in

Volvo 300-serie

Op 19 februari 1976 wordt in Göteborg het laatste resultaat van het samenwerkingsverband tussen DAF en Volvo gepresenteerd. De auto wordt onder de projectnaam “DAF 77” ontwikkeld en komt als Volvo 343 op de markt. In maart maakt het publiek kennis met hem op de Salon van Genève en de nieuwe Volvo zal in de fabriek in ons eigen Born worden geproduceerd. Hij zal- in verschillende hoedanigheden- 15 jaar worden gebouwd.


De Volvo 343, zoals hij veertig jaar geleden het levenslicht zag. Afbeelding: Volvo
De Volvo 343, zoals hij het levenslicht zag. Afbeelding: Volvo

Binnen het nieuwe model zijn onmiskenbare DAF wortels zichtbaar. Vooral technisch zijn er gelijkenissen, want de debuutversie van de Volvo 343 is alleen leverbaar met de traploze Variomatic transmissie, welke gekoppeld wordt aan de 1.397 cc motor van Renault. De Volvo wordt goed ontvangen door de pers, die overigens wel bedenkingen uit bij de hoge prijs en -later- het verbruik. Typische kenmerken van de 343 vormen het grote glasoppervlak, de hatchbackvorm met de uitstekende achterzijde en praktische snufjes zoals de naar binnen kantelende voorstoelen, die het instapgemak voor achter passagiers gemakkelijk maken. De achter in de auto geplaatste automatische transmissie werd gecombineerd met een De Dion-as in een trans-axle-constructie. Het zorgt voor een bevredigend weggedrag. Toch kende de Volvo 343 aanvangsproblemen. De aandrijfriemen van de Variomatic waren- vanwege het hoge wagengewicht- aan slijtage onderhevig. Later werden modificaties toegepast en er gebeurde op het gebied van de transmissie meer.

De vijfdeurs versie kwam in 1979 op de markt en maakte het leveringsprogramma van de "300-serie" weer gevarieerder. Afbeelding: Volvo
De vijfdeurs versie kwam in 1979 op de markt en maakte het leveringsprogramma van de “300-serie” weer gevarieerder. Afbeelding: Volvo

Introductie handgeschakelde versnellingsbak en vijfdeursversie
Aan het einde van 1978 werd aan de koper ook een handgeschakelde vierversnellingsbak ter beschikking gesteld. Dat zorgde voor een verkoopimpuls voor de Volvo 343, die in 1979 een vijfdeurs broer verwelkomde: de 345. Tegelijkertijd werd een eerste facelift doorgevoerd. Inmiddels was het modellengamma- dat met de DL een aanvang nam- uitgebreid met een versoberde L en een luxueuzer uitgerust GL versie. In 1980 lanceerde Volvo de 2 liter B19 motor. De met deze krachtbron uitgeruste modellen heetten DLS en GLS, en waren onder meer herkenbaar aan tot de wielkasten doorlopende voorbumpers. In 1981 vond een eerste echt grote wijziging plaats. De 343/345 serie kreeg een nieuw, strakker front aangemeten waarbij koplampen en grille meer één geheel vormden. De tweeliter 340 was alleen in combinatie met een handgeschakelde versnellingsbak leverbaar. Over handgeschakelde transmissies gesproken: de vijfversnellingsbak wordt als optie leverbaar in 1982.

Nieuwe type aanduiding
In 1983 vindt een grote wijziging plaats. Volvo stapt over naar een nieuwe modelaanduiding. De 343 en 345 met 1.4 motor heten vanaf nu 340, terwijl de typeaanduiding “360” is voorbehouden aan de 2 liter series. Ook in het interieur vinden de nodige wijzigingen plaats. Belangrijk nieuws is de komst van de sedanversies in 1983, waarmee wordt ingehaakt op de groeiende populariteit van de compacte sedans. Inmiddels wordt het uitrustingsgamma verder uitgebreid en heten de topversies GLT en GLE, uitgerust met de B19 E motor met LE-Jetronic injectie van Bosch. Inmiddels heeft ook de 1.6 diesel zijn opwachting gemaakt.

