Marketing: Een wijvenfiets

Auto Motor Klassiek » Motoren » Marketing: Een wijvenfiets

Sluitingsdatum oktobernummer -> 18 augustus

Automatische concepten

Marketing is ooit bedacht om uit te zoeken wat klanten eigenlijk wilden. Intussen is de insteek: “We hebben wat bedacht en hoe splitsen we dat kopers in de maag.” Daarbij worden haakse bochten in gedachtenkronkels niet gevreesd: “Deze motorfiets is het ideale platform voor je smartphone.” Lijkt op: “Deze honkbalknuppel is onmisbaar bij je eerste date.”

De actualiteit van de laatste tijd is die van de beperkte – genummerde! – series. Daar wordt dan doodleuk een investeringswaarde aan verbonden. Dat is mooi als je erin gelooft.

Maar marketing is ook van oudsher sturend geweest. Het mooiste verhaal daarover gaat over de Harley.

De motorfietsopleving in de US of A begon na het eind van WOII met de door ex-militairen/nieuwbakken burgers gebruikte ex-leger-Harley-zijkleppers. In 1952 kwam Harley-Davidson met de K-serie. Daaruit ontstond de KH 900. En die KH 900 evolueerde conform Harleys stap-voor-stapontwikkeling in 1957 tot de Sportster, een 883 cc kopklepper.

In de tussentijd hadden de Amerikaanse veteranen de overstap van ex-veteraan op een motorfiets naar ‘biker’ gemaakt. De WLA’s werden gedateerd en te traag. De Sportsters waren fris en fruitig. En Echt Amerikaans! Legerjacks werden vervangen door leren vesten en jassen. Met colors en patches en andere opsmuk.

Die bikers waren een soort minimalistische bikkels die verbazend veel kilometers maakten en dat het liefst deden op naar verhouding snelle, goedsturende, betrouwbare motorfietsen. Die bikers omarmden de Sportsters, ook omdat die – ook in vergelijking met de Britse twins – lekker goedkoop waren. Dat ze stukgingen kwam doorgaans omdat Amerikanen na aanschaf nooit meer aan onderhoud deden dan olie bijvullen en omdat heel veel Harley-specialisten op een technisch niveau van een blije Neanderthaler stonden. De eigenaars zelf waren ook niet vies van aanpassen en optisch of akoestisch opwaarderen. De kreet “Een Harley is net zo goed als zijn vorige eigenaar” ontstond in deze tijd.

Uit een lage verkoopprijs volgde voor de verkopers natuurlijk een magere winstmarge. Dus wat bedachten de marketeers van Harley? Harley-kopers moesten meer dikke Harleys, de Big Twins, gaan kopen!

Dus wat deden die rakkers? Ze gingen via het fluistercircuit hun eigen Sportsters benoemen tot ‘wijvenmotoren’. En dat is wel het laatste dat je je wilt laten overkomen als dubbel stoere, ongeschoren en bebaarde spierballenroller: rijden op een wijvenmotor.

Of die aanpak werkte? Jazeker! Tot vandaag de dag aan toe. Sportsters. Die ooit bedoeld waren om de razendsportieve Triumphs, BSA’s en Nortons te beconcurreren, zijn nog steeds ondergewaardeerd.

De Ironheads (tot 1985) zijn beperkt snelwegbestendig en stijgen nu in prijs. Maar de Sportsters die de genen delen met de Evoblokken… Nou ja. Die zijn nog steeds zo goed als de laatste eigenaar. Maar dat kan bij die fietsen vanuit de opzet zelf best goed zijn. Indachtig Harley-filosofie zijn de Sportsters al instappers, de 883 en de 1200 als ‘toch bijna geen wijvenmotor meer, maar met een lekkere chick erop zijn ze toch op hun best’, in een stuk of zes versies af fabriek als confectiemaatwerk voor ieder wat wils geleverd. Denk aan namen als Iron 883, Hugger en SuperLow. De Roadster is voor ons het meest gewaardeerde toermodel.

Harley-Davidson Sportsters damesbrommers? Helemaal niet! Er zijn best veel Harley-rijders die de Sportsters de leukste, beste Harleys vinden. Denk aan prijzen vanaf € 3.500 voor een rijdend exemplaar.

(Hieronder staan nog meer foto’s.)

