Sluitingsdatum nummer 1 -> 17 november
Je garage klaarmaken voor een restauratie, met een bezoek aan Kippers Rijssen

Een Volvo Amazon op bokken, een dorpel die bij nader inzien meer roest dan staal is, en één stopcontact naast de garagedeur. Zo begint menige restauratie. De eerste weken gaan op aan slopen en inventariseren. Daarna merk je dat de garage zelf bepaalt hoeveel je zelf kunt doen. Wie wil lassen, schuren en spuiten, heeft stroom, perslucht en werkruimte nodig. Een bezoek aan de showroom van Kippers Rijssen helpt om die drie vooraf naast elkaar te zien.
Tel eerst je stopcontacten en groepen
Een lasapparaat, een compressor en een bouwlamp op één groep is vragen om een zekering die eruit springt. Kijk in de meterkast welke groep de garage voedt en wat er nog meer op die groep zit. Soms hangen de wasmachine of de buitenverlichting er ook aan. Teken de garage daarna op papier. Zet erin waar je gaat werken: naast de auto, bij de werkbank en bij de deur voor het spuitwerk.
Met die tekening kan een installateur zeggen of een extra groep of een paar stopcontacten extra genoeg is. Dat bepaalt ook welke machines je kunt kiezen. Een lasapparaat op 400 V heeft krachtstroom nodig, en die is in een garage bij een woonhuis lang niet altijd aanwezig.
Vergelijk werkbanken en persen bij Kippers Rijssen
Bij een restauratie liggen onderdelen weken of maanden te wachten. Een vaste werkbank tegen de achterwand houdt de vloer rond de auto vrij. Denk bij het inrichten aan:
- een werkbank met bankschroef
- een werkplaatspers voor lagers en bussen
- een gereedschapswagen die mee kan rijden naar de auto
- opbergkasten voor wat gedemonteerd is
De pers schiet er bij het inrichten makkelijk bij in, terwijl je hem bij wielnaven, ophangingsrubbers en lagers steeds weer nodig hebt. Bij Kippers Rijssen staan werkbanken, persen en compressoren naast elkaar in de showroom. Die is ook op zaterdag open, van 8.30 tot 12.30 uur. Voor wie doordeweeks aan het werk is, maakt dat het verschil tussen kijken en bestellen op de gok.
Plan perslucht voor meer dan banden oppompen
Een kleine compressor met een ketel van een paar liter is genoeg voor banden en een blaaspistool. Voor een schuurmachine, een verfspuit of een slagmoersleutel ligt dat anders. Die gebruiken lucht in een tempo dat een kleine ketel niet bijhoudt, en dan wacht je meer dan je werkt. Kijk dus eerst welk luchtgereedschap je wilt gebruiken en kies daarna de compressor.
Zet de compressor waar je hem niet hoort maar wel bij de slang kunt. Een vaste luchtleiding langs de wand met een koppeling bij de auto scheelt een slang die steeds over de vloer ligt.
Kies het lasproces op het plaatwerk
Een klassieker vraagt vooral werk aan dun plaatwerk: dorpels, wielkasten en bodemdelen. Daarvoor is MIG/MAG-lassen de gebruikelijke keuze, omdat het snel is en relatief makkelijk te leren. TIG-lassen geeft schonere naden en werkt ook op aluminium en rvs. Het vraagt wel meer oefening en duurdere apparatuur. Elektrodelassen is robuust en werkt buiten, maar voor fijn plaatwerk is het te grof.
Volgens de leverancier volstaat een 230V-machine voor autowerk en lichte constructie. Een 400V-machine is pas nodig als je langdurig dikker staal last. Bij lasapparatuur voor plaatwerk staan de processen apart, met daarnaast lashelmen, lasdraad en lasdampafzuiging. Dat laatste telt in een dichte garage zwaarder dan in een open werkplaats. Een automatische lashelm hoef je niet op te klappen, dus je houdt beide handen vrij. Hij staat licht op kap 3 of 4 en kleurt naar kap 8 tot 10 zodra de boog ontstaat.
Begin bij de meterkast en neem een installateur mee
Laat de installateur de garage bekijken voordat je een lasapparaat of compressor koopt. Neem je tekening mee en vraag wat de groep aankan als lasapparaat en compressor tegelijk draaien. Pas daarna weet je of een 230V-machine past, of dat er eerst iets in de meterkast moet veranderen. Pas dan loop je de showroom in met een gerichte vraag.

Als je nog een full-time job hebt naast je hobby, hou er dan rekening mee dat iedere geschatte maand voor de werkzaamheden zomaar een jaar kunnen worden. Vele restauratieprojecten halen daardoor ook nooit het eindstadium.
Maar voor de echte doorzetter: Het resultaat maakt steeds blij.