Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart
Is groter beter?
Er is blijkbaar een richtlijn: Kleine carburateurs (met een lang aanzuigtraject) soepelheid bij lage toeren. Grote carburateurs en een kort aanzuigtraject voor hoge toerentallen en snelheden. En hoe dat werkt bij een 750 cc zijklepper van nominaal 23 pk?
Met de standaard carburateurs
Bij de wederopbouw van mijn zijklepper heb ik indertijd – in overleg met Richard Busweiler – voor Pekar K68’s als carburateurs gekozen. Met een verloopsetje om de montage draadeinden 90 graden te draaien en met een Inertial Supercharger set tussen de koppen en de carbs was dat verder een plug-and-play gebeuren.
Die armelui’s turbo, de Inertial etc. is niets meer of minder dan een balansslang tussen de twee carburateurs. Het systeem moet ergens wel iets doen, want vergelijkbaars zag je ook bij Japanse multicilinders tot aan de jaren tachtig of zo.
Alleen aan de aanzuigkant moest de ‘piping’ wat aangepast worden. Trappen, lopen, gaan! Voor mijn gevoel liep de boxer mooi en gebeurde er op ‘hoge’ toerentallen nog allerlei wilds. Kortom: ik kreeg het idee dat er uit 750 cc nog zeker de ooit opgegeven 23 pk’s kwamen.
Op die K85’s kwamen wat kritische kanttekeningen van UralDneprClub Nederland man Benno van Ham. Volgens Benno waren de K68’s te groot qua diameter. Daardoor zou de gasflow feitelijk niet lekker op gang komen in het (lage) toerengebied waar zijkleppers feitelijk hun reputatie aan danken.
Door wat zoekwerk in de bak met diverse dingen en een onderdelendonatie van Benno kon ik twee K302 carburateurs in elkaar steken (nadat de onderdelen een ultrasoonbad hadden gehad. De tip daarbij is ‘doe een flinke scheut Dasty in het badwater’).
Wat het echte verschil zou zijn bleef nog even geheim. Maar het optische verschil was enorm. De K68 zijn enorm grote, stoere gasfabrieken en in combinatie met de turboslang zag het Uralblok ermee uit als een serieuze machinekamer. De K68’s hebben een doorlaat van 30+ mm. De K302’s ademen over de natte vinger gemeten door een gat van 27 mm. De 302’s zien er in vergelijking tot de K68’s wat minnetjes uit. Minder stoer. Wat ondermaats. Maar ze horen – als originaliteit je ding is – wel bij het blok.
De oppervlakte van een cirkel is de straal in het kwadraat x 3,14. En als je dat berekent voor respectievelijk 27 mm en 32 mm, dan zie je dat er tussen die twee carburateurs best een groot verschil zit in doorlaat > doorstroomsnelheid > vulling van de onbeholpen verbrandingsruimte van zo’n zijklepper. Qua aanzuigerij lijkt het op inademen door een rietje of een PVC regenpijp.
Met de K302’s oogt de machinekamer minder indrukwekkend. Het tussenzetstuk van de turboslang past niet meer omdat de dikte ervan de 302’s zo ver naar achteren drukt dat de carburateurbody het carter raakt.
De verbinding tussen carburateur en luchtfilter vraagt nog wat TLC.
Maar dan? Met de nog maar uit de losse pols gestelde K302’s start de twin voorbeeldig en hij valt direct op een nette nullast. Het rijden gaat… Softer, soepeler vanaf de laagste toeren. En of de volle 23 pk eruit komen? Het blok, de gasrespons met de K68’s voelt ‘ruiger’ aan. Om met de K68’s lekker rond te rossen moest de zaak echt op toeren gehouden worden, wat dat ook waard is bij zo’n zijklepper.
Het met de 302’s lopende blok levert qua brute acceleratie en absolute topsnelheid in op de dubbel gespierde uitvoering met het turboslangetje en de dikke K68’s. Onder de streep ben je in beide versies snel genoeg om de voorrijder in elke file te zijn.
Er is verschil. Maar is dat belangrijk?
Het is het verschil tussen leuk en leuk.
