Motoren

Zündapp KS100 (1969-1973)

By  | 

Een metallic blauwe 1968’er Zündapp KS100, een tweede generatie KS100, met clip-ons en voorzien van een witte, volle kuip die ongeveer even breed was als een enveloppe op zijn kant. Ik was nauwelijks zestien, ik stond erbij en keek ernaar. Ik had ook een Zündapp. Een oude CS50 met handgeschakelde driebak en geforceerde koeling. Mijn brommer liep dik zestig. Of in elk geval bijna.

De magere eigenaar van de KS100 antwoordde op mijn vraag hoe hard de KS liep neerbuigend “Vlak 130”. Ik huiverde.

 

Zündapp leverde topkwaliteit

De KS100 uit 1968 was ook uitgerust met het spuitgietaluminium achterframe met centrale, stalen bovenbuis waarmee Zündapp in 1956 met de 423 was begonnen. De productiewijze was hoogwaardig en duur, maar wel legendarisch solide. De KS100 van de tweede serie, had 98 cc en leverde een indrukwekkende 10 pk bij 6800 toeren. De gemeten topsnelheid was 93 – op de teller ‘meer’ dan 100 – km/u. Deze serie begon met vier-, maar kreeg later vijf versnellingen. Hij had de bekende ‘buffeltank’. Die was een iets hoger dan gebruikelijk. Bij hevig remmen of bij aanrijdingen zorgde dit voor de nodige stress bij de berijder. Zijn bijnaam, net als de C 50 Sport bromfiets uit ’68 die ook zo’n tank had, was ‘klotenstoter’. Later kwam er de ‘flappentank’ die ook een versnelling meer had. En natuurlijk had de KS100 veel stoerder velgen en remmen dan de brommers. Het voorwiel van de KS100 met de grote trommelrem? Dat was de Heilige Graal voor Zündapp bromfietspiloten.

Van 8,2 naar 10 pk

De eerste KS 100 serie ‘liep’ van 1963–1966 (100 cm³, 8,2 pk, 4-bak, 90 km/h) en werd dus niet eens zo lang gemaakt. Hij had nog de intussen al oubollig ronde jaren vijftig/zestig lijnen. Het was een gedateerde robuuste verschijning, met een degelijke uitstraling. De tweede serie, de KS 100/II (Typ 518, 10 pk, 5-bak, 100 km/h) is verkocht van 1969-1973 en had al een veel strakkere look. Maar zijn verschijnen in wat het eind van het motortijdperk leek – iedere arbeider had intussen immers al een autootje – heeft ook niet tot enorme productieaantallen geleid. De latere modellen met de strak laag gestylde ‘flappentank’ hadden vijf versnellingen. Eigenlijk was een KS 100 gewoon een überbrommer en verregaand identiek met de Duitse Mokicks en ‘Mopeds’ (onze brommers). Het combiframe van gegoten lichtmetaal en de dikke stalen centrale bovenbuis was immers uniek en enorm stijf. Ook het 100 cc blok was geen probleem voor dat meesterwerk. 125- en 175 cc? Ook geen punt. In Zündappkringen heerst er op het gebied van fabrieksoriginaliteit een blije anarchie. Tegenwoordig wordt daarom blij van zin elk willekeurig Zündappblok in elk willekeurig frame gelepeld. Let daar even op bij aanschaf.


Maar ook als originele motor overtuigde de KS 100

Hij was comfortabel, betrouwbaar en had een voor zijn tijd een goed weggedrag. En dan dat motorblok! Dat leverde prestaties en bleef heel! De blokken waar wij aan het prille begin van onze volwassenheid al met een scheef oog naar keken, omdat ze zo mooi in een crosser te bouwen vielen, waren robuust maar sportief. De grote hoge ‘breitwand’ cilinder was een statement van jewelste.

De glad afgewerkte carterdelen, veelal met zilvergrijze 2 K lak afgewerkt, waren en zijn een lust voor het oog.

Kicken!

Die kickstarter was optie die ons als brompubers indertijd waanzinnig aansprak. De telescoop en achtervering waren hydraulisch gedempt, de KS had 16 inch wielen met 2.75’er banden en trommelremmen van Ø 150 mm. In de tank ging 12,5 liter mengsmering en rijklaar woog zo’n ‘Dikke Dapp’ op een haar na 90 kilo. Volgens ‘Motoren en Scooter’ uit de Alkenreeks van 1968/1969 kostte zo’n Duits stukje degelijkheid nieuw 1.598 keiharde guldens. In een tijd dat een bruto weekloon van 200-gulden mooi betaald was, was dat best veel geld.

KS100

Zo vanuit de folder

KS100

Met ‘Ochsenaugen’ knipperlichten

KS100

 

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

3 Comments

  1. Kees Drullman

    9 mei, 2019 at 17:42

    Een mooi geschreven stukje, dat Zündapp-‘adepten’ zeker zal aanspreken ! Ik heb zelf een Tomos 4L uit ’76 en een Garelli Tiger Cross uit ’71.

  2. jacques Dury

    9 mei, 2019 at 11:59

    Hebben jullie geen artikel van Kreidler ik heb vroeger zo een gereden betrouwbaar

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *