Sluitingsdatum septembernummer -> 21 juli
De ton was vroeger een wereldprestatie
Het Ton-up-gebeuren is tijdens de hoogtijdagen van de Britse caféracers ontstaan. Er werd juichend over gesproken als een motor en zijn berijder de ‘magische ton’, oftewel 100 mph (miles per hour), haalden. Die ton duurde meestal maar kort wegens het overlijden van het motorblok en/of de motorrijder.
De ton waar we het hier over hebben? Dat zijn 100.000 (redelijk probleemloos) afgelegde kilometers met hetzelfde motorblok.
Zo in de jaren 50 en 60 was het niet ongewoon dat een cilinderkop na 10-15D km aan de beurt was. Het draaiende gedeelte daaronder kwam nauwelijks boven de 40-50D km uit. De zorg voor die onderverdieping kwam voornamelijk door de toen minimale oliefiltering en de kwaliteit van de toenmalige motorolie. Zwerfvuil in de olie werd doorgaans met een soort theezeefje uit de stroom gevist. En alles wat kleiner was dan de gemiddelde zwerfkei liep vast in de zogenaamde slingerringen op de krukas.
Die slingerringen vingen de vanaf het big-end komende olie af in een scherpe U-bocht van een ronde stalen plaat met een omgekrulde kant. Door de centrifugale kracht werden vuildeeltjes ‘in de U’ gedrukt. Totdat de U vol was. Daarna week het kleine ongerief uit richting big-end. Weer kort daarna was het einde verhaal voor het blok. BMW hanteerde het systeem. Op de Moto Guzzi V7 werkte het ook, mits om de ca. 40D km gereinigd. Voor onze klassiekers, die met veel betere olie gesmeerd worden, is die 40D gewoon een tussenstap richting de ton. Voor het reinigen van die ‘sludge trap’ moest trouwens wel de krukas uit het blok.
In de bovenverdieping, cilinderblok en kop(pen), klepgeleiders, tuimelaars en kleppen, zat hem de zaak in de metallurgische hoek. (Verbaasde vraag van een vrij goed Nederlands sprekende Française: “Wat is een ‘lurg’?”)
Heel veel van de hedendaagse techniek heeft zijn oorsprong al vroeg in de vorige eeuw. De winst zat hem in veel betere materialen, bewerkingen en (na)behandelingen. En dus in veel betere oliën en oliefiltersystemen met filterpatronen.
De veel kortere standtijden werden vroeger dan weer een soort van goedgemaakt door de simpele opbouw van motoren van toen. Die maakte dat heel veel werk thuis gedaan of in elk geval voorbereid kon worden. En een gedemonteerde cilinderkop ging op het boodschappenrekje achter op de fiets naar het plaatselijke motorrevisiebedrijf. Dat plaatselijke motorrevisiebedrijf zat overigens in de buurt van het lokale bedrijfje waar het opnieuw wikkelen van startmotoren en dynamo’s de bron van inkomsten was. Voor gescheurd (tot aan frames aan toe) of gedeukt plaatwerk was er ook een specialist: de smid.
Tegenwoordig kan alleen het controleren en stellen van de kleppen tot € 1.200+ oplopen.
De Moto Guzzi V7 (vanaf 1967 te koop) was al op papier een doorbraak. Want in het Programma van Eisen van de opdrachtgever, de Italiaanse overheid, stond dat de krachtbron 100.000 km zonder serieuze problemen moest aankunnen. Tot kort daarvoor waren het de BMW’s uit de /2-serie (de machines met die eigenwijze Earles-voorvorken) die het bij correct onderhoud vaak ver brachten.
Met de Honda CB750 Four en de Gold Wing werd het halen van de volle ton eerder vanzelfsprekend dan uitzonderlijk. En nu is de aanschaf van een motor met 60-70D kilometer op de klok vrij probleemloos als die kilometers gedocumenteerd zijn en als de verkoper geen waanzinnige blik en geen tattoo met ‘I am the fastest biker’ op zijn voorhoofd heeft gestencild.
