Ik ben geen getalenteerde motorrijder – column

Auto Motor Klassiek » Motoren » Ik ben geen getalenteerde motorrijder – column

Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart

Automatische concepten

Ik ben geen getalenteerde motorrijder, maar na meer dan een halve eeuw – waarvan de laatste vijf jaar niet meer ’s winters – te hebben gereden, zie ik mezelf wel als een ervaren motorrijder. In de eerste twintig jaar zijn er een paar dingen tamelijk serieus misgegaan. Dat gebeurde feitelijk door te weinig ervaring en te veel testosteron. Maar ergens in die tijd tot nu ging de ongevalscore naar ± nul. Dat traject ten goede ging na het lezen van een boek van Ernst ‘Klacks’ Leverkus in.

Ernst Leverkus testte in de jaren vijftig tot zeventig vrijwel elke nieuwe motorfiets die in Duitsland op de markt kwam. Samen met zijn partner Inge Rogge ontwikkelde hij testmethoden en meetprocedures voor motorfietsen, die een vast onderdeel vormden van talloze rondjes op de ‘groene hel’, de Nürburgring-Nordschleife, en de daarop gebaseerde testrapporten in de tijdschriften Das Motorrad en PS. Hij maakte de motorjournalistiek volwassen. Op de meest degelijke, Duitse manier.

Als motorjournalist en auteur heeft Ernst Leverkus sinds 1950 in Duitsland letterlijk motorrijgeschiedenis geschreven. En boeken schreef hij ook. Van zijn hand is het statement ‘Elke val is een schande’. Wie dat direct tot zich door wil laten dringen, moet op de socials maar eens zoeken naar Daily Crazy Corner van Kanyar Foto.

Maar in het echt heeft de opmerking van Leverkus me wakker geschud. ‘Elke val is je eigen schuld.’ Daarvan gaan mensen steigeren. Dat kan zelfs zijn omdat ze een geliefde zijn verloren door een motorongeluk dat feitelijk wel degelijk door ‘de andere partij’ werd veroorzaakt. Waarvoor mijn diepe medeleven. Want: ‘Het licht stond voor mij op groen’, ‘ik reed op een voorrangsweg’, ‘hij/zij/het kwam van links’. Gelijk heb je. Maar krijg je het? Is dat gelijk, dat recht, relevant als je net bent opgekrabbeld en naar je gekneusde motorfiets kijkt?

Sinds het bij mij is geland dat elke mogelijke val, elk ongeluk, ‘eigen schuld’ is, ben ik anders gaan rijden. In een milde paranoia denk ik aan de muis die dapper van onder het aanrechtkastje komt, in de lens kijkt en piept: “Wij muizen hebben ook het recht op de keukenvloer!” ‘Famous last words’. Want er was een kat in de keuken.

Op de motor ga ik er opgewekt en ontspannen van uit dat elke andere weggebruiker hersendood, blind of crimineel is. Ik heb anticiperen, vooruitzien tot op een Olympisch niveau gebracht. Kijk tussen files naar voorwielen. Want die verraden elke mogelijke richtingverandering. Mannen met gleufhoeden in oudere, grotere middenklassers of artrosevriendelijke gebakjes? Gevaarlijk! Een permanentje met een blauwe kleurspoeling achter het stuur. Elke willekeurige fietser of fatbiker vanaf een jaar of zes. Jonge mannen met hun petjes achterstevoren op. De automobilist in de stilstaande auto voor je kan elk moment zijn deur opendoen. Elk levend wezen van elke mogelijke gender met een smartphone in de voorpoten is potentieel dodelijk.

Ze zijn er allemaal op uit mij dood te maken. Net als wegwerkers en hun bitumeuze asfaltreparaties. Gemeentes met levensgevaarlijke wegmarkeringstechnieken. Natte zwarte- of regenboogkleuren in bochten. Ik, paranoia? Wat zou jij zijn als iedereen je probeert dood te maken!

Bij die hele filosofie hoort natuurlijk dat je je motorfiets beheerst. En met het gehoorde gemiddelde kilometrage van de gemiddelde motorrijder geloof ik niet dat er zo een goede voertuigbeheersing op te bouwen is. Ik ben vrij allergisch voor regelgeving en voorschriften. Maar voor ‘gewone’ recreatieve motorrijders zou een voortgezette rijopleiding, al was het maar een training van een dag, verplicht moeten zijn. Alleen al om te leren dat je een stoep kunt oprijden en dat je op een gewone motor best een stuk berm mee kunt pakken. Om te leren dat je gaat waar je naartoe kijkt. Dat je nooit kort voor je op de weg moet kijken.

Zelf ben ik dus al zo’n dertig jaar schadevrij. Nou ja, bijna. Op één keer stapvoets onderuitgaan op zwart grit op de weg tijdens een donkere nacht.

