Sluitingsdatum nummer 12 -> we zijn nu aan het afsluiten
Een herinnering
Frank Pekaar van de TOCN? Die moet ik al bijna 50 jaar kennen. Frank is nog steeds Triumphrijder. Er werd onlangs overpeinsd…
Ooit had ik een serieuze verkering succesvol beëindigd. In die relatief korte periode was gebleken dat een motor hebben goedkoper is dan verkering hebben. Want na het definitieve afscheid had ik centjes voor het grootste deel van een Yamaha XS650. In die tijd hoorde je ‘Davy’s on the Road Again’ van Manfred Mann regelmatig op de radio. Op weg naar Hilversum, naar Van de Kuinder, balkte ik blij van zin ‘Dolf is on the road again’.
Tijdens het wachten op een oliefilter zag ik achter in de zaak een beeldschone motor: een Triumph T150V. Die ontdekking kwam bij het betalen van het oliefilter ter sprake. Daarbij bleek Nico somber realistisch. “Ik heb hem ingeruild, maar durf hem eigenlijk niet te verkopen. Die dingen zijn net zo slecht als dat ze mooi zijn. Net als al je vrienden jaloers kunnen zijn op jouw verkering met het mooiste meisje, terwijl jij weet dat ze altijd hoofdpijn heeft en niet kan koken.”
Het gesprek kabbelde prettig door, maar Triumph, de Triumph, begon als een rode draad door het verhaal te lopen. Tot op het moment dat Nico zei: “Ik wil hem wel ruilen tegen je Yamaha, maar dan wil ik je nooit meer in Hilversum zien.” Ik maakte de deal rond met een nieuw XS-luchtfilter en had een T150V.
Daar ging het in de regen op de Gijsbrecht van Amstel al direct mis toen ik een noodstopje moest maken. Dat was de snelste manier om te leren dat schakelen aan de Japanse kant niet universeel gangbaar was.
Niet alleen tot mijn verrassing bleef de T150 het prima doen. Waarschijnlijk scheelde het in de woeste seventies dat ik het blok altijd op temperatuur liet komen en dat ik mijn vriendjes op CB750’s, Waterbuffels en meer van dat spul hun eigen tempo liet bepalen. Ik reed nooit sneller dan 130 km/h. Olie verversen (en kleppen controleren) deed ik om de 2000 km. De vonkjes kwamen van Rita. Lucas RITA. Die ontsteking trok een hoog startamperage en vroeg altijd om een topfitte accu. Niks aan de hand.
Via Frank Pekaar kwam ik in contact met de TOCN. Ik ben niet zo’n verenigingsmens. Maar met gelijke zielen onder elkaar ging het prima. Aan mijn Triumphtijd heb ik de beste herinneringen, waarbij een trip naar de Britannica Rally een topper was. Het zachte herfstlicht over de vers geploegde Britse akkers… Mooi! O ja: er speelde ook nog een gepassioneerde liefdesrelatie waarvan ik leerde dat passie prima spul is, mits met mate geconsumeerd. Een solotrip naar Engeland in mei liep verrassend. Het regende. Enorm. Een verschrikkelijke hagelbui teisterde man en motor. Maar de Britten bleven even hartveroverend als altijd. Het bezoek aan een ‘museum’ waar een heel dorp met inwoners was opgebouwd, veroverde mijn hart, omdat alle smaakvol geklede dorpsbewoners opgezette cavia’s waren.
Het weer werd zo beroerd dat ik de nachtboot naar Calais pakte. Natuurlijk werd de Triumph de eerste veertig kilometer warmgereden. Maar daarna ging het door de natte nacht naar huis met constant 160 op de klok. Thuis spinde de driecilinder als een tevreden kat. Een dag later bleek hij een kater te hebben. Wat meetwerk leerde dat de compressie en oliedruk ergens tussen Calais en thuis waren overleden. In overleg met Postma in Haarlem – waar toen nog een heel jeugdige Mister Jim werkte – werd er besloten het blok daar te brengen. Ze hadden nog nooit zo’n door en door versleten blok gezien. De revisie kostte serieus geld. Maar de T150 was als herboren. Ik was er weer heel blij mee, tot iemand me er – naar mijn idee – heel veel geld voor bood. Heel veel later kocht ik een Hinckley 750 Trident. Plaatmooi. Maar voor mijn gevoel te hoog en te zwaar. Met een stel Red Cap Dunstall Decibel-dempers klonk hij boven de 9000 tpm als een jong zeehondje dat direct uit de diepvries met een motorzaag werd gefileerd. Zoveel toeren zijn nergens goed voor. Gelukkig zaten de originele dempers erbij.
Mijn Triumphtijd lijkt voorbij. Maar met de liefde is het allemaal goed gekomen.
Intussen rijd ik nog steeds. Niet meer op Triumph, maar de afgelopen dertig jaar zijn gevuld geweest met Guzzi’s en Urals. Maar als ik eerdaags nog een nette T150 tegenkom…

Dolf
Ik heb nog heel mooie T150 staan.
Als je nog eens op eentje wilt rijden, kan dat altijd.
Reinder
Grappig, dat heb ik ook met triples.
Maar dan die van Yamaha; ook daarvan werd gezegd dat ze slecht waren, maar dat viel na de snelle modificaties reuze mee…al was het kwaad reeds geschiedt.
Vele motoren hebben de revue gepasseerd, maar het bijzondere karakter en geluid van de 120⁰ triple blijven aanstekelijk.
Mijn 2D/G hybride ‘Kamikaze’ is al dik 20 jaar een trouwe stalgenoot en gaat nooit meer weg..come what may.