Klassiek rijden leeft!

Auto Motor Klassiek » Motoren » Klassiek rijden leeft!

Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart

Automatische concepten

Het idee dat de liefde voor klassiekers ophoudt bij ‘wat jongere mensen’ is gelukkig een doemgedachte gebleken van mensen die alle motoren van na 1970 al hinderlijk modern vonden. Als tevreden grijsaard zie ik prille dertigers die schik hebben gevonden in klassiekers uit hun jeugd. Want intussen is een Yamaha FJ1200, een BMW K75 of een olie-/luchtgekoelde Suzuki is ook een klassieker, hoewel ze in ons gedateerde collectieve gedachtegoed ‘gisteren’ nog nieuw bij de dealer stonden. Maar een Honda 900 Bol d’Or of een Suzuki GS? Die machines kunnen intussen al makkelijk 40 jaar jong zijn. En zeiden ze vroeger al niet: “Life begins at 40?”

Perfecte klassiekers? Nou ja, die zijn perfect. En prijzig. In de wat minder perfecte hoek, bij motorfietsen waarbij de balans tussen ‘oud’ en ‘klassiek’ nog maar net in het voordeel van klassiek is doorgeslagen, is de prijs vaak prettig, maar zijn er na aanschafkosten te verwachten. Want zeg nou zelf: als je er al een poosje over denkt om je motor weg te doen, dan ligt het niet voor de hand om nog eens pittig te gaan investeren in onderhoud.

Daarom is het bij aanschaf van iets leuks goed te beginnen met een maximumbedrag dat je ervoor wilt uitgeven. En je daaraan vast te klampen zoals een politicus aan zijn leugens. Bij het vaststellen van je prijs houd je rekening met de bijkomende kosten. En die kunnen doortikken. Als er hier een (potentiële) klassieker voor een behapbaar budget wordt geadopteerd, dan hebben we een (prijs)lijstje van de dingen waar (buiten dingen zoals het vervangen van olie, ook de voorvorkolie) serieus rekening mee wordt gehouden:

  • In hoeverre is de motor nog origineel/onversleuteld?
  • Zijn de banden nog goed/niet over datum?
  • Zijn de remslangen nog goed en niet ouder dan 5 jaar?
  • Is de accu nog niet bejaard?
  • Moet het luchtfilter vervangen worden?
  • Hoe is de staat van de ketting en tandwielen?
  • Zitten er rafels bij de draaipunten van de hendels van rem, gas en koppelingskabel?
  • Zit er speling op de voorvork en achtervorklagering?

Optioneel voor puristen is of de lak in goede staat en in de goede kleuren is. Kijk ook even of er geen rondgesleutelde boutkoppen of verwoeste kruiskopschroeven aan boord zijn. Want er zijn nog steeds hele volksstammen blije sleutelaars die niet weten dat de Japanse kruiskoppen conform de Japanese Industrial Standard (JIS) zijn. Ze zijn alleen zonder beschadiging los of vast te draaien met een sleutel met de correcte kruiskop. Tussen naden uitpuilende vloeibare pakking is naar onze smaak iets wat met Russische roulette te maken heeft.

Bij het vervangen van de olie komt er natuurlijk nog een oliefilter bij, maar dat kost je de kop niet. Het zijn allemaal dingen die je makkelijk in eigen beheer kunt doen, zolang je maar geen twee linkerhanden en tien duimen hebt. Het hangt ervan af wat voor fiets je hebt gescoord, maar reken voor het gemak op een bijkomend bedrag van € 500-1.000 boven op de aanschafprijs. Maar daarna ben je het mannetje M/V of waddannook.

Bij de kilometrages die motorrijders tegenwoordig gemiddeld rijden (iets van 3000 km/jaar, wij deden dat vroeger in drie maanden) zitten we zelfs met onze klassiekers op maar één keer olie verversen per jaar, en dat dan alleen nog maar omdat het zo’n goed gevoel geeft. Dat nieuwe stel banden kan zomaar vier tot vijf seizoenen meegaan.

Het feit dat het kleppen stellen bij DOHC-motoren niet aan iedereen gegeven is, is ook niet zo’n probleem. Bij het controleren van de klepspeling is geen technisch talent of wondergereedschap nodig. En als de speling goed is, dan hoeft er niets gesteld te worden. Bovendien zal een lokaal motorbedrijf het niet gek vinden als je je motor er brengt met de vraag of de carburateurs gesynchroniseerd kunnen worden en of de klepspeling van maar een paar kleppen gesteld moet worden.