Oh ja: ik kreeg een tip wat betreft een stuk bewijsvoering na een ongeval: zet een helmcamera op voor elke rit. En zet hem aan.

Dat is iets wat ik zeker niet ga doen.

Maar ach… Wie ben ik?

Ik ben geen getalenteerde motorrijder
Ik ben geen getalenteerde motorrijder
Ik ben geen getalenteerde motorrijder

Schrijf je in en mis geen enkel verhaal over klassieke auto’s en motoren.

Selecteer eventueel andere nieuwsbrieven

8 reacties

  1. Weer een uitstekend verhaal met nuttige overpeinzing Dolf!!
    Ik kreeg van mijn ega op mijn verjaardag een kaart met een briefje van 50 nog eerlijke guldens erop geplakt. “Beter proefrijden met roze briefje dan zónder dat roze briefje!”, zo klonk het. (voor de jongeren onder ons: vroeger was het een roze papiertje en geen roze pasje)
    Feit was dat ik aan de motoren van mijn wél motorrijdende vrienden het onderhoud deed. Daaronder ook kleppen stellen, de carburateurs synchroniseren, balhoofden stellen en weet ik wat allemaal. Als ik dan vroeg hoe het stuurde, hoe het oppakte etc, kreeg ik een helm naar mijn knar geslingerd met de opdracht “Joh, ga zelf maar proefrijden”. Dus deed ik dat maar zat daarmee zat egnie iedere maand, week, laat staan dag op zo’n ding, maar toch. En zo kreeg ik mijn eerste lessen. Met iets van 15 lessen was ik er. Nadat ik de eerste keer (volgens de instructeur) onterecht gezakt was, ging het de tweede keer ook gewoon lekker en slaagde ik. De motor (Blauwtje) was tot aan mijn vroegpensioen jarenlang mijn woon werkpaard. Door weer en wind.
    Pakweg twee jaar nadat ik mijn rijbewijs haalde, volgde ik dus zo’n dagcursus. GOUD WAARD!! Een puike instructeur doceerde cruciale vaardigheden die ik dik 25 jaren later nog steeds elke rit voor ogen heb. Omdat tijdens die cursus een student met een R1100GS bij remproeven steeds met een rokend achterwiel langszij kwam vliegen maar ik met Blauwtje nog ver voor de lijnen stil stond, moest ik een kwartier gaan rijden met die GS om eraan te wennen en om daarna het (door de eigenaar onmogelijk geachte) remtrucje uit te voeren. Ik stond dus net zo snel stil. De eigenaar zag het, kreeg vertrouwen in zijn voorrem en het was gebakken. De belangrijkste les was om overal en altijd ‘your way out’ klaar te hebben. Denk dus altijd “die autodebielist” ziet mij niet. Creëer uitzicht en kijk zo ver mogelijk door en over auto’s heen om te zien wat daar al gebeurt. Houd afstand!! Heel simpel. Als er genoeg afstand tussen jou en een object is, dan kun je er er niet tegenaan kleunen. Zorg ook dat je jouw motor door en door kent zodat je hem in een noodsituatie voor mijn part zelfs met een stoppie kunt laten stoppen. Wat ikzelf een beetje verafschuw, is de aanwezigheid van ABS. Het mag nog zo handig zijn maar het knaagt ontegenzeglijk aan de rijvaardigheid. Ik wil de motor met de rem kunnen sturen. Maakt die overtuiging mij nu een betere rijder? Nee, maar het houdt mij wakker en scherp. Overmoed altijd thuis laten en zorg dat de kijktechniek aangescherpt wordt en blijft. De motor moet voelen als een maatpak, het verlengstuk van lichaam en ledematen. Er niet ‘op’ zitten maar er gevoelsmatig ‘in’ zitten. Een worden met dat ding. Mij heeft dat dusver geholpen en ik ben echt geen slome rijder, ver van dat zelfs.

  2. Ja interessant zo’n column. Iedere ervaren motorrijder heeft zo zijn eigen ervaringen en verhaal. Ik ook, ik rij volgend jaar al 65 jaar brommer en motor en dat doe ik nog steeds heel enthousiast. Als het niet te veel onder de 20° is tenminste! ’t Lijkt me leuk om ook eens een column over brommer- of motorrijden te schrijven. Ik heb in mijn leven zoveel meegemaakt en gedaan op dat gebied. Dus keuze genoeg! Over de Moped-Marathon in de Alpen of een 50cc op de rommelmarkt kopen in Servië en daarop naar huis rijden of pech in Frankrijk met een Jawa 250cc in 1962………?
    Maar vallen, ach, helemaal te vermijden is het niet, ’t is inderdaad steeds een deuk in je ego! Toen mijn dochter begon te rijden met de brommer zei ik haar, “let goed op, uit iedere zijweg kan een auto komen, steeds vooruit kijken, anticiperen”. “Dan verdwijnt het plezier van het rijden helemaal, als je altijd zo op je hoede moet zijn” zei ze. Dat is nu juist de clou, dat vooruitkijken en anticiperen op alles moet een automatisme worden. Ik hoef daar niet meer aan te denken dat gaat gewoon vanzelf. En een plezier dat ik heb! Met vriendelijke groet, Ötzi

