Sluitingsdatum septembernummer -> we zijn aan het afsluiten
Italië. De klassieke vakantieherinnering van tien jaar geleden
Het was op een zonovergoten middag in Sant’Eufemia della Fonte . Kenners weten dat daar, onder de rook van Brescia, het Museo Mille Miglia is gevestigd. Tijdens mijn vakantie in Iseo bezocht ik –samen met vakantiekameraad Bob Dorrestein uit Haarlem- het private eerbetoon aan een roemrijke en roemruchte race. Na afloop van het bezoek zagen we een gracieuze bolide met de handtekening van Pininfarina de fraaie binnenplaats opdraaien. Een schitterende Fiat Dino Spider streelde iedere vierkante millimeter van ons gezichtsvermogen.
Bob en ik waren volstrekt onder de indruk van de Duits gekentekende Fiat, die in het bezit was van een Italiaanse pensionado. De prachtige Spider was de onaangekondigde kers op de taart van het bezoek aan het Museo Mille Miglia. Niet geheel toevallig was ik er samen met mijn campingbuurman, waarmee ik voor minimaal een halve dag het Lago d’Iseo had verlaten. Bob- een afgestudeerd vliegtuigtechnicus- en ik bleken al spoedig na de kennismaking een grote voorliefde te hebben voor auto’s en de techniek die ermee gepaard gaat. Zo bespraken we een keer rond middennacht de twee- en viertakt techniek. De voorliefde van Bob voor Japanse auto’s kwam eveneens aan de orde.
Er passeerden nog veel meer autoverwante onderwerpen de revue. Twee liefhebbers hadden elkaar gevonden en ondergetekende leerde echt het nodige van de technicus uit Haarlem. Daarbij was er binnen meerdere interessevelden een klik. Het leek mij daarom een goed idee om Bob mee te vragen naar het Museo Mille Miglia. Het werd een geslaagd bezoek van twee enthousiaste autoliefhebbers. Een bezoek, dat aangenaam werd ingekleurd door de historische pracht- en praal die in een kleurrijke en typisch Italiaanse setting werd tentoongesteld.
Nadat we het Museo voldaan verlieten ontwaarden we nog een bedrijf dat onder meer in klassiekers handelde. We besloten om een {klassiekerafzakkertje} te nemen. Bob dirigeerde zijn Volvo V70 richting parkeerterrein. En daar stond bonus nummer twee: een Fiat 1200 Spider, Romeins gekentekend. Hij verkeerde in een iets mindere staat dan die sublieme Dino. De aanduiding “1200”op de achterklep vormde echter een garantie voor exclusiviteit. Even later maakten we onze entree in de showroom en spraken we nog met de garagist. Het was een echte liefhebber die onder meer een Morgan Plus 4 met racespecificaties in zijn assortiment had.
Een Alfa Romeo 1300 GT Junior deed ook amechtige inspanningen om bij ons in het gevlei te vallen, hoewel die poging werd overschaduwd doordat de originele en kleine Abarth 595 Esse Esse (niet te koop) in al zijn grootsheid nóg meer aandacht trok. Even later schudden we de Bresciaanse ondernemer de hand. We reden terug naar Lago d’ Iseo, razend enthousiast over hetgeen in het museum aan ons voorbij was getrokken. En geamuseerd over de gastvrijheid van de Italiaanse ondernemer, die nog een paar kersjes op de klassiekertaart had geplaatst. Bob en ik hadden genoten. We vonden het prachtig.
Het behoeft geen betoog dat vóór en na het museumbezoek mijn blik eveneens regelmatig gericht was op het ontwaren van fraai erfgoed op vier wielen. Ik wist uit ervaring dat het ontdekken van een klassieker in het Italiaanse verkeersbeeld minder vanzelfsprekend zou zijn. Toch kwam ik binnen de Lombardische idylle met enige regelmaat een fraaie oldtimer tegen. Ik ontwaarde ook enkele Giulia’s (in de bergen, hoe mooi dat samenspel kan zijn!) en een enkele BMW. Maar de hoofdmoot van de gespotte klassiekers bezat het stempel van de Fabbrica Italiana Automobili Torino. Ik kwam meerdere 500-tjes tegen. De ontmoeting met een Fiat 600 was al minder vanzelfsprekend. Na een imponerende rit, welke mij via Pezzoro en Pezzaze naar grotere hoogten voerde, kreeg ik tot mijn vreugde een prachtexemplaar in de schoot geworpen. In Pisogne- aan de voet van de afdaling vanuit de wonderschone omgeving van Val Palot- trof ik de in een uitmuntende staat verkerende Fiat 600, die voor de zondagse gelegenheid als trouwauto werd gebruikt. Een fraaie klassieker, die op de één of andere manier heel goed accordeerde met de omgeving waar hij zich in bevond.
Een aantal dagen eerder trof ik een nog veel zeldzamere Fiat: een Campagnola, waarvan de legergroene kleur de historische functie van de terrein-Italiaan verried. En over functionele Italianen gesproken: de Iveco 40 NC legde de iets recentere historie van het kleinere transport uit de Laars bloot, terwijl op het eiland Monte Isola meerdere Piaggio’s Ape {driewielend} hun logistieke functie vervulden. Op het grootste Europese mereneiland stuitte ik ook nog op enkele oudere Vespa scooters. De ontdekte klassiekers vormden een plus tijdens mijn toch al bijzonder geslaagde vakantie. Zeker als ik ze binnen het sierlijke straatbeeld of in de bergen- tegenkwam. Ik raak eenvoudigweg extra opgetogen van een dergelijke verwevenheid.
Vooral de diverse klassiekers van Fiat zorgden voor de optimale combinatie tussen afkomst en omgeving. Het resulteerde opnieuw in een schilderachtig tafereel dat mijn grote sympathie voor het merk andermaal bevestigde. Een liefde, die gevoelsmatig werd beloond door de man welke in stijl zijn gracieuze Dino Spider op de idyllische binnenplaats van het Museo Mille Miglia parkeerde. De prachtige creatie van Pininfarina vormde simpelweg de ultieme beloning voor mijn zoektocht naar klassiekers buiten de Italiaanse museummuren. En ik wist meteen: dit sublieme plaatje zal zich nog lang, heel lang vastzetten in de groeven van mijn autogevoel.

Mooi geschreven artikel. Je wordt meegenomen in de sfeer en passie, alsof je er een beetje bij was.
Mooi !!