Voor wat betreft alle zelfwerkzaamheid is de nieuwe generatie klassiekerliefhebbers niet meer afhankelijk van een netwerk aan mensen met ervaring om problemen op te lossen. Want daarvoor heeft de wereld ons YouTube gegeven. Daarop vind je alle mogelijke reparaties aan alle mogelijke motoren in filmpjes uitgebeeld en uitgelegd. Met je beeldscherm tussen je gereedschap kun je daarmee 90+% van alle zaken aanpakken en oplossen. Extra makkelijk: je kunt het beeld stilzetten of terugspoelen.

Prettig van die klassiekers voor de volgende generatie is dat ze hetzelfde voordeel bieden als uit de tijd dat ‘wij’ ongeveer die leeftijd hadden en voor 800 gulden een Kawa 750 triple of voor duizend gulden een Black Bomber kochten. Voor superbikes als een 1000 cc Suzuki of een Yamaha FJ 1100, of 1200 of een Kawa GTS 1000? Daar denk je vanaf dat soort bedragen in euro’s. En bij een Yamaha XJ900 of een Diversion 600? Daarbij denk je aan dat soort bedragen in euro’s. En daarvoor mag je eisen stellen. Zo’n 600 cc Diversion is daarbij hoogst praktisch, enorm inzetbaar en bij navraag bij Goos Bos, toen hij nog baas van Motoport Hengelo was, over aandachtspunten en onderhoud aan zo’n ranke vierpitter? Zijn vriendelijke antwoord was: “Geen”. Oh ja: er zat een kleine lekkage bij een uitlaatbocht. Die werd gerepareerd met een Cola(light) blikje, wat GunGum en twee slangenklemmen. Top!

Al met al valt het met het gehuil vanuit het donker over klassiekerprijzen mee. De toppers van nu kosten tot meer dan dertig mille. Daarvoor kun je een (paar) heel mooie klassiekers kopen. En dat de echt zeldzame toppers onbetaalbaar zijn? Dat waren ze ook al toen ze nieuw waren. Een MV Agusta 750 America kan nu een ton als vraagprijs hebben. Maar in 1975 was bruto modaal op jaarbasis 23.500 gulden. Per jaar. Inclusief vakantiegeld. In 2023 was dat 41.500 euro per jaar. We mogen dus best blijven dromen, maar laten we er niet meer wakker van liggen.

Want voor onder de 1000 euro heb je nu een nette Kawa GTR 1000. En zo’n revolutionaire Yamaha GTS 1000 heb je voor onder de drie mille. En als je dan zegt dat die veel minder klassiek is dan zo’n plaatmooie Bonneville uit de eind jaren zestig? Dan heb je gelijk. Op jouw eigen manier. Maar qua concept? Dan is die naafgestuurde Yamaha een veel meer baanbrekende Echte Klassieker.

Onder de streep maakt het allemaal geen donder uit. Als je de fiets koopt waar je hartslag van omhoog gaat, de motorfiets die jij fantastisch vindt? Dan is dat jouw klassieker. En dat zo’n GTS 1000 straks best een hoop meer geld waard kan zijn? Het gaat niet over het geld ‘later’. Het gaat over het plezier van ‘NU!’.

Klassiek rijden leeft!
De haaken zijn alleen voor het plaatje…
Klassiek rijden leeft!
“100% onderhoudsvrij”
Klassiek rijden leeft!
De absolute onthaaster
Klassiek rijden leeft!
Laat daar eens voor 4000 e handel staan
Klassiek rijden leeft!
Met een bejaarde Transalp naar de Noordkaap. “Way 2 Go Rens!”
Klassiek rijden leeft!
De beste luchtgekoelde dikke viercilinder voor kleingeld
Klassiek rijden leeft!
Een Suzuki GS 100 caferacer, voor 300 euro.

Schrijf je in en mis geen enkel verhaal over klassieke auto’s en motoren.

Selecteer eventueel andere nieuwsbrieven

10 reacties

  1. Tegenwoordig gaat men overigens naar zulke verre oorden met de motor op de aanhanger achter de camper zeg je maar ik ben blij dat men niet zomaar moet generaliseren. Of zijn het de uitzonderingen die de regel bevestigen?

  2. Wanneer zijn banden overtijd? Ik kocht van de winter een auto die laats gereden had in 1999, de banden zijn dus minstens 25 jaar oud! Nu ging ik er hier mee naar de (Belgische) automobielinspectie, autokeuring in de volksmond. Maar die mensen staan daar niet om een auto ‘goed te keuren’ (daar verdienen ze niets aan) maar eerder om ’n auto ‘af te keuren’. Met vijf man hebben ze met loop en zaklampen mijn banden aan het inspecteren geweest… ik hield mijn hart vast, 4 White Wall’s kost geld. Maar ze hebben de auto goed gekeurd…. Blijkbaar waren de banden nog goed, binnen alle normen.

    Klassiek rijden leeft!

