Sluitingsdatum nummer 11 -> we zijn nu aan het afsluiten
Groter gegroeid
Onlangs zag ik een Triumph Bonneville naast een Triumph Bonneville staan. De ene was een 650 cc Meriden Bonneville (afgetankt iets van 190 kilo). De tweede was een onder de bezieling van John Bloor herboren Hinckley Bonneville van een cc of 1200. Ik zag een ranke danseres en een voluptueuze (ca. 236 kilo) kassière. Een vroege 1000 cc Gold Wing woog droog zo’n 265 kilo. Een nieuwe 1800 Gold Wing? Die weegt er bijna 400.
Ooit zei de toen in Nederland wereldberoemde Japie van King Corn-brood (wit, in een plastic zak, bleef wekenlang ‘vers’): “Ik ben groter gegroeid.” Nou, dat zijn we sinds onze jeugd inderdaad. Dat zie je aan zowat alles.
In de jaren zestig was een 650 cc motor het hoogste der dingen. Alleen de 750 cc Royal Enfield Interceptor en wat 1200 cc Big Twins lieten motorrijders dromen over nog meer cilinderinhoud. Een 250 cc zat aardig hoog in de boom als het over middelzware motoren ging en met een 400 cc Horex Imperator was je toch op zijn minst een dierenarts of volslagen vakman.
Wat lager op de ladder stond de jonge kapper annex postbode Bram Schnabel. Met zijn Sparta met 125 cc Villiersblok ging hij op vakantie. Bram had in de oorlog zijn Lief gevonden. De ouders van de liefde van zijn leven waren Frans. Zuid-Frans. In de tijd dat de wegen nog op hun best ‘rustiek’ waren, ging de vakantie dus naar Zuid-Frankrijk.
Zo’n 125 cc Spartaatje was maar iets groter dan een hedendaagse fatbike. Maar Bram en zijn Marjorie gingen ermee naar de Middellandse Zeekust. Ze hadden een tent en kampeerspullen mee. En hun eenjarige dochtertje? Dat zat veilig klem tussen paps en mams.
Eenmaal ter plekke leek alles beter te begrijpen. De lokale Zuid-Europeaan was in die tijd aanzienlijk kleiner dan de gemiddelde Nederlander nu en woog niet meer dan een paar baguettes. De gemiddelde lengte van een jonge Nederlandse man ligt tegenwoordig rond de 183 cm. Dat verschil merk je als je op een motor van voor 1970 stapt. Voor je het weet, stap je er overheen.
Als we even vriendelijk doorgaan met de tijdreizigerij: de 50-100 cc motorfietsen uit die tijd waren op maat naar hun tijd en doelgroep. Maar de tijden zijn veranderd.
Buiten het feit dat je als bijna 2 meter lange, 200 pond wegende westerling gewoon niet op zo’n Zuid-Europese of vroeg-Japanse motor gezien wilt worden, hebben onze huidige klassiekers doorgaans een heel menscompatibel formaat. Denk aan standaardtoppers als de Honda CB750 OHC’s, de 900 cc Kawa en de vloeistofgekoelde Suzuki GT750. De actuele motorfietsen daarentegen lijken vaak gedacht voor mensen van 2+ meter. Dat is een reden waarom veel oudere motorrijders overgaan tot de aanschaf van een klassieker. Onlangs was de veelgehoorde kreet tijdens een reünie van (ex-)motorbladenjournaille: “Hartstikke mooi, die nieuwe dingen. Maar ik krijg mijn been niet meer over de buddy.”
Het zijn gekke tijden. We krijgen juichende berichten dat er nog nooit zoveel nieuwe motorfietsen verkocht zijn en worden. We krijgen berichten dat zowat alle nieuwe motorfietsen onverkocht blijven staan.
Het venijn zit hem dus blijkbaar in de nieuwe motoren. Koop daarom een klassieker. Die is bijna structureel vele malen goedkoper dan een nieuwe. De exemplaren van voor 1991 zijn daarbij de beste motorfietsen aller tijden, omdat ze nog niet volgelepeld zijn met de meest uitbundige (en storingsgevoelige) elektronica.
Dat lukt je niet met een Gold Wing
Met zo’n 250’er was je de held van het dorp

Heb zelf een honda monkey 125cc aangeschaft, nieuw, dus geen klassieker, het blokje is zowat het meest verkochte ter wereld, heel Azië rijd met die dingen, dus betrouwbaar.
Prachtige motoren op de foto’s. Die Jawa/CZ 150 vind ik echt beeldig. Zelf reed ik in 1966 een Yamaha YDS3. Echt een fantastische motor. Altijd lopen met één of twee trappen, super betrouwbaar, goed remmen, goed sturen en vooral licht en snel! Die zware motoren (boven 200kg) is nergens goed voor. Alleen om te laten zien ‘ik heb de grootste en/of de snelste’. Fijn rijden doe je met een motor ruim onder de 200kg. Sinds kort weer zo’n Yamaha gekocht, met werk aan uiteraard.
Groet, Ötzi
Hou van mijn “moderne” 2001 Bonneville.
Tuurlijk, die oudjes zijn het leukst. Een mooie dikke eencilinder of nog beter, twin van de jaren 50 zijn fantastisch om te zien. Maar mijn “moderne” Bonnie is heerlijk en capabel om zomaar even een weekendje te toeren naar de Ardennen. Power zat en zorgeloos bovendien. Krijg vaak de vraag of hij gerestaureerd is. Mensen kijken dan op als ik zeg dattie van 2001 is. Voor mij de perfecte motor.
Ik doe nog wel eens oldtimer brommerritjes.
Maar ik denk dat de 50cc’s van die tijd, de Kreidlorren en Zundcrapps ook gekrompen zijn.
De baasjes uit die tijd lijken tegenwoordig wel reuzen 🙂 😀 😀
Sinds de aanschaf van een AWO gekoppeld aan een Junak-zijspan om met m’n zoon te kunnen ploeteren door de modder en tokkelen over buitenweggetjes, heb ik een zwak ontwikkeld voor kleinere motorfietsen.
Die vroeger als muildier werden ingezet in het dagelijkse woonwerk verkeer van Jan met de Pet.
Dus toen ik een berg oud ijzer kon kopen voor een drol en twee knikkers, met de (voor mij) onbekende naam Salira (of Lion Rapide SA), was de koop snel gesloten.
Een Belgische Sparta, zo mag je dit merk best noemen, want ook het Engelse Villiers motorblok werd door beide merken gebruikt.
Lekker knetteren met een ouderwets langeslag tweetakt van, jawel, 8 pk…geweldig.
“Wie het kleine niet eert,…”
Ben motorrijder sinds 1969. Van alles gereden. Vermaak me nu nog op binnenweggetjes met een 125 cc Gilera.