Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart
VW Polo – van Audi-kloon tot compact icoon
De VW Polo bestaat inmiddels al 50 jaar en is uitgegroeid tot een waar icoon in de wereld van de compacte auto’s. Wat ooit begon als een bescheiden stadsauto, is in de loop der jaren een geliefd klassiek exemplaar geworden.
De ontstaansgeschiedenis: van Audi 50 tot Volkswagen Polo
In de late jaren zestig begon Volkswagen na te denken over een moderne voorwielaangedreven compacte auto. Terwijl de luchtgekoelde modellen – zoals de iconische Kever – terrein verloren aan concurrenten als de Fiat 127, Renault 5 en Austin Mini, werd duidelijk dat er een nieuwe aanpak nodig was. Dankzij de overnames van Auto Union en NSU, die Volkswagen waardevolle expertise op het gebied van voorwielaandrijving en watergekoelde motoren opleverden, werd er een nieuwe richting ingezet.
In 1972 startte Audi met de ontwikkeling van een voorwielaangedreven opvolger van de NSU Prinz. Onder leiding van Ludwig Kraus en met het vernieuwende design van Marcello Gandini van Bertone ontstond de Audi 50. Deze 3,49 meter lange hatchback, uitgerust met een 1.1-liter motor van 50 of 60 pk en schijfremmen aan de voorkant, werd in 1974 op de Autosalon van Parijs gepresenteerd als een compacte premium auto.
Volkswagen herkende al snel de potentie in dit concept en presenteerde in maart 1975 op de Autosalon van Genève de goedkopere variant: de Volkswagen Polo – intern bekend als Typ 86. Met een 0,9-liter motor van 40 pk en een minimaal uitgeruste basisversie (de Polo N) of een iets luxere uitvoering (de Polo L) sloeg de VW Polo al snel aan bij een breed publiek. De auto werd aangeboden in opvallende kleuren als Marinogelb, Florida Blau en Korallrot, die perfect pasten bij de levendige uitstraling van de jaren 70.
Technische kenmerken en evolutie in de klassieke jaren
De eerste generatie Polo (1975–1981) werd geprezen om zijn eenvoud en betrouwbaarheid. De auto was praktisch en functioneel, met een no-nonsense benadering die kenmerkend was voor Volkswagen in die tijd. Enkele opvallende technische aspecten waren:
- Voorwielaandrijving en watergekoelde motor: De VW Polo was een van de eerste Volkswagen-modellen die profiteerde van de expertise die Volkswagen binnenhaalde door de overnames van NSU en Auto Union.
- Minimalistische uitrusting: De instapversie, de Polo N, was zeer sober ingericht. Zo ontbrak het aan een brandstofmeter – een simpel waarschuwingslampje liet weten wanneer de 36-liter brandstoftank bijna leeg was. Ook luxe items zoals tapijt, een afsluitbare tankdop en chroomlijsten waren in de basisuitvoering niet aanwezig.
- Facelift in 1979: Om de auto een moderner uiterlijk te geven, kreeg de Polo in 1979 een facelift met dikkere bumpers en een vernieuwde grille. In dezelfde periode werd ook de sedanversie – in sommige markten bekend als de Derby – geïntroduceerd, al bleef de hatchback altijd de favoriet bij het brede publiek.
In de jaren na de introductie evolueerde de VW Polo op subtiele wijze, terwijl hij zijn oorspronkelijke karakter als betaalbare en praktische stadsauto behield. Kleine aanpassingen zorgden voor een betere uitwerking van de carrosserie en een efficiëntere motor, maar de essentie bleef onveranderd.
verfrissende stadsauto
In het Duitse tijdschrift Auto Motor Sport werd de VW Polo Typ 86 als een verfrissende en efficiënte stadsauto gepresenteerd. Ondanks zijn sobere, bijna minimalistische uitrusting – waarbij comfort en luxe doelbewust werden ingeperkt om kosten en gewicht te besparen – wist de auto met zijn lichte carrosserie en vindingrijke mechaniek te verrassen. De testers waren bijzonder te spreken over de wendbaarheid en de precieze besturing, eigenschappen die de Polo ideaal maakten voor smalle stadsstraten en druk verkeer.
De 0,9-liter motor, hoewel niet krachtig volgens de maatstaven van de grote sportwagens, leverde voor de dagelijkse ritten meer dan voldoende prestaties. De lage cilinderinhoud in combinatie met een robuuste opbouw zorgde voor een betrouwbare werking en beperkte onderhoudskosten. Hoewel er kritiek was op het gebrek aan moderne gemakken – een bewuste keuze die juist de karakteristieke no-nonsense uitstraling van de Polo benadrukte – werd juist dit strakke, functionele ontwerp geprezen als een verademing in een tijdperk waarin overbodige luxe vaak de norm was.
Kortom, volgens deze rijimpressie vertegenwoordigde de eerste generatie Polo een slimme balans tussen eenvoud, praktische bruikbaarheid en verrassende rijprestaties. De auto werd gezien als een efficiënte oplossing voor de stedelijke omgeving, waarbij de nadruk lag op betrouwbaarheid en een doeltreffende, directe rijbeleving.
klassiek icoon
In de jaren 70 en 80 was de Volkswagen Polo niet alleen populair bij jonge bestuurders en stadsbewoners, maar groeide het uit tot een vaste waarde in het wagenpark van vele Europese gezinnen. De auto was betaalbaar, zuinig en onderhoudsvriendelijk, eigenschappen die hem in die tijd bijzonder aantrekkelijk maakten.
Enkele indrukwekkende feiten die de status van de Polo als klassiek icoon benadrukken:
- Productie en populariteit: Tussen 1975 en 1981 werden er meer dan een half miljoen exemplaren van de eerste generatie Polo geproduceerd. Dit succesverhaal heeft de Polo tot een van de meest herkenbare compacte auto’s van zijn tijd gemaakt.
- Diversiteit in uitvoering: Hoewel de basisversie voor eenvoud stond, bood de aanwezigheid van een luxere variant (de VW Polo L) kopers de mogelijkheid tot een extra vleugje comfort. Ook de minder populaire sedanversie – in sommige markten de Derby genoemd – vormt een interessant onderdeel van de Polo-historie.
- Duurzaamheid en karakter: Ondanks dat sommige vroege modellen te kampen hadden met roestproblemen, zijn er nog vele exemplaren te vinden die een authentiek beeld geven van de klassieke jaren 70 en 80. Voor liefhebbers van klassieke auto’s blijft de originele Polo een interessant verzamelobject.
Interessante feiten en historische momenten
- Een ‘copy-paste’ met een twist: Hoewel de oorspronkelijke VW Polo in wezen een afgeleide was van de Audi 50, wist Volkswagen met enkele slimme aanpassingen een model te creëren dat perfect aansloot bij de wensen van een breder publiek. De sobere uitrusting en het opvallende kleurgebruik gaven de Polo direct een eigen identiteit.
- Kleurrijke jaren 70: De keuze voor levendige kleuren zoals Marinogelb, Florida Blau en Korallrot was kenmerkend voor de jaren 70 en maakte de Polo een ware blikvanger op de weg. Deze tinten weerspiegelen de optimistische sfeer van die tijd.
- Een auto voor iedereen: Met een prijsstelling die in de beginjaren vergelijkbaar was met die van andere populaire compacte modellen, wist de Polo een breed publiek te bekoren. Zijn praktische bruikbaarheid in stedelijke omgevingen en betrouwbare prestaties maakten de Polo tot een favoriet in vele huishoudens.
Volkswagen Polo
Wat begon als een bescheiden, minimalistisch ontworpen opvolger van de Audi 50, is in de loop der jaren uitgegroeid tot een waar klassiek icoon in de wereld van de compacte auto’s. De VW Polo en de Volkswagen Polo hebben in de jaren 70 en 80 bewezen dat eenvoud, betrouwbaarheid en praktische bruikbaarheid hand in hand kunnen gaan. Ondanks subtiele verfijningen in de loop der tijd, is de essentie van de VW Polo – een auto die voor iedereen toegankelijk was – nooit verloren gegaan.
De Volkswagen Polo is niet zomaar een auto is, maar een essentieel onderdeel van de autogeschiedenis. Haar succesverhaal, van Audi-kloon tot compact icoon, blijft inspireren en herinnert ons aan een tijdperk waarin eenvoud en functionaliteit centraal stonden.
(Het artikel gaat verder onder de foto’s.)

Mijn polo (1980) was een 0,9 ‘mandarin orange’.
Een fantastische auto (nu pas in de gaten), onverwoestbaar en bij 100km/u op de snelweg was een verbruik van 1op 20 goed mogelijk.
Onze (Ibiza 6L) Polo van 2008 is uitgerust
met Clima , CC, elec. ramen en spiegels, 6 speakers, airbags, kreukelzone s, geen distributie riem, 105 pk motor en LPG.
Roestvrij na 17 jaar.
Heerlijke auto maar zeker niet foutloos.
Onderdelen kosten weinig en elke garage kent ze.
Er is dus wel wat veranderd in 35 jaar..(1973-2008)
Tja, ze waren niet snel, maar ze deden het altijd.
De 1.1 stond bekend als olieslobberaar, de 1.3 en 0.9 dan weer niet.
Ik heb in een Audi 50 gereden (’77 meen ik) en daar had ik al snel een 1.3 in geknutseld.
Er zouden nog een set dubbele carbs op komen van een 1307, maar ding was verkocht (op gas uiteindelijk) voordat ik zover was.
Wel had ik er als de Golf GTI dubbele koplampen in gevrot.
Lampen van een Honda Accord 8 klepper hadden de juiste maat.
120W halogeen pitten erin en een 100A dynamo uit een Audi 100.
Er kwam een berg licht uit, ik kon de extra dimlichten met de andere lichten laten branden, en 4x 120W grootlicht deed het ook wel.
