Sluitingsdatum oktobernummer -> 18 augustus
De sloop. Herinneringen en verloren klassiekers
Een bericht van Thomas bracht mooie herinneringen naar boven. En vragen. Mijn kameraad was met zijn kinderen naar een sloperij geweest vanwege een zoektocht naar onderdelen. En hij vertelde mij daar enthousiast over. We deelden een aantal ‘sloopherinneringen’. En dat niet alleen: we spraken ook over auto’s die op hun laatste rustplaats staan als donor, als afgeschreven, als leverancier voor dat ene onderdeeltje dat je voor jouw klassieker of youngtimer zoekt.
Het blijft iets magisch, een sloperij. Tegenwoordig wordt dat vaak netjes een ‘demontagebedrijf’ genoemd en wordt de link met ‘hergebruik’ of recycling gelegd. Dat mag, dat is logisch. De rol is veranderd. Er zijn tal van onderdelenlijnen die vergaand ontmantelde auto’s van demontagebedrijven in stukjes aanbieden (lees: onderdelen) en een zoektocht online makkelijk maken. De sloop lijkt daardoor echter ook steeds meer een klank uit het verleden. Het verrassingseffect van precies dat juiste onderdeel op de auto zelf vinden: het wordt steeds zeldzamer. Net als de uit het straatbeeld genomen collectie, waarvan de restanten wachten op een tweede leven in een andere auto. De sloop is een vrijplaats voor autoliefhebbers en autoliefhebbers in de dop. Nog steeds.
Als jochie kwam ik graag op terreinen met afgedankte en niet meer voor de weg geschikte auto’s. Wat mij fascineerde was dat ze ooit nieuw waren verkocht, ooit in showrooms stonden en ooit een garantie voor een fabrikant vormden om de centen in het laatje te krijgen. Modellen, die op het moment dat ze het demontagestadium bereikten al lang niet meer nieuw verkocht werden. Ik nam graag plaats in zulke autootjes, en mede daardoor ontstond- ergens aan het einde van de jaren zeventig- een heel groot zwak voor de Fiat 600. Hij reed niet meer, dat kon niet meer. En was niet in handen van iemand die op zaterdag met liefde de spons, water, zeep en de droogdoek aanwendde om de auto weer fris de nieuwe week in te laten gaan. Kortom: je kon en mocht ongehinderd plaatsnemen achter het stuur, en de fantasie over jouw eigen eerste auto de vrije loop laten. Magisch.
Minstens zo mooi was de tijd dat ik als (beginnende) tiener met mijn maatjes nog wel eens een sloperij in de buurt bezocht. We praten over de vroege jaren tachtig, en toen begon ik mij ook af te vragen hoe het mogelijk was dat een Fiat 131 (een 1300, tweedeurs, donkerblauw, ik weet het nog precies) binnen vijf, zes jaar al zo slecht in zijn plaatwerk zat. Dat gold ook voor andere auto’s, die de leeftijd van tien jaar zeker nog niet hadden bereikt. Met de wetenschap van nu, waarbinnen menig auto moeiteloos de vijftien jaren overleeft, zie je dat er veel verbeterd is. En een leuke Focus uit 2011 of 2012 met een aantrekkelijke uitrusting, honderd procent dealeronderhoud, een fraaie staat en een fijne kilometerstand verwisselt nog voor behoorlijke bedragen van eigenaar. En zo zijn er tal van voorbeelden.
Misschien is die langer geworden levensduur wel de reden, dat je vandaag de dag zomaar een rijtje 106 of 205 exemplaren kunt aantreffen die allang de sloopstatus hebben gekregen. Of Golfs uit de tweede generatie. Auto’s, die nog aardig vertegenwoordigd zijn in het straatbeeld en daardoor minder interessant zouden kunnen zijn. En ondertussen steeds geliefder worden én je laten beseffen dat de tijd zo snel gaat. Alsof ze gisteren nieuw werden verkocht, of als jong gebruikte auto. Totdat je ze ziet, en weet dat ze al verder zijn dan de beginnende klassiekerstatus. En daarmee ook op de sloperij klassiek worden, want daar zullen ze niet zo snel meer worden aangeboden. Vanwege populariteit, vanwege waardestijging, en vanwege de liefde voor vroeger.
