Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart
Een gesprek met Hugo…
Hugo Pinsterboer is een goede bekende van me. Hij is bovendien de hoofdredacteur en mediaman van de MAG, de Motorrijders Actie Groep. Hugo schrijft. Interviews, columns, rubrieken, websites, boeken en liner notes. Teksten voor artiesten, voor audiofielen, autoliefhebbers, acupuncturisten, anesthesiologen en de rest van het alfabet. En dan maakt hij er nog foto’s bij ook. En hij musiceert.
Maar als we elkaar spreken, gaat het nogal vaak over… motorfietsen & motorrijders. In ons laatste gesprek hadden we het erover hoe de motorwereld is veranderd. Hoe wat vroeger ‘gewoon’ was, nu als nogal extreem wordt ervaren. Zo is het nu niet erg gangbaar meer om met een pils of vijf in je mik de peuk van je joint weg te schieten en de motor te starten om maar eens naar huis te gaan. Onverschillig het weer of het seizoen.
Een herinnering uit die tijd
Als het sneeuwt, écht sneeuwt, dan bellen we elkaar. En zo stonden er weer vier zijspannen startklaar op de Hoge Venen, waarvan we over vijf jaar zullen vertellen dat er anderhalve, twee meter sneeuw lag. Een Guzzi met Hollandia-bak. De BMW GS met Heelerspan stond arrogant, met nuffig omhooggetrokken spatborden, boven de noppenbanden naast de Ural en de Dnepr. Die Russen overschreeuwden hun gedateerdheid met echte spijkerbanden, die in Polen op een onduidelijke beurs gescoord waren. De Dnepr met zijn aangedreven zijspanwiel maakte daarmee een hels lawaai over het wegdek. De eigenaar meldde blij dat hij nu eindelijk zijn kleppen niet meer hoorde.
We draafden dapper door de meest zuivere Disney-landschappen. De BMW-combinatie moest twee keer uit de berm en een keer uit een greppel getrokken worden. De oranje polypropyleen sleepkabel contrasteerde mooi tegen de sneeuw. Tijdens de trekactie knalden de spijkers bozig uit het rubber en zoemden nijdig weg.
De olie die gestaag uit de zijspanwielaandrijving lekte, contrasteerde ook prettig. Erfhonden blaften vriendelijk. Door de verse sneeuw pionierende tweevoeters zwaaiden, onder de indruk van ons vertederende heldendom.
De zijspanwielaandrijving ging stuk en werd losgekoppeld. Bevroren vingers bleken minder pijnlijk dan koude handen. Door de kou op de blaas weten we nu het antwoord op de vraag: “Bestaat er gele sneeuw?” Ongelooflijk hoe lang het duurt voordat je je kleinste vriend achter alle kledinglagen hebt weggelokt trouwens.
Na een stop in het bijna geheel onder gletsjers verdwenen Monschau wankelden we, vol hete chocomel en dubbele croques, naar buiten. De chocomel hadden we verrijkt met een scheut rum uit de eigen heupflacon. Kameraad E vertelde over zijn studietijd en liefdesleven. Tussen studie en lief lagen twee provincies. Op zijn 90 cc Honda verliet hij vrijdag zijn studentenkamer. Ook bij min zoveel. De kleding was indertijd nog niet zo best. Kranten voor de borst en zo tegen de kou. Maar het geheime wapen om de kou te trotseren: een literfles jenever in de binnenzak. Een literfles waaruit een benzineslang naar E’s mondhoek liep. Telkens als de kou hem te veel werd, nam hij een paar teugjes… Hedendaagse motorrijders drinken Spa Rood. En roken doen er ook veel niet meer.
Intussen weer buiten zette een duidelijk oma/opa-koppel net een kleinkind op de Dnepr. Pubers en adolescenten die dat doen, worden getuchtigd. Kleinkinderen komen ermee weg.
De oma bleek van huis uit Oekraïens. Net als de Dnepr. “Ach, u komt ook uit Oekraïne? Dat is leuk. Kent u Andrey Ruban uit Cherkassy?” Veel Chocomel drinken maakt wat flauw. Andrey – Andrew – is een oude bekende. Hij handelt sinds de instorting van het communisme in voormalige staatsgeheimen. Google hem maar.
De oma sloeg haar handen voor haar indrukwekkende boezem in elkaar. Ze sprak met het accent van een meisje dat in een James Bond-film een Russische spionne moest spelen. “Ja, natuurlijk ken ik Andrey, hij is de jongste zoon van mijn oudste zuster! Hij heeft ook motorfietsen! Hij woont dertig kilometer bij mijn zus vandaan.”
En dan valt je de mond los daar in Monschau. Dertig kilometer is niet veel wanneer je een gokje doet op zo’n schaal. We gingen maar weer naar binnen. Bijpraten met onze nieuwe oma. En als we een keer in de buurt zijn van oma Irina’s zus, dan hebben we er een slaapplaats. Geen probleem. En Irina’s zus heeft een huwbare dochter. Beeldschoon! En intelligent!

Tja, mooi avontuur,ook wel eens zoiets meegemaakt, maar ja, Dolf maakt er iets moois van!
Geweldig verhaal weer Dolf. Alsof ik er middenin zit.
Van die winterkleding…
Een aardig aantal decennia geleden had ik een lief die een vijftig kilometer verderop woonde. Mijn vervoermiddel, mijn Honda C310. Een lange onderbroek, lange broek, hemd, dik vest, een overall er overheen en voor de borst een pak kranten. That did the job! De beenkappen en het windscherm waren onmisbaar. Echter met dik tien graden onder nul hoefde ik bij aankomst niet tegen de kachel te ontdooien. Tja, mijn vingers deden tien minuten zeer en dat was het.
In de 90er jaren werkte ik over de grens in Bratwurstland. Zo’n 38km enkele reis. Zonder beenkappen maar met thermokleding en het leren motorpak ben ik enkele winters bij -12 en lager gewoon naar de baas gereden daar. Nadat de accu van Blauwtje te zwak bleek om een zowat bevroren fiets ‘s avonds weer aan de gang te slingeren, moest ik op de kickstarter stampen. Zo was ik al aardig warm als de motor nog moest opwarmen…. Toen ik dat zat was parkeerde ik hem voortaan in de warme pershal. En daar was het starten en lopen. ‘S morgens bij aankomst maakten mijn collega’s meestal al de poort voor mij open als ze mij zagen komen. Terwijl ik hem naar binnen reed klonk het dan: “Und Chef, kalt was, auf der Gummi Kuh, oder?” Meestal kon ik slechts nog knikken want van de koude was mijn mond onbeweeglijk geworden. Dat waren nog eens tijden. Oh ja… ik trakteerde mijzelf wel op een origineel setje handvatverwarming. Een verademing! Glad of niet, ik reed. Dat doe ik tegenwoordig niet meer.
Hihi, weer helemaal Dolf, bedankt!
Fantastisch verhaal weer Dolf, genieten..