En hoe tevreden ik ook met de 68’ers rond reed, Benno’s insteek heeft absoluut bodem. Onder de streep kan ik nu per dag kiezen welke carburateurs ik aan de boxer hang. Zo heb ik mijn eigen win-win situatie geschapen door te luisteren naar mannen die er meer van weten dan ik doe.
Als jij trouwens ook meer wilt weten, dan kun je gratis lezen op www.amklassiek.nl of je kunt zo’n spotgoedkoop abonnement op Auto Motor Klassiek nemen.
Want of het nu op de wc of op je nachtkastje is, lezen vanaf papier is leuker, echter…

Grappig te zien dat de bougiekabel en ‘tuinslang’ dezelfde kleuren hebben als de Oekraïense vlag😉
Ik werd er op geattendeerd! Maar ben politiek te onbewust om zoiets subtiels zelf te bedenken!
Zo zie je maar weer hoe met de echte motor spirit en sleutelvaardigheid mooie inzichten verkregen worden. Het voert mij terug naar het ontwikkeltraject van ‘Blauwtje’ van amechtige R45N naar een fellere R65 die zelfs de 33/11 eindoverbrenging van een R100 stevig aankan. Die R45 was geboren als ‘N’ versie. Die N staat voor ‘Nichts’ of ‘Niks’. Lethargisch met 27pk. Het vermogen is nu ruim verdubbeld en daarvoor waren ook 32mm carburateurs nodig. Die kreeg ik via een goede vriend van mij die als prachtmens goede contacten in de motorwereld heeft. Die ‘gasfabrieken’ waren afkomstig van een identieke modelreeks R65. De sproeiers van die 32mm Bing’s bleken in mijn setup acuut veel te klein. Hoofdsproeiers gingen zodoende van #125 naar #145! Om toch het gewenste ‘scavenging’ effect te verkrijgen met behoud van de tamme nokkenstok werden beide balanspijpen in de uitlaat vervangen door expansiedempers. Onderin doet Blauwtje het nog steeds goed en soepel, steviger vanaf 3000 toeren en vanaf 5000 toeren gaat ie er als een haas vandoor. En alles met verbazingwekkend weinig trillingen! De compressieverhouding ging uiteindelijk omhoog van 8,2:1 als R45 naar 12,5:1 als R65 equivalent. Met Doppelzündung en volledig gewijzigde ontstekingscurve is het af. Meer zit er niet in. Dat alles aan een verbruik van 1:18 – 1:19 en dat bij een aardig losse pols. Wat ik met dit alles wil zeggen is dat het geheel de combinatie is van alle facetten. En motorconstructeurs zijn slimme mensen die puike krachtbronnen uit de fabriek doen rollen. Een zijklepper staat bekend als sterk bij lage toeren. Zulks kan Blauwtje niet bieden. Dolfs zijklepper zal daar absoluut de koning zijn. Ik vind hem prachtig net zoals je ermee omgaat Dolf. Lekker plannen, proberen en lekker klooien. Prachtig!!
Bij hoge toerentallen ontploffen ze!
Zo gauw als je off road gaat wil je die Pekar niet, je mist dan het gesleur van de zijklepper bij lage toeren en dat is dan net wat je nodig hebt. Deni PZ28 is ook een goede zijklepcarburateur, maar daar is de stationairsproeier vaak te klein van en omdat die geperst is kun je die niet erg makkelijk vervangen. Lukt wel, maar vereist wat denk- en prutswerk.
Opboren met een 0.35mm boortje gaat ook.
De Pz is idd een heel goed alternatief.
Bedankt voor deze aanvullingQ
Ik blijf leren! Leuk hoor! bedankt!
Het is maar net hoe je de driewieler gebruikt; wil je een vriendelijk karakter, ook makkelijk in [s]stads[/s] dorpsverkeer, dan de kleintjes eronder.
Ga je voor sprinten op de buitenweg, dan de 68’s drop..
Ik wilde een beetje van beide op de AWO, en heb de originele 22mm er vanaf gehaald en een 26mm Jikov (Jawa) op gegooid..
Heeft het arme ding iets meer adem..
Boek wel iets koppel onderin in..
Die Awo is top! Maar met mijn zeikklepper jagen op de snelweg? Een beetje fatbiker is al sneller!