Marketing gaat om geld
Marketing gaat om geld
Hoe het begon

Marketing gaat om geld
Marketing gaat om geld
Marketing gaat om geld
Sportsters: in alle smaken verkrijgbaar!
Marketing gaat om geld

Schrijf je in en mis geen enkel verhaal over klassieke auto’s en motoren.

Selecteer eventueel andere nieuwsbrieven

6 reacties

  1. Die Amerikaanse V-twins waren en blijven technische gedrochten. Voor een motorfiets overbodig gecompliceerde dry sump smering en blijvende koelproblemen bij de achterste cylinder. Zodanig zelfs dat HD en Indian tegenwoordig de achterste cylinder uitschakelen om smelten van zuiger of berijder te voorkomen.

    • ELKE luchtgekoelde motor krijgt koelingsproblemen zodra er geen lucht langs waait om te koelen..zoals stadsverkeer.
      Zelfs mijn vloeistofgekoelde VFR klimt bij het eerste stoplicht al naar het rood, bij het tweede stoplicht totdat ik de stad uitben draait de fan…
      Bij veel multi’s staan de middelste cylinders ook rijker afgesteld om beter te koelen.
      Dry sump ingewikkeld? Een extra pompje wat olie weer afvoert?
      Achterhaalde ouderwetse techniek? Zeker, maar het werkt..

      • Mijn Moto Guzzi luchtgekoelde V-twin loopt nooit warm, binnen de MG club ook nooit over gehoord. Ik weet er niet veel van maar de BMW boxers hebben volgens mij ook geen naam op t gebied van over verhitting. En qua dry sump? Een externe olietank, meters leiding, een dozijn koppelingen….. allemaal vermijdbare potentiële lekpunten. Ze zeggen niet voor niets: Als een Harley niet lekt moet je veel olie bijvullen. Anyway, Harleys van 1935-1955 zijn prachtig om te zien maar, ook daarna, technisch een monteursnachtmerrie.

  2. Als je goed naar het onderblok kijkt, kun je tot ’85 (de intrede van de Evolution motor) goed zien dat de WL-genen er nog in zitten.
    De K45/ K750 heeft maar kort bestaan; het arme beestje kon de Britse concurrentie echt niet aan.
    In ’54 kwam de 55ci /’883′ en die had net wat meer.
    Ook onze Nederlandsche Politie heeft ze geprobeerd, maar in Eindhoven en Driebergen kwam men er al snel achter dat KH’s geen snelwegdravers zijn; dan worden ze te heet…en lopen vast.
    Even de mouw opstropen bij het stoplicht is geen probleem, maar langdurig ‘sprinten’..? Nee, dat vindt geen enkele H-D echt fijn (behalve de watergekoelde Revolution-tak).
    De latere (>’57) Sportster werd echt als instapmodel gezien, bedoeld om te wennen aan H-D….
    Dat ze populair waren en zijn blijkt wel uit de verkoopcijfers en lange levensduur van het model.
    In 2024 kondigde het toenmalige bestuur aan te stoppen met de XL-reeks; het kostte teveel geld om de luchtkoeler te laten voldoen aan Euro5, en men wilde stoppen met de Evo die alleen nog voor de Sportster werd gemaakt; bij de grote jongens waren ze intussen al 2 motor-generaties verder..
    Het gerucht gaat zelfs dat productietekeningen en mallen aan China zijn verkocht, die prompt met hun kopie kwam die wèl Euro5 voldeed.
    Dát deed de liefhebber (en H-D zelf..) meer pijn dan toegegeven werd, dus aan China het gerechtelijk afgedwongen verbod het ding in Europa te verkopen..
    Enter 2026; een nieuw bestuur met een nieuwe directeur aan het hoofd van ‘Milwaukee’.
    Zijn eerste beslissing? De Sportster weer in productie nemen, nu Euro5-oké..
    Komend jaar, dus exact 70 jaar na de introductie, komt de vernieuwde reeks bij de dealer.
    Waarschijnlijk nog steeds op Evo-basis, al klinken er ook andere geluiden…
    We shall see..

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maximale bestandsgrootte van upload: 8 MB. Je kunt uploaden: afbeelding. Links naar YouTube, Facebook, Twitter en andere diensten die in de reactietekst worden ingevoegd, worden automatisch ingesloten. Bestanden hier neerzetten