Vroeger was de sloperij het eindstation van een auto. Tegenwoordig is zij steeds vaker een tussenhalte. Toch blijft het gevoel hetzelfde. Achter ieder wrak schuilt een verhaal. Van vakanties naar Frankrijk, woon-werkverkeer, de eerste autorijles, gezinsuitbreiding, de eerste deuk en uiteindelijk de laatste rit. Misschien verklaart dat ook de aantrekkingskracht van een sloperij. Je kijkt er niet alleen naar auto’s die hun beste tijd hebben gehad. Je kijkt ook naar een stukje geschiedenis, naar herinneringen op vier wielen.
En terwijl de namen veranderen van sloperij naar demontagebedrijf, van sloop naar recycling, verandert één ding niet. Tussen al die afgedankte auto’s blijft de liefhebber zoeken. Soms naar een ontbrekend onderdeel. Maar minstens zo vaak naar een stukje van vroeger, dat nooit gedemonteerd wordt, maar als warme herinnering blijft bestaan.

Bij GAOS ook heel vaak geweest, ook bij Kleinstra in Nagele, maar daar mag je ook niet meer op het terrein zoeken, jammer!
In Ouderkerk a/d Amstel stond in de jaren ’70 van de vorige eeuw een autosloperij ergens aan een boerenweg. Daar was ik op zoek naar een knipperlichtglas voor mijn Ford 15M.
Terwijl ik daar rondliep op het terrein zag ik enkele accu’s op z’n kop staan, waardoor de inhoud zijn weg naar de grond vond en het zou me niet verbazen als de oude motorolie op een zelfde manier “werd opgelost”.
De eigenaar had een knipperlichtglas voor me voor 500 gulden, daar kreeg ik dan gelijk de hele auto erbij. “Prima auto, mankeert niets aan”, kreeg ik te horen. Ja, ja. Toch maar laten staan.
Enkele jaren later was het einde oefening voor dit bedrijf en werd het hele terrein gesaneerd.
Ik had een Ford Cortina mk 2 van 69, waarvan het stuurhuis kraakte. Bij alle Cortina’s op de sloperijen hetzelfde , kraakten allemaal en een nieuw stuurhuis koste meer dan 400 gulden, toen een hoop geld. Tot ik na maanden zoeken op een sloop een goed stuurhuis vond en deze voor 20 ! Gulden kon meenemen.
Ook haalden we bakken en complete motoren op de sloop, ooit een maand op zoek geweest voor een motor voor een Vauxhall Viva van 67, allemaal uitgelopen big end lagers.
Uiteindelijk voor 100 gulden een blok gevonden die met toevoeging van STP redelijk normaal liep. Mooie tijden.
Langs de Schie lagen er vanaf Delft richting Rotterdam, 3 sloperijen. Om je weg te vinden tussen de stapels wrakken moest je soms over een olieplas heenspringen. Toen van mijn Rekord P1 ’58 voor de 2e keer het belhuis was gescheurd, had ik de moed opgegeven en verblijdde ik de 2e sloper op de rij met een een nieuw rijdend wrak. Vanaf de weg liep de toegang naar de sloper met een vrij steile helling. Op die helling sputterde de 1,5 liter motor wegens de laatste druppels peut. Dat noem ik nog eens een voltooid leven.
Ben daar vroeger vaak geweest, bij de autosloperij van Joop de Groot. Je kon daar heerlijk struinen, op zoek naar een onderdeel. Heerijke tijd was dat, de 60er jaren.
Ja geweldig die sloperijen vroeger! Ik heb er nog heel wat goede herinneringen aan. Op een dag in begin ’70er jaren was ik bij een sloperij in Westervoort voor 2CV onderdelen. De man had inderdaad wat voor me. Bij het afrekenen zag ik verderop op het terrein een ongekend fel vuur branden. Ik vroeg de sloper hoe dat zo fel wit kon branden. “O dat”, zei hij “ik had nog een paar oude, kapotte carters van een Porsche die heb ik maar in de fik gestoken”. Waarschijnlijk waren dat carters van een soort magnesium, net zoiets als wat in de flitslampjes zat vroeger.
Groet, Ötzi
In de loop der jaren heb ik best wat bezoekjes aan een sloperij gebracht. Ja, toen heetten ze gewoon nog sloperijen. Als ik een onderdeel zocht, zo ging ik eerst even naar de sloop, kijken of ze het daar hadden. En zo reed mijn oude Golf I rond met een aantal onderdelen van de sloop. Complete achterremmen, stabilisatorstangen maar ook een 5bak die de oude 4bak verving. Soms moest ik het maar zelf van een auto halen, soms kwam het al heel netjes uit een rek. Vooruitstrevend, zo zou ik zeggen. De herinneringen aan de sloperijen zijn divers. Zo stonden er ook wel eens auto’s waarvan de stoelen onder het bloed zaten. Van sommige auto’s werd mij dan respectvol verteld dat iemand zwaar gewond was geraakt maar ook meer dan één keer dat er een levenloos lichaam uit een betreffende, gruwelijk aan gort gereden auto gehaald was. Ook herinner ik mij een nog prima ogende auto waar een lijkenlucht maar niet uit te krijgen was en die van lieverlee uiteindelijk maar naar de sloper gebracht was.
Een lollige herinnering was dat ik een handpompje voor het brandstoffilter van mijn diesel zocht. Alle Golfjes op sloperijen in de omgeving nagelopen en allemaal waren ze leeg geplukt onder de kap. Verder weg in een hoek stond er ergens nog eentje. Men een wanhopige zucht van ‘er zal toch niks meer in zitten’, opende ik de kap en er zat nog maar één ding in. Jawel, het pompje dat ik zocht! Mijn zaterdag kon niet meer stuk. Ook was er een sloperij die naderhand in het landelijk nieuws verscheen omdat men onder een verdachte hoop sloopwagens een garage opgerold had waar auto’s omgekat werden. Allemaal tussen 25 en 45 jaar geleden maar onuitwisbare herinneringen.
Tja, die sloperijen.
Het zal begin jaren tachtig zijn geweest. Vriend van mij net zijn rijbewijs gehaald en als beginnend bestuurder een behoorlijk gebruikte Ford Fiesta gekocht. De hoedenplank had enorme gaten van speakers die daar ooit hadden gezeten.
Wij naar de Binckorst in Den Haag, toen een verzameling van autodealers en autosloperijen. Bij een sloperij aangekomen gezegd dat we op zoek zijn naar een hoedenplank voor een Ford Fiesta van bouwjaar 1976.
De eigenaar fronsend: “Een Fiesta, heb ik een Fiestaatje staan, eens even kijken jongens” Na wat heen en weer geloop riep hij: “Ja, daar staat er één, haal er maar van af wat je nodig hebt joh”. Wij: “uh, maar dat is ónze Fiesta!” De eigenaar: “Oh, nou dan heb ik er geen jongens. Tot kijk”
We hebben toen maar besloten om bij een volgend bezoek aan een sloperij de auto wat verder weg te parkeren …
Een vriend van me verzamelde automerk emblemen en bezocht midden jaren ’70 met een schroevendraaiertje een sloperij. Hij werd betrapt en kreeg een flink pak slaag. Stukje opvoeding, zeg maar. Het was meteen de laatste keer en thuis werd er natuurlijk niets over gezegd 😉
Netjes uit rek betekende vroeger dat het een terug brachten ( defecte)bak of motor was die zij dan vrolijk weer verkochten
Akie Stomhorst was zo n mooie sloop net buiten Utrecht. Lekker zelf de onderdelen uit de wrakken trekken. Toch kwam ik de laatste 15 er steeds minder, Marktplaats, AUTODOC etc. waren de reden.
Het gevoel wat beschreven wordt over oude wrakken en hún geschiedenis is erg herkenbaar.
Als jongetje ging ik mee met mijn vader naar Dirk
Knopper voor de 2cv helemaal op de fiets uit Bunnik. Daar spelde ik ook al in de sloop Citroëns die daar stonden.
Veel onderdelen hier lokaal gehaald bij De Wetering in Weteringbrug.
Zowel onderdelen voor vervanging, zoals een remdrukverdeler, brandstofpomp, etc als ook luxe upgrades.
Escort RS turbo motorkap, interieurs etc.
De beste raad is (eigen) voorraad. 🙂
Pas nog een afneembare trekhaak voor een Ford Fusion besteld.
Besteld ? ja.
Vroeger mocht je er zelf klooien.
Maar er werd teveel gerausd en gesloopt.
Dus tegenwoordig moet je bellen.
Of je mag gaan kijken en dan demonteren zij het voor je.
En dan staat de volgende dag de trekhaak compleet voor je klaar, incluis keurig gedemonteerde en ongeknipte kabelboom.
Dus de kleine dingen, zoals een interieurlampje of luxe klokje (ook dat waren wel eens opties) word dan lastig.
Laat staan de voorraad lampjes en zekeringen aanvullen, of dat missende instructieboekje.
Ook Brabebo in mijdrecht wel meer geweest.
En het hele sloop-terrein in Boesingeliede.
Die hoek kom ik nog wel eens voor banden bij Velgenland, en een beetje nostalgie.
Mijn zoontje van 12 vind het fantasties.
Al die oude auto’s, merken etc.
Eerst mocht hij zelf al wel eens mee wat gaan halen, nu alleen kijken.
In de buurt van mijn werk was jaja was ook zo,n sloperij wij hadden aan,t einde van de dag wel eens wat over van ons werk en brachten het bij van der veer , zelf kwam ik er ook vaak , ze kende mij al en kreeg toch wel een korting , later mocht ik gewoon doorlopen het terrein op ik wist waar ik moest zijn , op mijn pensioen verhuist en later hoorde ik dat de sloperij ging stoppen omdat je op internet imitatie nieuwe onderdelen kon kopen voor iets meer dsn daar bij van de veer , jammer ben op de sluitingsdag geweest afscheid genomen van de jongens mark , lucas, frits en johan ouwe koeien verhalen
Slooooop nostalgie ten top eind jaren 70 -80 begin 90 toen het nog geen deugkneuzen land was🐑👊🏽👊🏽👊🏽
In de jaren 60 maakte ik als kind graag boswandelingen en was toen altijd gefascineerd door de afgedankte auto’s die toen links en rechts in de bossen achtergelaten werden. Heerlijk speelgoed als kind. de boswandeling zelf was een bijkomstigheid, maar eigenlijk wilde ik alleen maar wandelen voor de auto’s.
Lang geleden liep ook
ik op ‘de sloop’ en daar stond een vw passat variant, die nog maar net uit was, behoorlijk ‘plat’ gereden. De tekst op de achterruit kwam wel wat cynisch over: Passat, de vw met een happy end.
De schade auto’s vond ik altijd interessant om van te leren hoe een auto “constructief reageerde” op een aanrijding.
Een herinnering aan de “sloop” die mij zo te binnen schiet is een torsiestaaf van een Simca Horizon. Ooit gekocht als “winkeldochter”, voor zacht prijsje want het Simca 1100-imago drukte zwaar op de oranje bolide. Paar jaar probleemloos in gereden! Tot… een knal onder de auto en de neus dook rechtsvoor naar beneden, torsieveer gebroken! Tuurlijk op zaterdagmiddag, de dealer in de buurt had niks; “gaat nóóít kapot!”, sloperijen niet bereikbaar dus na het weekend verder met bellen…. Gek dat het nooit kapot was want pas bij de vierde had ik beet, alle torsiestaven waren er al onder weggehaald. Uurtje klooien daar en een uurtje thuis en weer verder!
Mooiste naam voor een sloper: GAOS bij Emmeloord! ’t Was geen “gaos” maar eigenlijk best redelijk, ’t kon véél gekker maar de naam stond voor Gebruikte Auto Onderdelen Service. Geweldige tijden en je kon alles nog zelf!
Oh ja Gaos, ook wel een aantal keer geweest. Die was inderdaad wel next level.
Ook vele uren rondgelopen op het terrein van De Feer Lelystad. Op zoek naar spullen voor mijn AX of Saxo.
Twee jaar terug werd mijn 2015 fabia afkeurd op de middelste achtergordel. Die heb ik uiteindelijk in Oostenrijk 2e hands kunnen bestellen. De meeste sloperijen halen een auto bij binnenkomst al uit elkaar en spullen waar weinig vraag naar is gaan meteen weg. En zelf zoeken kan bijna nergens meer. Dus in Nederland vond ik die gordel niet.
Jammer!
Ja, GAOS in Emmeloord, ook wel vaker geweest vroeger. Totdat ik een Renault 20 zag staan, opgestapeld, nog met een bekend kenteken. Dat was mijn eigen R20 die ik een jaar eerder had ingeruild bij een garage voor een nieuwere Mazda 323…. Voor die Mazda weer bij een andere sloper bredere velgen van een 626 afgehaald boor een stabielere wegligging met 185/70 bandjes
Mijn mooie herinneringen aan het legendarische woonwagenkamp Driekoningenoord in Breda, en de autoslopers.
Natuurlijk ging ik er weleens onderdelen scoren, voor oude Mercedessen. Op een dag had ik een reservewiel nodig en meldde me zelf bij een van de slopers. Die sprak ik altijd met ‘U’ en ‘meneer’, aan, ik had het idee dat het dan wat gemakkelijker ging.
Die keer niet. Of meneer misschien nog een reservewiel voor een Mercedes had. ‘Haal er daar maar een vanaf’, wees hij naar de onderste van een stapel van zes of zeven wrakken, ‘kost een tientje’. ‘Eh, ja, maar hoe moet ik dat eraf krijgen?’, vroeg ik. ‘Zoek het maar uit, ik heb er geen tijd voor’, was het antwoord.