Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart
‘And the times, they are a’changing’ (Bob Dylan) – column
De mannen stapten op hun motoren. Startten de spullen. Keken nog een keer in het rond. En knalden op het achterwiel weg van het parking, de weg op. Zelf heb ik in 50 jaar motorrijden twee keer een wheelie gemaakt. Per ongeluk. Een keer omdat de koppelingskabel van mijn T150V brak. De andere keer puur per ongeluk en op vermogen op een 1200 cc Bandit. Mijn kneedown leidde trouwens tot een ingezwachtelde knie. Waar ik me bij al die achterwielerij over heb verbaasd hoe de olie aanzuigpomp zijn werking kan blijven doe als de motor in kwestie zo’n kwartslag gedraaid is vergeleken met zijn gewone positie. Van mijn vroegere docent calorische werktuigen herinner ik me de opmerking dat olie dient ter koeling, als geluidsdemping en als smeermiddel. Dan kun je wel zeggen ‘two out of three ain’t bad’, maar met de prijs van een blokrevisie in gedachten… Techniek moet je net als je partner met respect en liefde behandelen. Toch?
Maar die kennis komt je niet aanwaaien. Je moet leren van je fouten. Dat is ook de reden waarom het ‘vroeger’, toen we nog jong en onbezonnen waren nogal eens mis ging in de relatiewereld tussen mens en mens M/V en waddannook of mens en machine. Want welke waus zou het nu in zijn hoofd halen op de Afsluitdijk op en neer te blazen op een Kawasaki 500 driecilinder waarvan, natuurlijk om hem nog sneller te maken, de luchtfiters zijn verwijderd. En hoe zouden we er nu over denken om in Renesse tegen het opkomen van de zon de nieuwe dag te verwelkomen door een CB750 K2 op de zijstandaard staand zoveel toeren te laten maken dat de kleppen gingen zweven? Hoe feestelijk zouden we het nu vinden om op een treffen van Britse klassiekers een Honda, Suzuki of Kawasaki met hamers in elkaar te slaan en in de brand te steken?
Wat vroeger ook heel anders was, was de ‘après motorritten’ tijd (denk aan het befaamde ‘après ski gebeuren’). Een poosje geleden was ik als meerijder gevraagd op een paar daagse trip. Dat was een leuke route en de deelnemers waren – net als ik – vijftigplussers. Er was een hoog percentage recente allroad en adventurefietsen. Allemaal fris, zwaar spul. Niet de biotoop waar je met een 640 Guzzi NTX indruk maakt. Maar iedereen had schik. Voor het avondeten bleek een fors deel van de mensen alcohol- en tabaksvrij. Om tien uur lag bijna iedereen in zijn mandje.
We zaten na kinderbedtijd met wat fossielen onder elkaar te praten over vroeger: ‘Kratje (van Oude Adellijke afstemming met bijbehorende naam met ‘ae’s en ‘ck’s) die pas soepel ging sturen na een half kratje. De rest was voor na het tent opzetten. Daarna dronk hij whiskey. De befaamde foutrijder C’ die na een rit van 180 kilometer ’s avonds om half tien kwam aankakken met dik 400 km op de klok. Over Wil, die die in nacht en nevel (en beneveld) had gefocust op de achterlichten van de auto voor hem. Die automobilist ging naar huis. Toen hij daar stopte, werd hij op het garagepad aangesproken door een bozige Wil: “Wie ben jij in Godsnaam en waar zijn we?” Kleine Koos die net weer single was en die op een treffen nattigheid voelde naar aanleiding van allerlei snaakse opmerkingen. Zijn kompanen hadden een opblaaspop in zijn tent gelegd.
Maar Kleine koos was wat paranoïde. En besliste dat er iets heel erg fouts met zijn tent moest zijn. Hij ging dus naast zijn tent slapen terwijl er laat in die nacht of vroeg in de ochtend een enorme regenbui over de Schellingwouder camping trok. Over Marten die ’s ochtends met een kater en een tattoo in zijn gezicht wakker werd. Over Gekke Fredje wiens voeten tijdens zijn roes door ratten waren aangevreten. (Ze zullen er toch niet ziek van zijn geworden?)
Over de veelstejaars student die zijn Norton in zijn slaapkamer zette en hem daar startte omdat hij op het geluid zo lekker insliep. Over de penningmeester van de club die keer op keer een greep in de kas deed. Over Tim die door zijn vriendinnetje overhoop werd gestoken toen ze hem kussend met een ander trof. Over Voske die in gestolen HD-spullen handelde. Over Leddy en zijn gevecht met de kraamdame. Over Ruurd met zijn Shovel, zijn Camaro en zijn uitkering. Over de onovertroffen Gert Dijkshoorn en zijn toen nog niet handtamme klanten. Over winterritten in de tijd dat winters nog winters waren. Dan had je een literfles jenever in je zak. Plus een slangetje tussen de fles en je bevroren mondhoek. Groningen was erg ver weg in die tijd. Wel een liter ver. We proostten op het verleden toen motorrijders nog geen Spa rood dronken.
