Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart
Het is rotweer: Dus deze keer een auto. De BX
Doorgaans doe ik online aan klassieke motorfietsen. Maar met dit natte herfstweer in december ga je toch eens buiten de box denken. Zo kun je de auto van je Lief eens wassen. Hij is nu toch al lekker nat. En dan sta je aan het begin van een mooi stukje marktontwikkeling. Op naar Sylvia’s BX14 1400 uit 1989.
Dat is de vijfde BX van mijn Lief sinds 1999. Die kocht ik als verrassing voor haar rijexamen die betreffende dag. Ze was gezakt. De fraaie witte BX was een kale 1400 en hij kostte 1.000 gulden bij een dorpsgarage in Ulft, de bakermat van Auto Motor Klassiek. BXen werden intussen steeds goedkoper. Toen kwam er de kans om een heel mooi exemplaar te kopen. Wat later werd het midscheeps geramd door een medelandgenoot die twee keer door rood reed, mogelijk omdat hij in gedachten was bij het feit dat hij geen rijbewijs had en onverzekerd was.
Bij dorpsgenoot en vriend Theo Terwel werd de BX weer opgeknapt. En uiteindelijk betaalde de tegenpartij. Niet helemaal goedschiks, maar toch… Net daarna kwam er een telefoontje van wat toen Schoot & de Groot was. Paul Schoot vroeg lacherig of mijn vrouw nog steeds niet in een echte auto reed. “Ha! Dacht ik al! Ik heb nog vier wieldoppen voor zo’n ding! Maar er is wel wat mee.” Wat ermee was? Er zat nog een BX tussen de wieldoppen.
De 1400 was van een oude dame geweest. Die was naar haar Officiële Citroëndealer gegaan voor onderhoud en mogelijke reparaties. Die hebberige garagist had zo’n lange reparatielijst bij elkaar gefantaseerd dat de oude dame niet eens meer in haar BX durfde te rijden. Ze had de auto door Paul of Vernon laten ophalen met de opmerking: “Doe er maar mee wat je wilt. Maar hij is levensgevaarlijk. De oude dame kocht bij Schoot en de Groot, inmiddels ‘autobedrijf Schoot’, een keurig gebruikt Toyotaatje.
Met een investering van een krat bier, zes tientjes plus een verse apk, had Sylvia een puike BX. Met schuifdak. De volgende BX was het bewijs dat een laag kilometrage ook niet alles zegt. Zeker niet bij een ‘hydraulique’. Weinig kilometers, stapels en stapels dealerfaturen en de auto was bewezen van een 84-jarige geweest. De man moet het hele garagebedrijf in stand hebben gehouden. Maar de eerste 1000 km ging er van alles mis, los en stuk. Toen alle spierstijfheid er was uitgemasseerd bracht hij ons probleemloos naar Servië en terug. Maar de BX was er eentje van het laatste bouwjaar toen de persmallen al wat moe waren. De extra naden en kieren die daar het gevolg van waren werden af fabriek dapper afgekit. Maar de auto werd heel krokant, te krokant.
De vijfde BX, nu geen witte of zilveren, maar een donker metallic blauwe, werd gekocht bij wat ooit een van de twee BX specialisten in NL was: garage Hesselink in Dirksland. Net als zijn voorgangers kwam ook de donkerblauwe in onderhoud bij garage Berben in Ulft. Toen Peter er mee stopte liepen we Pascal van de Snoekfabriek/BX fix in Buren tegen het lijf. Pascal is net zo’n gedreven en vriendelijke BX-adept als Peter was.