  3. Die 600 Diversion ‘100% onderhoudsvrij’ is een wat boude bewering, maar ik begrijp de insteek. Hele, héle goede allround motoren, super-betrouwbaar en al dat hedentendage voor een drollenprijs. Maar helaas (voor mij) voorzien van een achterketting dus is het , na de XJ900, de NTV650 geworden waar ik al 15K mee gereden heb zonder zelfs ook maar een spuitbus te hebben hoeven hanteren…

  4. Ondanks dat wij rijpere motorrijders denken dat de jeugd alleen geïnteresseerd is in venijnig kijkende insectachtige motorfietsen en rijstraketten, zijn er genoeg die staan te kwijlen bij een olielekkend kreunend “oud lijk”..
    Die er lol in hebben een vergeten oud beestje uit vervlogen jaren liefkozend weer tot leven te kussen, en daarbij hun handen viesmaken en knokkels ontvellen… net zoals wij dat deden en soms nog doen.
    Er glooit hoop aan de klassieker-horizon..
    Een paar weken terug nog een (goed onderhouden!) Honda 450 Nighthawk gekocht voor wat grijpstuivers, alleen de achterband mag wel eens ververst worden op termijn.
    Lekker tokkelen voor belachelijk weinig geld, wat wil een mens nog meer?

  5. Het leven begint inderdaad zowat bij veertig jaar. En als we het hebben over de soort van motorrijder die dat genre van motoren rijdt zoals in dit blad besproken wordt, zo hebben die motorrijders meestal acht vingers, twee duimen en zijn die handen vaak van het type ‘dubbel rechts’. Ze kunnen heel wat! En dat reduceert de onderhoudskosten ongelofelijk. Het rijtje dat je als aandachtspunten aanhaalt is errug herkenbaar, zal ik maar zeggen. Een wat jongere maar toch al wat bedaagde tweewieler, mijn R1150R, had bij aankoop een loszittend luchtfilterdeksel, een volledig vervuild en verpletterd luchtfilter van 11 jaartjes oud en zeer duidelijk ook nog het eerste setje vonkenstoppen! De dynamoriem was fabrieksorigineel en 19 jaar oud. De eindoverbrenging had nog slechts 70cc zwaar vervuilde tandwielolie over van de originele heldere 250cc. Binnen drie weken startte hij niet meer omdat het benzinefilter ook nog het fabrieksoriginele was, en dat zo vervuild was dat er onvoldoende accijnssap doorheen kon waardoor de benzinepomp de slang radicaal van het filter drukte. De remmerij van voren reageerde taai en raar. Om dat te onderzoeken werd er al geparkeerd staande in de garage de rem even wat krachtiger bediend zonder een gooi te doen naar de eerste plaats in het kampioenschap voor de sterkste man. De slang klapte acuut en vrolijk bij het balhoofd en spoot de remolie kwistig in het rond. Gloeiendegloeiende!!!…. Wat een geluk toch dat dit dus niet op de weg gebeurde. De slang is vervangen door een puike versie uit ‘Stahlflex’. De verkopende partij had overduidelijk niet geïnvesteerd in onderhoud maar daar was de meeneemprijs dan ook naar. Eerlijk is eerlijk. Ik heb het onderhoud zelf met veel liefde en toewijding uitgevoerd. Kleppen gesteld, gaskleppen met de water U-buis gesynchroniseerd, de remmerij onderhanden genomen en de hele rimbim. Ik kende de 1150 niet meer terug, zo mooi liep hij en loopt hij na dat onderhoud. Er was dus niet aan gesleuteld en dus ook niet vérsleuteld. Dat laatste was eigenlijk ook wel een soort van erg prettig. En door dat liefdevolle werk groeide de relatie met mijn tweewielige liefde. Ook dat is een belangrijk aspect van het klassiekere motorrijden, althans voor mij. Of ‘kooprijders’ met hun tweewielig rijdend platform voor hun smartphone en hun originele motormerkkleding dat zalige gevoel ook hebben, durf ik een beetje te betwijfelen. Toch wel wel een soort van sneuïg voor ze.

  6. Wij ,mijn vriend en ik, reden met onze Yamaha’s XS750 Triple naar Kroatië vv. Elk hadden we een folder in de zak met de net uitgekomen FJ1100 “lateral frame concept”. Bij iedere (koffie)stop zaten we kwijlend naar de roodwitte FJ in de folder te staren. Gedeeltelijk ook omdat we een paar problemen met onze triples hadden..

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maximale bestandsgrootte van upload: 8 MB. Je kunt uploaden: afbeelding. Links naar YouTube, Facebook, Twitter en andere diensten die in de reactietekst worden ingevoegd, worden automatisch ingesloten. Bestanden hier neerzetten