatie) bleven gelijk. Verder stond de koper ook nu weer een optionele vijfbak (handgeschakeld) of een viertraps automaat ter beschikking. Standaard werd de 280 SL uitgerust met de handgschakelde en volledig gesynchroniseerde vierversnellingsbak, mét een langere eindreductie ten opzichte van die van de 250 SL.
280 SL meest verkochte W113
De meest uitgerijpte Pagode werd ook de meest verkochte. Hij liep 23.885 keer van de band, en daarmee stond de teller voor het totaal aantal geproduceerde W113 modellen op 48.912 stuks. Vandaag de dag is deze SL-generatie nog zeer geliefd in klassiekerkringen, niet in het laatst vanwege de hoge kwaliteitsstandaard die met name de 230 SL en de 280 SL uitdroegen. In februari 1971 loste de volledig nieuw geconstrueerde en ontwikkelde R107 de Pagode af. Daarmee kwam een einde aan de productie van één van de mooiste Mercedes-Benz modellen uit de historie. Als geen ander wist hij sportiviteit, kracht en elegantie te combineren. En wel op een manier die zo kenmerkend was voor sportwagens uit de jaren zestig. Ook 52 jaar nadat de W113 voor het laatst van de band liep is het model helemaal niets van zijn uitstraling verloren.

Dit model is ongeveer het lelijkste wat de hemel ingeprezen is. Een taxi met een klein koepeltje erop. Of zelfs alleen maar een voorruitje om achter te zitten.
Ik kan er ook niks mee. Met het dak eraf zijn de lijnen prima maar met die kweekkas erop is het net een sportieve Multipla. Maar ik vind de Jaguar E-Type ook niet mooi dus het zal wel aan mij liggen. 😉
Ik weet niet waar jou verstand zit maar de Jaguar E type is de mooiste sportwagen die ooit gemaakt is
Dd ster (te)veel waard. Tis wat een gek ervoor geeft….. rijdt gewoonweg slecht ook
Hij wordt zo zoetjes aan de hemel ingeprezen, was mooi, ging hard, maar een auto die bijna net zo breed is als de wielbasis en met swing axles.
Ik weet niet hoeveel van onze lezers met zo een ding op stap geweest zijn toendertijd, de roadholding zeer zeker van de 280SL, liet een boel te wensen over. Er zijn er heel wat gesneuveld.
Een andere naar trekje van de auto was roesten. De aluminium dorpels, deurplaten, kofferdeksel
lid, na 2 Montreal winters hingen de vellen erbij. Daar was door MB en de importeur niet goed over nagedacht. Zijn nu een boel geld waard.