Sluitingsdatum nummer 11 -> 22 september
Citroën AX. Veertig jaar rationele creativiteit in kleinformaat
Veertig jaar geleden verscheen hij op de Parijse Autosalon: de Citroën AX. Een ogenschijnlijk eenvoudig klein autootje, maar onderhuids een belangrijk model voor de PSA-groep. De AX moest niet alleen de Citroën LNA opvolgen. Oorspronkelijk was hij min of meer óók bedoeld als basis voor een nieuwe kleine Talbot. Uiteindelijk werd het juist de AX die symbool kwam te staan voor het verdwijnen van Talbot als personenautomerk.
De ontwikkeling begon al tijdens de jaren zeventig. Citroën wilde werk maken van een compacte, zuinige auto die nadrukkelijk volgens het principe ‘minder is meer’ werd ontworpen, en de Citroën 2CV moest opvolgen. Gewicht was daarbij een belangrijk aandachtspunt. De lichtste AX woog slechts ongeveer 640 kilo. Ook de aerodynamica kreeg veel aandacht: de carrosserie kwam uit op een voor die tijd uitstekende Cw-waarde van 0,31.
En de AX had nog een andere primeur. Onder de motorkap lag een compleet nieuwe generatie viercilinders: de PSA-TU-motor. De AX was de eerste productiemodel waarin deze moderne krachtbronfamilie werd toegepast. Bij de introductie waren er drie benzinemotoren: een 954 cc met 45 pk, een 1124 cc met 60 pk en een 1360 cc met 75 pk. De motoren waren compact, relatief licht en vooral ontworpen met het oog op een laag verbruik en eenvoudige constructie.
Daarmee was de AX een interessante combinatie van ration en typische Citroën eigenschappen. De techniek was nuchterder dan bij sommige voorgangers, maar de ontwerpers kregen opvallend veel vrijheid om de auto efficiënt te maken. Kunststof werd toegepast voor onder meer de motorkap en achterklep, terwijl ook in het interieur iedere kilogram en iedere centimeter werd bekeken. En natuurlijk prijkte de enkele ruitenwisser op de grote voorruit.
De compacte buitenmaten waren min of meer misleidend. De AX was slechts ongeveer 3,5 meter lang, maar bood voor zijn formaat behoorlijk veel ruimte. Bovendien was hij lichtvoetig en levendig. Dat maakte hem niet alleen geschikt als boodschappenauto, maar ook aantrekkelijk voor automobilisten die plezier beleefden aan een kleine, directe auto.
De AX ontsproot uit project S9, waar in 1981 groen licht voor kwam. Dat jaar had concern zus Talbot de Samba gelanceerd, en deze zou op termijn ook aan vervanging toe zijn. Inmiddels rolden vanuit diverse ontwerpers voorstellen voor de vormgeving van de toekomstige Citroën uit de koker, en namens Talbot kwam Art Blakeslee met een voorstel dat het dichtst in de buurt kwam van de latere AX. Sailliant is, dat de PSA-directie het verzoek bij Citroën neerlegde om de eigen ontwerpen voor de toekomstige kleine auto meer aan te laten sluiten bij de ideeën van Blakeslee.
De Samba opvolger zou onder de merknaam Talbot nooit komen, aangezien de positie van het merk binnen PSA steeds minder prominent werd. Dat gold niet voor Citroën. Bovendien waren de pijlen binnen PSA ook op de Peugeot 205 gericht. Een extra Talbot in dezelfde klasse zou intern alleen maar voor meer concurrentie zorgen. Het plan verdween daarom van tafel. De Samba werd in mei 1986 voor het laatst geproduceerd. Een paar maanden later stond de AX op de Parijse Autosalon. En het merk Talbot was toen verdwenen.
De AX deed het op eigen kracht doen. En dat lukte. Er kwamen vijfdeurs versies, diesels en sportieve uitvoeringen. De AX Sport (1294 cc, twee dubbele carburateurs) en de GT maakten van de kleine Citroën zelfs een begeerlijke liefhebbersauto, die prestatief niet alleen profijt hadden van hun motoren, maar ook van het lage gewicht. Aan de andere kant experimenteerde Citroën ook met een elektrische variant, met een vermogen van 20 KW. En in 1991 bracht men de 4 x 4 variant uit, met de 1360 cc motor en 75 DIN-pk.
Feitelijk waren gedurende de looptijd van de AX twee series in productie. Tot juli 1991 deed de eerste generatie dienst, vanaf dat moment startte Citroën met de faceliftversie, die opviel vanwege de montage van meer afgeronde bumpers, een licht gewijzigde achterzijde, heldere richtingaanwijzers en een vernieuwd interieur met dito dashboard. Bovendien werd vanaf 1992- vooruitlopend op de milieu eisen van 1993- iedere benzine AX met een katalysator uitgevoerd. De topper uit de faceliftreeks was onmiskenbaar de GTI met zijn 1360 cc en injectie. Hij was aanvankelijk goed voor een vermogen van 100 DIN-pk; de toepassing van een katalysator betekende dat het vermogen terugliep naar 95 DIN-pk. In beide gevallen was de GTI zeer begerenswaardig.
De AX bleef uiteindelijk tot 1998 in productie. In die twaalf jaar groeide hij uit tot een groot succes voor Citroën. Maar misschien is zijn belangrijkste betekenis wel een andere. De AX markeerde ook een overgang binnen PSA, waarbinnen Citroën als concerndochter zijn eigenheid ook na het inslaan van nieuwe wegen wist te behouden, zonder het contact met de ratio te verliezen.
De kleine Citroën- die van 1996 tot in 2000 ook als Proton Tiara in Maleisië werd gebouwd- was compact, ruim, licht en zuinig en leverbaar in tal van uitvoeringen. En wie vandaag in een vroege AX rijdt, ontdekt bovendien dat 640 kilo en 45 pk prima samengaan. En dat Citroën er veertig jaar geleden in slaagde, om een buitengewoon prettig wagentje te introduceren. Vele nieuwkopers waren het daar roerend mee eens. Zij zorgden ervoor, dat Citroën meer dan twee en een half miljoen exemplaren van het model bouwde. En dat aantal geeft ook in, dat de AX een heel belangrijke auto werd voor het merk met de Double Chevron.

Ik kan alle positieve verhalen bevestigen. Als oud autohandelaar heb ik er veel met plezier verkocht. Je wist bijna zeker dat je wat goeds verkocht. Een keer 10 tegelijk gekocht van een leasemaatschappij. Allemaal van 1992 en alle ongeveer 100.000 km op de teller met onderhoudsboekjes.
Er is er maar 1 teruggekomen voor garantie en dat betrof de uitlaat.
Prima karretjes met een heel goed motortje!
Volgens mij was dit een automobile verstandige lijn in klimaat en milieu. Stad en buitenweg. In tegenstelling tot de huidige rijdende obesitas zeecontainers. Ook de Koreaanse kleintjes, het is toch minder geniaal. Want:
De AX is technisch een wonder der techniek. Achteras comfort, mooi ontwerp, motorisch zuinig en pittig. Klein van buiten en ruim van binnen en inderdaad heel gestroomlijnd en licht qua gewicht.
Heb je er 1, hou deze AX in ere😉
Een briljante auto. Maar in dit artikel wordt veel gesproken over de Samba, maar voor mij was de AX toch vooral de opvolger van de Visa. Die vond ik nét iets meer Citroën, maar dan met name de eerste generatie. Maar allemaal heerlijke auto’s met een comfort waar andere merken niet aan konden tippen.
Niet te vergeten: het geweldige dieseltje dat ook geleverd werd. Met geweldig presterend en zuinig 1400 en later 1500 blokje.
Ik wilde naast m’n CX een handzaam woon-werk ezeltje hebben, die vond ik bij een lokaal ‘Citroën-mannetje’ voor €150; een turquoiseblauwe AX 1.0 uit maart ’87.
Om de kleur liefkozend ‘Pino’ genoemd, en ze bleek de op 3-na oudste AX in Nederland.
Na 8 jaar heb ik haar weggegeven aan een liefhebber die me jaarlijks op de hoogte houdt van APK en andere ontwikkelingen.
Intussen is ‘Pino’ de oudste nog rijdende AX hier te lande, al heeft haar huidige eigenaar haar wat aangepast naar type II.
Het blijven fantastische herinneringen aan een geweldig en zuinig autootje wat me met goed comfort overal bracht met weinig onderhoudskosten.
Moge ze nog lang leven, al zijn de meesten intussen uit het straatbeeld verdwenen…net als haar opvolger SaXo.
Geniale auto’s inderdaad…. mijn Pa had er drie, een vroege witte vijfdeurs 11TRE, een rode Plaisir en een metaalgroene First Image. De laatste was zeker de lekkerste om te rijden met die vijfbak. Ik mocht een blokje om met een Sport die Autocenter Borghstijn in Rotterdam als demo had staan… wat een branieschopper was dat, en een bak herrie die een radio compleet overbodig maakte. Pa had toen nog zijn Visa 11RE en vond de AX aanvankelijk erg laag. Uit de tijd dat elke drie jaar een nieuwe auto volkomen normaal was.
Computervertaling? Eindredacteur met vakantie? In elk geval in gebrekkig Nederlands geschreven.
Hallo Aononiem, ben jij een bels die met de stok straf kreeg als je een foutje maakte op school? Moet je maar ’s afwachten met de nieuwe generaties; Nederlands zal bijkans niet meer bestaan, wordt zeer interessant voor je.
Mooi artikel Erik, over een zeer bijzonder merk !
@JP, heeft vast wat frustratie onder de leden (of in z’n bovenkamer)
Anyway, nu het leuke nieuws, laten we de AX’en die er nog zijn in ere houden en er van genieten!
wat een geniale auto!
@Hans, dat vind ik ook!
Een GT (liefst met carburateur) of een SPORT is écht een feest om polderwegen en dijken mee te rijden, en door het superlage gewicht is de acceleratie, het weggedrag én de snelheids-sensatie geweldig.
Bijna niet voor te stellen dat deze vrolijke Franse vriendjes al 40 jaar bestaan….
Heb zelf een AX uit 1994 voor de boodschappen, en kan me ook nog goed herinneren dat auto’s van 8 jaar…. als héél oud waren…..
Hoop er nog jaren plezier van te hebben, want het ding krijgt het regelmatig toch flink voor z’n kiezen, vrooooaaaarrrrrr!!!