Bij de laatste beurt tikten we zo’n € 800 af. Dat was inclusief draagarmlagers en nog wat klein spul. Een klassieker, een daily driver die je trouw dient voor minder dan € 1.000 / jaar aan reparaties en onderhoud. Waar vind je dat nog? Een inzetbare klassieker die bij verkoop net zoveel opbrengt als dat hij bij aankoop heeft gekost. Ha! Misschien brengt hij wel meer op. Het idee is actueel. Want we weten BX nummer zes al te staan! We dromen zachtjes weg…
Het is een ontzettend leuke trip geweest om een auto zien te veranderen van weggooiartikel tot collector’s item van 10 mille. Dat die ‘journey’ een kwart eeuw heeft geduurd maakt het extra overzichtelijk. De tijd dat je je BX weg deed omdat de tank vullen meer kostte dan de auto waard was is voorbij. Bij Pascal in Buren zijn er al BX blokken gereviseerd. En de restauratieklus die voor een klant nu bijna gedaan is? Die heeft, inclusief de basis BX, bijna 16.000 euro gekost. Maar dat was dan ook een auto waarmee de eigenaar en zijn familie een heel sterke emotionele binding hadden en hebben.
Intussen berichtten we in AMK al heel vroeg over de redactionele BX in de tijd dat mensen dachten dat BX een ziekte in plaats van een auto was. BX rijden begon vanaf ‘Neem alsjeblieft: neem mee dat kreng!”. Daarna had je een ruime keuze tussen de 300-1.000 gulden en wat later dat bedrag aan euro’s. Na nog wat bedenktijd gingen de prijzen van BXen zo tussen de 1.500-2.500 euro. En nu, in 2024 hoef je op Internet helemaal niet meer verbaasd te zijn over BXen met vraagprijzen omstreeks de € 10.000.- Nu zijn dat doorgaans geen sobere 1400’s (die gewoon de verstandigste keuze blijven) maar toch… Zelfs bij Gallery Aldering staat er een perfecte 1900 GT met dubbele Webers op de inkoop zoeklijst. De stationcar uitvoeringen hebben een onvoorstelbaar volume en een lokale diesel break redde het tot 650.000 km. Toen werd hij gespietst aan de dissel van een ontsnapte aanhanger.
Vandaag de dag is de onderdelenvoorziening voor BXen de laatste jaren weer aanzienlijk verbeterd. Citroën BXen zijn daarmee oprecht klassieke, maar heel inzetbare liefhebbersuto’s geworden. Ze zijn niet meer te geef, maar nog niet onbetaalbaar. Koop in verband met de hydrauliek echter bij voorkeur een zo goed mogelijk exemplaar waarbij het op de brug zetten van de potentiële aanschaf eigenlijk een must is. In het vervangen van de hydraulische leidingen gaan namelijk meer uren zitten dan je lief is. En daarom is er soms nogal eens wat lapwerk gepleegd om die kosten te vermijden.

Omdat ik mijn kinderen wilde laten zien waar hun opa vroeger in reed in mei 2023 een BX van 1993 gekocht met een 1.4 benzine motor.
Rijd geweldig. Nu wil een van de kinderen er straks in gaan rijden. Heeft bijna rijbewijs.
Dus,de liefde van opa wordt doorgezet.
Binnenkort LPG er in en lekker goedkoop rijden.
Ik heb 5 (nieuwe) BX’en gehad vanaf 1994. De eerste was
(1e model met “wipschakelaars) een 1600 op LPG.
De volgende was een1900 GT eveneens op LPG. Daarna 2x diesel 1900. De laatste BX was een turbo diesel TRZ en gelijk ook de fijnste. Eigenlijk nooit problemen gehad met deze auto’s afgezien van de laatste “ongeblazen” diesel. Zat een Lucas dieselpomp in die op de vreemdste momenten als een soort turbo ging werken. Onder garantie vervangen door een Bosch pomp en toen waren de problemen over. Allemaal auto’s waar ik nog met plezier op terugkijk.
Tsjaaa. Lucas…. Daar werd veel over gemopperd. Net als over BXsen….
Mijn ervaringen met de BX (en de dealer!) zijn niet zo goed. Ik kocht eind tachtiger jaren een nieuwe BX 16 in de zogenaamde Montreux uitvoering: metallic lak, getint glas, lichtmetalen velgen, enz. Een mooie auto.