Kijk bij motoren met een serieuze kilometerstand – ook als het klassiekers zijn – eerst naar de algemene staat. Daarna naar de eigenaar. En houd je vast aan de kreet die dus niet alleen voor Harley-eigenaren opgaat: een motor is net zo goed als zijn laatste eigenaar.

Tja, mijn BMW F650 GS kocht ik letterlijk op de hoek vd straat van een soort van student die het ding op diezelfde hoek parkeerde bij gebrek aan passende stalling.
Hij wilde iets anders proberen.
Rondje mee gereden, ding maakte geen overmatige herrie bij 83000 km en was niet duur, dus de gok maar gewaagd.
Overgeschreven, gestart en naar het schip gereden.
Op wat vage willekeurig optredende electrische problemen na doet ie het prima.
Die ik na wat plastic verwijderd te hebben aardig onder controle gekregen heb, incl een aansluiting voor een acculader.
Buiten slapen was ie gewend en dus zag ik niet de noodzaak om daar verandering in te brengen.
Binnenkort mag ie zijn eerste zeereisje meemaken, gewoon aan dek.
En dat ie bij aankomt gewoon start..
Komende zomer gaat ie een onderhoudsbeurt krijgen aan dek.
Nieuw oliefiltertje en verse olie en zo.
Nieuw luchtfiltertje heb ik ook, maar na een blik bleek de oude nog brandschoon.
Soms heb je geluk…
Als de spiegels van de 550 zijn verlengd dan zou het mijn oude liefde weleens kunnen zijn .
Mijn XS triple uit ’80 heeft de 160K nèt aangestipt, en het blok heeft welliswaar wat olieverbruik…maar voor Yamaha-begrippen verwaarloosbaar.
De zijkleppers in uniform zitten op een kleine 15K (miles) na revisie, die kunnen ook nog wel effe.
Alles valt en staat met onderhoud, en de manier waarmee er gereden wordt.
Ik ken iemand met een R6 waarvan het blok rammelt en klappert terwijl er net 25K op de klok staat, maar het arme beestje wordt als een muildier mishandeld..
Sommigen krijgen álles kapot…
Het verhaal schetst goed hoe de kwaliteit van de motorblokken destijds was, hoe erg de levensduur afhing van goed onderhoud en verstandig gebruik(goed warmrijden voorafgaand aan serieus belasten) etc. Bij aankoop van een klassieker is de historie zelden volledig, met name hoe de vorige eigenaren ermee omgesprongen zijn. De “blauwe ogen” van de verkoper zeggen helaas niet alles: enige tijd geleden kocht ik een Honda XBR 500, krap 40.000 km op de teller, optisch in prima staat. Al rijdend was er van alles op aan te merken over correcte afstellingen van remmen, koppeling, carburateur, klepspeling en wegligging. Na corrigeren naar meest recente fabrieks specs liep en stuurde de motor als herboren. In mijn zoektocht naar zo’n XBR was dit exemplaar nog de best rijdende tijdens de proefrit. Een van de verkopers die ik daarvoor trof reed zelfs op een prachtige Velocette: op grond daarvan mocht je aannemen, dat die oog had voor correcte afstellingen… Ik heb zijn XBR destijds maar laten staan toen.
Mooi verwoord Dolf,mijn weliswaar geen klassieke Moto Guzzi Stelvio van 2009 heeft er nu ruim 100 000 km op zitten zonder noemenswaardige problemen.daarvoor een 1000 SP die ik met 180000km heb ingeruild op deze.bij 125 00 km koprevisie en nieuwe cilinders en zuigers .Honda CX 500 van 1981 ook vanaf nieuw ruim 180 000km ook bij deze koprevisie nieuwe zuigerveren en mechanical seal vd waterpomp bij ongeveer 120 000km toen verkocht.