    Ik ben geen getalenteerde motorrijder – column

    • Dingen opschrijven? Wat?! Een heel boek maken? Doen! Gaat tegenwoordig heel makkelijk: Via Printing On Demand. Oplage van nul tot honderden, wat zeg ik : dsuizenden stuks. Alleen maar als (gecorrigeerd) Word Doc aanleveren. En foto of afbeelding voor de omslag. Een tekstje voor op de achterflap. Klaar. Zo heb ik ooit een heel nest columns gebundeld als Mannen, motoren en ( wat) meisjes. Je eerster boek is al verkocht. Aan mij!

  3. Motorrijden en vallen…tsja.
    Ik heb altijd begrepen dat elke motorrijder (M/V) vroeg of laat een keer valt..
    Ik behoor tot de gevallenen…
    Aangezien ik ook vaak in de winter onderweg ben op 2 of 3 wielen, ligt dat risico op de loer.
    In de meeste gevallen (ik ben ervaringsdeskundige..) kon ik er niks aan doen; gladheid, strooizout, los grind.
    Het leert je relativeren; zwaartekracht werkt, en vallen doet au!
    Op 3 wielen is gladheid beter beheersbaar, want een glijpartij resulteert niet in een valpartij.
    En driftend de bocht door heeft ook wel wat; want ook al slaat de schrik je om het hart en vecht je om het glijdende monster in gareel te houden; voor de toekijkende buitenwereld ben je een held…of idioot.

  4. Madame Eletricienne na het lezen van jouw stukje jeugdsentiment moest meteen weer aan mijn examen denken. Na een oefenvergunning een paar lessen en dan haalde je wel je rijbewijs in achtenzestig. Helaas voor mij moesten mijn amandelen verwijderd worden precies twee weken voor mijn rijexamen dat al was aangevraagd. Die geplande lessen verdwenen uit mijn gedachten want het ziekenhuisbed was veel spannender. Na de operatie nog een paar dagen in het ziekenhuis en op weg naar huis een hoestbui die resulteerde in een nabloeding waardoor ik meteen terug mocht komen en weer een paar dagen moest blijven. En nog vijf dagen niet buiten mocht komen. Toch gedaan en met een grote sjaal voor mijn gezicht gebonden examen gereden. Niet afgeleerd dat je voor een stopbord moet stoppen net als bij een voorrangskruising waar niemand aan komt. Twee keer de examinator kwijt geraakt en bij terugkomst vroeg hij mij of ik een abonnement op het ziekenhuis wilde. Eigenlijk wel logisch dat ik niet geslaagd was. De keer daarop dacht de examinator dat ik een mevrouw was want ik had te lange haren en pas de derde keer was het prijs. zeven jaar later voor de auto ging het wel in een keer goed maar dat kwam doordat de vader van de examinator op zijn Harley naar Spanje was geweest. En daarover hebben we de hele tijd zitten kletsen.

  5. Vanaf het moment dat ik ben gaan motorrijden ging ik er al vanuit dat iedereen op de weg van plan was om mij dood te rijden.
    Twee keer gevallen in 45 jaar, beide op olie op het wegdek en eenzijdig.
    Schade, kapotte spiegel en deuk in ego.
    Nu zal het zijn dat mijn brommertje niet hard genoeg ging en mijn vader tegen zijn dochter zei, als je harder wilt koop je maar een motor.
    Drie weken later…..
    De man was wel zo groot dat ie zei, geen brokken maken en als je aangehouden wordt heb je hem uit de schuur gejat.
    Ik was 16.
    Op mijn 26ste had ik het roze papiertje uiteindelijk.
    Maar rijden zonder stuurbrief en klaarblijkelijk gebrek aan testosteron heeft ervoor gezorgd dat ik altijd voorzichtig stevig doorreed.
    En dat ben ik blijven doen.
    Overigens raad ik het niemand aan, 10 jaar zonder, je moet een hoop afleren voor het examen…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maximale bestandsgrootte van upload: 8 MB. Je kunt uploaden: afbeelding. Links naar YouTube, Facebook, Twitter en andere diensten die in de reactietekst worden ingevoegd, worden automatisch ingesloten. Bestanden hier neerzetten