Als je meer over vroeger wilt weten kun je trouwens het best een abonnement op Auto Motor Klassiek nemen via deze link

Mooi verhaal weer, maar behalve Partners moet je Berlingo’s ook met respect en liefde behandelen 😉 dus niet buiten laten overnachten en op tijd olie verversen!
Wij hadden begin jaren 70 in ons clubhuis een sleutelruimte met daarin een vat waar alle afgewerkte olie in ging. Dat in de bodem van dat vat een gat zat net als in de vloer, wist niemand van buiten de club. En als de Binnendieze weer een keer hoog water had, spoelde de kelder vanzelf weer een stuk schoner.
Ik geniet van al die mooie verhalen hier, ben zelf pas 75 jaar en herken die goede oude tijd.
Van wheelies krijg je het warm, zeker op een R1 Rossi met 205 pk. Per ongeluk of niet, zeker op een koude 1e, motorrit op 2 april, ( niet de 1e dus 🤪 )
Ik rij van mijn 17de (eerste “zware” een Ducati 250 Silver Shotgun) en ben nu 63.
Mijn enige wheelie ooit was ook per ongeluk en puur op vermogen op een Bandit 1200. Heerlijke moto naar eigenlijk (toen al) veel te krachtig (voor mij toch, 25 jaar geleden nu).
Ja Dolf. Ben 70 nu en rij vanaf mijn 16e (beetje onwettig). Ging racen,crosse,speedwayen ((niet allemaal tegelijk) en liep financieel leeg. Ging toen goedkoper rijden en dat leverde (jaren later) mooie verhalen op maar toen het zich afspeelde alleen maar grote vloeken.Ons geheugen neemt ons in de maling en verhalen worden mooier en mooier en de jeugd van nu, die hoofdschuddend en vol ongeloof het aanhoort zal het later net zo gaan doen. Ik koetser mijn motor verleden en de sappige verhalen. Ik geloof ze en wat een ander er van vind…….
50 bonuspunten!
Ja, toen motorrijders nog bikkels waren en zonder ‘het ideale platform voor uw smart phone’ of navigatie en hooguit met een kaart maar zeker wel met een mond om te vragen opweg gingen. Koude trotserend, met een krant onder het motorjack gestoken en, zoals ikzelf, met een lange onderbroek en een overall er overheen de weg op gingen. Niet bang om bij aankomst na een uur of langer rijden de motor hooguit op de zijstandaard te parkeren of zelfs tegen de muur te zetten omdat het onderkoelde landingsgestel fysiek niet meer in staat was om de bok eronder te krijgen. Ook niet vreemd ervan opkijkend dat gezicht en mond dermate onderkoeld waren dat spreken evens voor de benodigde opwarmtijd nauwelijks of niet mogelijk was. Gereedschap vulde vaak meer kofferruimte dan de bagage en een oud maar nog werkend setje contactpuntjes en bougies gingen altijd mee. Een zaklamp aan boord was high tech.
Afgetapte olie ging toch al naar de garage om de hoek. Die had daarvoor een kachel staan die met de olie nog iets nuttigs deed en daar zodoende de hele werkplaats mee verwarmde. Die garage in de winter vinden was zonder navigatie geen enkel probleem. De dikke rook uit de schoorsteen zoeken welke de locatie opperbest en handig markeerde.
Ja, ook ik kom uit die tijd van ‘das war mal’. Eigenlijk verlang ik daar best naar terug. Hoewel we zeker vaak sneller onderweg waren dan nu met al die geldgraaiende treiterpalen langs de weg, ging het leven toch een stuk langzamer dan met al die informatievloed nu, zucht 🙄
Ik zucht met je mee.
Gewoon doorrijden! 🙂
Zi is dat! HERSTEL: Zo was dat!
Ach vroeger, toen afgetapte motorolie nog gewoon in de tuin of de straatput verdween, toen hagel/regen/sneeuw gewoon vloeibare zonneschijn was en de motorrijder er z’n schouders voor ophaalde.
Toen contactpunten stellen en je ketting uitkoken je wekelijkse bezigheid was, en benzine nog loodhoudend.
Das war mal..
Ach ja, vroeger…
Vroeger waren de wielen van hout en de mannen van staal.
En vroeger was de seks ook nog veilig en motorrijden gevaarlijk…
We zijn gelukkig mooi vereten hoe we toen afzagen. We wisten niet beter. Maar wat hebben we een bult herinneringen!