Een plaatselijke opklaring: De Zündapp KS 100

Auto Motor Klassiek » Motoren » Een plaatselijke opklaring: De Zündapp KS 100

Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart

Automatische concepten

Na de Eerste Wereldoorlog begon de voormalige Zünder- und Apparatebau GmbH van Fritz Neumeyer in Neurenberg in 1921 met de bouw van motorfietsen met de merknaam Zündapp. De eerste vijf machines waren replica’s van de Engelse Levis. Vanaf 1922 begon Zündapp zijn eigen ideeën in massaproductie te brengen.

Eerst waren dat ‘dienstfietsen’, gemotoriseerd vervoer voor de massa die nog geen auto kon betalen. Zo omstreeks WOII maakte het bedrijf viertakt-boxers, maar vanaf de jaren zestig werd het feest; Zündapp sloeg mondiaal toe in de 50–100 cc-klasse. Later kwamen daar zelfs nog 125 cc-krachtpatsers bij.

Maar de KS 100 die in mijn jeugd het dorp onveilig maakte? Die metallic blauwe eencilinder tweetakt met zijn anorex getailleerde volle kuip en het allersmalste M-stuurtje? MOOI II!!!

Techniek en constructie van de Zündapp KS 100

Kenmerkend voor het merk was het spuitgietaluminium achterframe met centrale, stalen bovenbuis, waarmee Zündapp in 1956 met de 423 was begonnen. De productiewijze was duur, maar legendarisch solide. De KS 100 van de tweede serie had 98 cc en leverde een indrukwekkende 10 pk bij 6800 toeren. De gemeten topsnelheid was 93 – op de teller ‘meer’ dan 100 – km/u. Deze serie begon met vier-, maar kreeg later vijf versnellingen. Hij had de bekende ‘buffeltank’. Zijn bijnaam, net als die van de C50 Sport-bromfiets uit ’68 die ook zo’n tank had, was ‘klotenstoter’. Later kwam er de ‘flappentank’ die ook een versnelling meer had. En natuurlijk had de Zündapp KS100 veel stoerder velgen en remmen dan de brommers. Het voorwiel van de KS100 met de grote trommelrem? Dat was de Heilige Graal voor Zündapp-bromfietspiloten.

De vermogensrace

De eerste KS100-serie ‘liep’ van 1963–1966 (100 cm³, 8,2 pk, 4-bak, 90 km/h) en werd dus niet eens zo lang gemaakt. Hij had nog de intussen al oubollig ronde jaren vijftig/zestig lijnen. De tweede serie, de KS 100/II (Typ 518, 10 pk, 5-bak, 100 km/h) is verkocht van 1969-1973 en had al een veel strakkere look. Maar zijn verschijnen in wat het eind van het motortijdperk leek – iedere arbeider had intussen immers al een autootje – heeft ook niet tot enorme productieaantallen geleid. De latere modellen met de strak laag gestylde ‘flappentank’ hadden vijf versnellingen.

Waarom de Zündapp KS 100 nog altijd geliefd is

Maar ook als originele motor overtuigde de Zündapp KS100.

Hij was comfortabel, betrouwbaar en had voor zijn tijd een goed weggedrag. En dan dat motorblok! Dat leverde prestaties en bleef heel! De blokken waar wij aan het prille begin van onze volwassenheid al met een scheef oog naar keken, omdat ze zo mooi in een crosser vielen te bouwen, waren robuust maar sportief. De grote, hoge ‘breitwand’ cilinder was een statement van jewelste.

De glad afgewerkte carterdelen, veelal met zilvergrijze 2K-lak afgewerkt, waren en zijn een lust voor het oog.

Intussen zijn de prijzen voor Zündapps helemaal van de gekke. En de liefhebbers van het merk zijn enorme vrijdenkers als het op originaliteit aankomt.

Maar een gave, originele KS100?
Dat is nog steeds een machine om heel hebberig van te worden!

(Hieronder staan nog wat foto’s.)

Een plaatselijke opklaring: De Zündapp KS 100
Een plaatselijke opklaring: De Zündapp KS 100
Een plaatselijke opklaring: De Zündapp KS 100
Een plaatselijke opklaring: De KS100

Schrijf je in en mis geen enkel verhaal over klassieke auto’s en motoren.

Selecteer eventueel andere nieuwsbrieven

3 reacties

  1. Hoi, gekocht na mijn BSA A7 van 1956, vergissing als je van een 500 pot afstapt moet je niet op een 100 ceeceetje gaan zitten. Ik kocht de KS100 nieuw in 1969 voor 999 echte guldens. Het werd mij eigenlijk afgeraden door het Motorpaleis want de RD 100 van Yamaha was volgens hun beter. Waarom dan toch de Zundapp, nou ik vond hem gewoon mooier! Hij had nog het broodje cilinder en volgens mij 4 versnellingen. Hij was zoals jullie hem omschrijven, probleemloos leuk sturend en met volle kuip liep hij wel 104 echte kilometers. Maar ja het was toch in mijn belevenis maar een brommer dus ingeruild voor een 1957 Norton 88, He he weer thuis😜

  2. Helaas, helaas…. Ik heb nooit een KS100 gereden. Maar wel een ‘valse’ KS50. Daar zat gelúkkig al een verrekte grote trommelrem voren in. En dat ding stopte het geweld prima.
    Omdat in onze brommerclub er eentje wat ouder was, had hij een nieuwe KS80 gekocht. Het duurde niet lang voordat hij dat ding plat reed. Het blok had het overleefd en was ter beschikking. Met echt minimale aanpassingen paste dat onder mijn KS50. Voordat het gemonteerd werd, werden de poorten van de cilinder wel volgens pittige inzichten ‘bemind’. Daardoor liep dat ding een ruime 100 km/uur waarbij de naald al lang roerloos tegen de aanslag plakte. Dat deed ik één keer. Daarna niet meer spannend. Niet zoals de wet het bedoeld had maar wel veel schik mee gehad. Het was een mooie reisgezel waarmee ik mij netjes aan de snelheid hield. Trekkracht, daar ging het om. Oh ja, met 1:35 aangenaam zuinig ook. Inmiddels alweer bijna 45 jaar geleden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maximale bestandsgrootte van upload: 8 MB. Je kunt uploaden: afbeelding. Links naar YouTube, Facebook, Twitter en andere diensten die in de reactietekst worden ingevoegd, worden automatisch ingesloten. Bestanden hier neerzetten