Nog een breedstraler achter op de bumper met het achteruitrijlicht mee voor keren in de inktzwarte polders waar deze dame reed en klaar.
Heerlijke auto waar ik 4 a 5 jaar in heb gereden.
Daarna ben ik gaan dieselen…
Mijn eerste auto was een marinogelb Polo uit december 1975. Superkaal, maar wel met een fabrieksschuifdak! Ik nam de auto toen hij 7 jaar was over van een oud-tante in 1982 voor 1200 gulden . Met doorgerotte voorspatborden rondom de koplampen en zo nog wel meer roestige plekken, onderhuids. Maar de structurele delen waren OK. Nieuwe gespoten spatborden erop en lekker veel met polyester en wat zwarte tectyl en hij kon jaren mee. Ik heb er 4 jaar mee rond gereden, met 4 vrienden vaak op pad en 90 km op de snelweg om benzine te sparen. Arme studenten he. 40 PK is niet veel, maar je kon heel goed tempo houden door goede wegligging en plankgas kon hij 150 op de teller. Ik moest de Polo afstoten toen het APK-spook werd geïntroduceerd. Ik liet hem keuren bij Auto Domstad in Utrecht en de lijst met afkeurpunten/opmerkingen was lang….. met oprecht pijn in mijn hart de Polo naar Akkie Stomphorst gebracht.
Ergens is het in de geschiedenis fout gegaan.
“”De auto was betaalbaar”” lees ik, die beschrijving is bij VW tegenwoordig ver te zoeken.
Men prijst een VW al als premium auto.
Die rode Derby is een LS.
Naast de N (“naked” ofwel nackt) was er de L (luxe) en dus een LS (SuperLuxe) ?
Verder leuk stuk waar helaas wel erg veel herhaling in zit.
Die Polo’s waren prima auto’s. De bewering dat ze met die 0,9L motor echt voldoende prestaties leverden voor de dagelijkse ritten, mag wat mij betreft de prullenbak in. Die 40pk versies waren gewoon lethargisch in alle opzichten. Geen karig koppel en onvoldoende vermogen. Bij de tegenhanger van huize Ford was de 1.0 met 40pk van hetzelfde hout gesneden.
Het ontbreken van een rembekrachtiger in die Polo liet je wel nog hard trappen waardoor je tenminste nog de indruk kreeg een grotere snelheid eruit te moeten remmen. Dat dan wel weer.
Het motoriseringsconcept met voorover hellende krachtbron en zijn ‘cross flow’ schiepen in ontwerp al de voorwaarden om ze te kunnen tunen. Met toerentallen tot over 8000rpm konden ze zelfs tot 100pk gedreven worden. In het Duitstalige boek ‘die kleine heissen Audi’s’ stond precies omschreven hoe ze te tunen. De ingrepen aan de motor daartoe waren fors.
In de sober uitgeruste versies die met een N getypeerd werden ontbrak overigens niet alleen de brandstofmeter maar ook de rechter portierlichtschakelaar die je, indien gewenst, er tegen een sappige meerprijsje alsnog af fabriek in kon laten zetten. Dit terwijl iemand met handigheid en een trekveer dat letterlijk voor twee knaken erin kon zetten. En als ik mij niet vergis ontbrak zelfs de ruitensproeier. Althans, dat afleidend van de Golf N waar de rechter portierlichtschakelaar ontbrak zoals ook de ruitensproeier. Ook ontbrak daar een klepje voor het handschoenenvak. Zulke karigheid gaf de ‘Polootjes’ en de ‘Golfjes’ gezien hun forse Duitse prijzen al snel de kwalificatie ‘kale bak’. Jammer, want het waren en zijn nog steeds hele leuke en ook betrouwbare auto’s.
Hans en M, onze “Polo” viel van roest uit elkaar na 3 jaar, nieuw gekocht, én, élke 500 km.1 liter olie erbij; NADA NOPE garantie; DUS; nóóit meer een polo of vw of wat dan ook!!
Heel herkenbaar, de Polo van mijn broer die hij van het werk reed eind jaren 70 was een oliezuiper pur sang, elke tankbeurt een liter olie. Later had mijn vader de eerste Passat met de 1.3 motor en ooh hoe verrassend, dit bleek ook een oliezuiper vanaf dag 1, 1 jr garantie maar enige nazorg of reparatie van dealer en Pon , vergeet het maar. Nadat de garantie voorbij was kwam de garage met het plan er toch iets aan te doen, maar vader mocht het zelf betalen. Zelden de man zo duivels kwaad zien worden en tegelijk de laatste VW voor hem en in de familie. Overigens liepen er in de vrienden en familie kring meerdere Passats 1.3 en hadden dezelfde kwaal, dus was zeker niet exemplarisch. Toen was dat zootje in Leusden al niet thuis voor garantie en nu nog steeds bij velen een moeilijk iets. Ik begrijp de adoratie voor VW en hun zelf benoemde kwaliteit dan ook niet , toen niet en nu nog niet.
Correctie: Eerder ipv. later had mijn vader de Passat, 1974, nieuw gekocht