Bijzonder

Wie weet meer over een heel vreemde DKW

By  | 

Hij is gevonden in Ede, in een oude schuur bij een verlaten boerderij. En het is een DKW. Met een Brits viertaktblok.

Een vreemder DKW hebben we nog nooit gezien.

Het authentiek ogende typeplaatje vermeldt dat het om een 250 cc machine gaat. De ‘looks’ van de DKW zijn die van een DKW 300 uit de eerste helft van de jaren dertig of die van een DKW SB 200 uit de tweede helft van dat decennium. De tank van de 300’er lijkt nog het meest op die op deze schuurvondst. DKW was indertijd mondiaal een toonaangevende fabrikant van motorfietsen. Van motorfietsen met tweetaktblokken.

Deze schuurvondst is echter overtuigend een viertaktmachine

De krachtbron en transmissie er van bleken, na wat schoonmaakwerk en onderzoek van Ariel afkomstig. De Engelse eencilinder kopklepper (met open klepbediening en dus van voor 1938) en versnellingsbak zijn zo in het rijwielgedeelte gemonteerd dat dat blijkbaar niet op een regenachtige vooroorlogse zaterdagochtend is gedaan. Zo ligt de secundaire overbrenging bij deze vondst aan de andere kant dan die DKW had bedacht. Ook dat werk ziet er doordacht uit. Wat poets en schoonmaakwerk liet zien dat de op het carter ingeslagen motornummer M 1230 ?? is. Dat duidt volgens de boeken op een ‘lightweight (250 cc) kopklepper uit 1930 en dat past aardig bij het bouwjaar van het DKW rijwielgedeelte. .

In de tussentijd is de algehele staat van deze machine deplorabel. In de resten van de tank zijn zo te zien meerdere generaties motormuizen opgegroeid. Hopeloos of uitdagend? Dat zal er om gaan spannen. De nieuwe eigenaar is op zoek geweest bij de nabestaanden van de op 91 jarige leeftijd overleden ex eigenaar. Zijn zoon vertelde dat de machine in zijn huidige DKW-Ariel uitvoering al voor de oorlog door zijn vader gereden werd. De motor heeft nooit op ‘Nederlands’ kenteken gestaan, maar is altijd in Gelderland geregistreerd geweest.

Helaas zijn de Gelderse registers uit die tijd niet bewaard gebleven

1956 Was het laatste jaar van de provincieplaten, daarna stapten we landelijk over op het nu nog bestaande systeem. Voordat hij indommelde en wegdutte was deze schuurvondst een best chique apparaat. Met chromen tank en verchroomde uitlaatbochten en dempers. Het was een betrouwbare motor waar ook ritten buiten de grootste provincie van ons land werden gemaakt. Verder bleek er weinig tot geen historie op te duiken of te graven. Het typeplaatje lijkt origineel. Of toch niet? Ook voor de tweede wereldoorlog was het bezit van een setje slagletters niet alleen aan fabrieken voorbehouden. Toch?

Een duur blok

Maar dan nog: in de jaren dertig was een 250 cc kopklepblok uit Engeland plus bijbehorende bak geen kattenpis. Zo’n blok-bak combinatie moet indertijd serieus geld hebben gekost, want het hele spul was toen vrij recent of nieuw. En voor een heel nieuwe RH 250 moest er In Engeland toch 55 pond en 10 shilling neergelegd worden. Een Ariel met een DKW blokje ligt dan meer voor de hand als het gaat om ‘lopend te houden wat we hebben’. De Red Hunter machines van Ariel waren- en verkochten – trouwens zo goed dat Ariel van de verkopen er van… Triumph kon kopen. De Red Hunters waren er in 250-, 350- en 500 cc. Ze waren te kop met één – of twee uitlaatpoorten en met lage- of hoge uitlaten.

Slopen is geen optie

De mogelijkheid om het wrak gewoon als oud ijzer af te voeren zou voor rustig denkende mensen de meest voor de hand liggende optie zijn. De motor en de bak reviseren zou, in verband met de zeldzaamheid van dit soort dingen zomaar een mogelijkheid zijn om ‘een verdienmodel’ in dit uitdagende project te zien. Zo’n Ariel 250 blokje met open klepveren ‘doet’ ongeveer € 2.500. En de huidige trotse bezitter heeft een netwerk waar binnen zo’n revisie goed en op strak budget gedaan kan worden.

Maar het aller-allerleukste is toch om de hybride weer helemaal te restaureren. Temeer omdat er geruchten zijn dat de mensen bij DKW, de tweetaktmeesters uit Zschopau, ooit bezig waren met het uitvogelen of DKW’s met kleppen een optie zouden kunnen zijn. Volgens die geruchten zou DKW voor de oorlog wat zoek- en shopwerk hebben gedaan om een paar viertakt DKW proefmodellen te maken. Zeg maar: om te kijken hoe dat smaakte. En wat als deze vondst uit het Edese buitengebied nu eens zo’n testfiets zou zijn?

Wie het weet mag het zeggen!

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

2 Comments

  1. Rjab

    4 september, 2018 at 22:25

    Veel succes met de (hopelijke) restauratie. Hoop dat er wat meer bovenwater komt. Kan ook handig zijn met onderdelen e d. Hoop dat er genoeg tijd voorradig is.

  2. Pascal

    4 september, 2018 at 16:48

    Is het Gelderse ‘kenteken’ nog bekend?
    Ik heb namelijk nog oude lijsten met provinciale registraties en kàn mogelijk (!) iets terugvinden

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X