Sluitingsdatum juninummer -> 21 april
Klassiek. Waar ligt de grens?
Vroeger had je alleen oud en nieuw. En dat niet alleen omstreeks de jaarwisseling. Nieuw was duur, totdat financieringen gangbaar werden. Oud was: hoe ouder, hoe goedkoper. Dat was overzichtelijk.
Het moderne klassiekerbegrip is eigenlijk geboren naar aanleiding van de vrijstelling van wegenbelasting en andere financiële neuzelarij. Mensen, veel mensen, gingen toen voor het nieuwe klassiek uit boekhoudersoverwegingen. Ze merkten daarbij dat wat recentere 25-plussers qua bruikbaarheid weinig tot niets onderdeden voor nieuw. En je onderscheidde je ermee van de motor of auto van je buurman. Dat was leuk en maakte ook boekhouders tot liefhebbers.
We hebben jarenlang de 25-jaarsgrens gehanteerd om voertuigen administratief ‘klassiek’ te verklaren, met de financiële voordelen die daarmee gepaard gingen.
In Nederland geldt een motor of auto nu als oldtimer voor de vrijstelling van motorrijtuigenbelasting als het voertuig vóór 1 januari 1988 voor het eerst is toegelaten én minimaal 40 jaar oud is. Daarmee is de rollende 40-jaarsgrens dus gestopt. Voor sommige benzineauto’s, bestelauto’s en kampeerauto’s van vóór 1 januari 1988 bestaat daarnaast nog een overgangsregeling.
APK-vrijstelling: auto’s die 50 jaar of ouder zijn, zijn volledig vrijgesteld van de APK-keuring. Over een APK voor motorfietsen wordt al jaren gekibbeld, trouwens.
Vanuit de optiek van ons, doorgewinterde klassiekerliefhebbers, is die veertigjaarsgrens te begrijpen. Want 1988 is een vrij duidelijk moment uit de tijd dat elektronica haar intrede deed. Kunststof werd ook een steeds belangrijker bestanddeel van motorfietsen en auto’s. Bovendien raakten heel veel merken hun kenmerkende eigenschappen of roots kwijt door allerlei internationale transacties, waardoor BSA en Norton nu Indiase bedrijven zijn. En dat ervaar je gevoelsmatig toch net effe anders. Zelfs het aloude Real American Steel, de Harleys, zijn al een poos samenraapsels van allerlei in het buitenland ingekochte componenten. En daar ga je dan met je merkreclame op je dure jack. Om van de tatoeages maar niet te spreken.
De mate waarin die recentere ‘oudjes’ onderhoudsgevoelig of servicevriendelijk zijn? Voor oldschoolliefhebbers is zo’n onboard diagnostics-system stekker misschien nog net acceptabel. En die grappige computerdingesten om je motorblok ‘uit te lezen’ kosten geen drol meer. Maar het opheffen van een storing door de zaak te resetten voelt toch aan als een zwaktebod. Zeker omdat die uitlezingen vaak aanzienlijk diepere oorzaken hebben. Bij het sleutelen aan de nieuwe dingen merkten we ook dat de bereikbaarheid en sleutelvriendelijkheid daar in het frame of onder de kap voornamelijk zijn gebaseerd op een gebrek aan voeling met de realiteit en op de insteek dat het object in kwestie gewoon zo effectief mogelijk aan de lopende band in elkaar gezet moet worden. Ik kan me geen andere reden bedenken waarom ik bij een Suzuki V-twin de achterste cilinder moest lossen om bij het boutje te komen waarmee het chromen deksel over de startmotor op het carter was geschroefd.
En als ‘vroege’ elektronica overlijdt? Dan kan vervanging zomaar onvindbaar zijn. Gelukkig ontstaan er bedrijfjes die dode elektronica weer tot leven kunnen brengen. Maar zelf hebben we een smetteloze Renault Kangoo uit 2002 moeten laten inslapen, omdat de Geleerden het erover eens waren dat, als het niet aan de ECU lag, maar aan de kabelboom… Nou ja: een investering van dik duizend euro voor een auto met een marktwaarde van € 1.250 op basis van ‘daar moet het dan toch wel aan liggen?’ Dat is niet duurzaam.
Het gaat intussen reuzegoed met de uitgifte van A-rijbewijzen. En een deel van die nieuwe motorrijders zal best gecharmeerd zijn van oude motorfietsen. En dan is er tot 1988 nog een hoop leuks te vinden. De weggevallen financiële voordelen voor de 25- tot 30-plussers onder de twee- en vierwielers kunnen het voorheen hogere prijspeil van ‘klassiekers’ weer omlaag brengen naar het prijspeil van ‘gewoon oude’ motoren waar het verhaaltje mee begon. En dat is dan ook winst. En zo blijft iedereen lekker en betaalbaar rijden.