Vanaf begin echter startproblemen, extreem hoog brandstofverbruik, onregelmatig lopen of zelfs afslaan ,vaak gepaard gaand met benzinelucht.
Na 9 maanden nog steeds geen oplossing van het probleem ondanks herhaaldelijk contact met de dealer. Soms resulterend in afslepen, dan weer pechhulp of de auto langer achterlaten met een AX als vervanging. Toen contact opgenomen met de ANWB. Die wisten na het noemen van chassisnummer genoeg want probleem was bekend. In die tijd was de katalysator in opkomst en auto’s hiermee uitgerust (Volkswagen en Opel liepen voorop) kregen FL. 1.500,00 subsidie. Bij Citrroen zag men het marktaandeel teruglopen en bij een hele serie reeds geproduceerde auto’s heeft met toen de uitlaat doormidden gezaagd en daar een katalysator tussen gelast zodat op kenteken de auto een katalysator had. Dat het motormanagement bij deze serie daar niet op was voorbereid boeide hen kennelijk niet. Advies ANWB: ga in gesprek met je dealer en leg het vast want met deze auto komt het niet meer goed. Over drie maanden verloopt je garantie en ga je betalen…
Dealer herkende zich niet in dat verhaal … en wilde de auto alleen maar ruilen tegen een occasion BX 14 in crisisuitvoering.
Uiteraard niet gedaan.
Ik had geen zin in juridisch getouwtrek en heb de auto uiteindelijk ingeruild (viel niet mee want Opel, Ford wilden hem niet inruilen) op een nieuwe Toyota. Die Toyota-dealer belde mij na een aantal weken op want hadden een klant maar kregen de auto niet gestart en er hing een benzinelucht rond de auto. Hen geadviseerd om maar eens contact op te nemen met de Citroendealer aan de overkant. Die kennen deze auto namelijk heel goed …
Fantastisch die kat oplossing! Dat had ik alleen van Italianen verwacht! Blijkbaar was het met BXsen net als met paddestoelen: Als je de verkeerde trof kon je er goed ziek van worden. Maar nu zijn de slechte exemplaren inmiddels wel dood en de kinderziekten zijn er uit
En die toyota was jaren goed!
Een paar weken geleden mijn 4e BX bij de snoekfabriek van Pascal gekocht. Een fraaie belgische Biaritz uit 1991, waar vrijwel niets aan mankeert. De 1400 met 75pk trekt de auto prima, met carburateur en handchoke. Geen stuurbekrachtiging, maar dat went al. Maar wel met elektrisch schuif/kanteldak, elektrische ramen, elektrische spiegel, spoiler en trekhaak. En het zit weer ouderwets voortreffelijk in de mooie stoelen. Is weer eens wat ander dan de Toyota Celica die ik 12,5 jaar gereden heb. En lekker zuinig.
En in de tussentijd krijgen wij BX rijders intussen al opgestoken duimen en spontane gesprekken met passanten . Onze BX is trouwens ook in ondedrhoud bij Pascal
Is aaldering arm geworden dat hij een bxje heeft met optie sleurhuttrekken??
Hohooo! Dit is de semi redactionele BX. Een brave 1400. We waren op bezoek in Brummen en hadden hem natuurlijk stijlvol geparkeerd. Een 1400 is wat te weinig voor the Gallery. Maar Nick zoekt actief naar De Pefecte 1900 GT met dubbele Webers
Tè laat, reeds lang gelee gehad en verkocht……maar mijn eerste liefde ging toch naar de Dès, alwaar in ik ook de liefde geleerd heb. in natuurlijk, La Douce France, met ja natuurlijk, een Belle Francaise…..
mijn broer heeft de bezit een bx 1900 cc 4×4
Dat is zeldzam. Naar ik meen heeft Pascal van BX fix/ de Snoekfabriek daar nog wisselstukken voor! Veel plezier in de ongebaande Ardennen!
Vanaf 1991 tot 2000 heb ik er twee gehad. De 1e een 1988 GTI (rood) en de tweede een 1991 GTI16V. Wit
Heel veel plezier mee gehad, zeker die 16V die, nadat ik alle naamplaatjes eraf had gehaald, redelijk anoniem, heel vlot door het verkeer heen ging. Net zo makkelijk met een (behoorlijk te zware) autoambulance aan de haak, keurig vlak door de hydropneumatische ophanging, overal tussendoor schoof. Waarbij het diverse keren is gebeurd dat de snelwegpolitie er naast kwam rijden, grondig inspecteerde, en vervolgens gas gaf. Waarna ik ze een paar kilometer verderop langs de kant zag staan met een auto met een prutskarretje er achter.
Of volgas naar ergens in Duitsland heen en weer. Waarbij je niet gek moest opkijken dat ie in zijn 5 in de toerenbegrenzer en de snelheidsmeter uitliep.
Helaas werd deze na 9 jaar en 225.000 km van achter aangereden, waardoor de achterkant krom was. Kreeg ik nog Fl5500 voor met behoud van het wrak. Een gewone BX was, ook toen al, 2x totall loss geweest.
Daarna toch afscheid er van genomen, en een ander merk gaan rijden. De opvolger Xantia zat voor mij niet prettig.
Dan is er maar 1 mogelijkheid: Snel weer een BX scoren voordat ze onbetaalbaar worden. Je visie op de Xantia herkennen we
Ik ben nu heel gelukkig met mijn BMW E28 535i, waarvoor wij nog een principe afspraak hebben staan Dolf.
ff het goeie weer afwachten! Afgelopen jaar is nogal bizar geweest!Ik mail je
Heb een BX ‘Deauville’ gehad uit 1992.
Best veel aangelast zoals binnenschermen voorzijde en kofferbak. Had mooi interieur van een 1600. Ondanks vele inspanningen om haar in één keer gestart te krijgen, daar is het gehein geeindigd in een zeemansgraf.
Na een slip verdween nl. de BX op een donkere novemberavond een talud af om vervolgens op de kop in het water te verdwijnen.
Mijn dochter belde onder water 112.
Met ons is het goed afgelopen behalve een trauma.
De BX was totallos en moest ik na bijna 16 jaar afscheid nemen
Was een fijne auto. Via een AX alweer 7 jaar een Xsara break uit 1999.
En toch, die BX…
Met een trauma kun je leven. Als dode ben je traumavrij (voor zover we weten) Dus gefeliciteerd! Want het leven kan best de moeite waard zijn. Zelfs zonder BX. Maar een nette, goeie BX is nog steeds betaalbaar. Betaalt zich zelfs terug. Een aantal jaren geleden hadden we het onzalige idee om met een 1976’er Chevy naar Servie te gaan. Aan het eind van de straat brak er een veerschotel aan de achteras. De dikke achterband zat stevig klem in zijn hok. Chevy aan de kant gezetet. BX gepakt. Bagage over geladen en hop, probleemloos Servie op en neer. En later eens uitgerekend wat dat aan bezine heeft gescheeld. De 1400 BX liep zo’n 1 op 14. De 5,7 liter V8 in de Chevy haalde dat niet…
De BX-en van de laatste twee bouwjaren (91 en 92) kun je beter laten staan; kofferbakbodems die krokant zijn is helaas eerder regel dan uitzondering.
Neem er eentje uit de bloeiperiode, dus alles voor 1990.
De 1400 is een kaal instappertje; het 1.4 TU-blokje zien we later terug in ZX en AX.
Voor de BX eigenlijk iets te licht, maar zuinig..
Fantastische voiture, une belle Citroën!
1 op 14, met de additive Yellow Miracle oil bijna 1 op 16. Schiet niet op qua airmiles. Maar voelt wel lekker in de knip.