Een topversie. De 360 GLT -hier in sedantrim- koppelde luxe aan prestaties en had de beschikking over de fijne B200 motor. Afbeelding: Volvo
Topversie. De 360 GLT -hier in sedantrim- koppelde luxe aan prestaties en had de beschikking over de fijne B200 motor. Afbeelding: Volvo

Modificaties
Voor modeljaar 1985 worden diverse modificaties doorgevoerd. Zo wordt de 340 leverbaar met een 1721 cc carburatie motor van Renault. De B19 E motor ruimt het veld voor de milieubewuste B 200 K en B200 E motoren. De Volvo 340 krijgt nieuwe motorsteunen een nieuw uitlaatsysteem, verbeterde isolatie en effectievere tocht-en afdicht rubbers. De uitrustingsstandaard wordt- afhankelijk van type en uitvoering- steeds luxueuzer. Voor 1986 worden alle modellen binnen de 300-serie nog een keer bijgepunt, verbeterd en aangepast. Bij de hatchbackversies valt vooral de achterklep met de grotere gelijmde achterruit op. Ook zet Volvo stappen op het gebied van emissiereductie, door onder anderen de katalysator en lambda sonde techniek op de B 200 krachtbron toe te passen. Vanaf 1987 wordt de weg terug ingeslagen. En wanneer de Volvo 440 zijn opwachting maakt komt het einde in zicht. De 360 wordt nog doorgebouwd tot in 1989. De 340 houdt het vol tot in 1991.  “Projectcode 77” blijkt een schot in de roos te zijn geweest. De 340 wordt- inclusief de 343 en 345 modellen- 1.284.206 keer gebouwd. De 360 verlaat 176.023 keer de band.


Bent u klassiekerliefhebber en bevallen u de gratis artikelen? Overweeg dan ook eens een abonnement op Auto Motor Klassiek, het gedrukte tijdschrift. Dat ploft voor een luttele jaarbijdrage elke maand bij u op de deurmat. Boordevol interessant leesvoer, speciaal voor de klassiekerliefhebber. Genoeg om u dagenlang van de straat te houden. En alsof dat niet genoeg is, draagt u ook nog eens bij aan het hele platform voor en door klassiekerliefhebbers. Daarbij heeft zo’n abonnement nog meer voordelen. Kijk maar eens op de link hierboven voor meer informatie.


Beste Klassiekerliefhebber

Geniet van dagelijks gratis verhalen over oldtimers in uw email en schrijf gratis in. 


19 Reacties

Geef een reactie
  1. Na 24 jaar autorijden, meerdere Porsche’s 911, Jaguars, Chevy Van’s en Pick-ups, kocht ik ter overbrugging een Volvo 343 uit 1979 met 72.000km. Ben er sindsdien helemaal gek van, kocht er zodoende nog ééntje bij (343 uit 1978 met 36.000 km), en nog ééntje (345 uit 1981 met 55.000 km) en struin regelmatig internet af naar een vierde, vijfde of misschien nog wel meer. Waarom? Nederlands trots, zo goed wordt er tegenwoordig niet meer gemaakt.

  2. Mijn ouders,kochten een jong gebruikte 343 DL eidooiergeel met bruin interieur.Ik vond het een fijne auto,na de DAF s die we hebben gehad.Begon bij Dafodil,Daf 55,Daf 66,Volvo 66 en toen dus de 343.
    Mijn vader wilde perse automaat rijden en toen was de keuze nog niet zo ruim in het kleinere segment.Ik heb zelf eens een Volvo 66 gehad als noodauto en verbaasde mij over het enorm hoge verbruik en dat terwijl ik altijd zeer zuinig rijd.Het verbruik was hetzelfde als de Volvo 240,dus de keuze was niet moeilijk.Ik ben inmiddels overgestapt op de klassiekers van duitse makelij mn.Mercedes.Dit bevalt prima,maar er zijn veel leuke klassiekers van diverse merken.Maar je kunt niet alles hebben.Wel geprobeerd overigens,bij 70 auto’s opgehouden met tellen.

    • Die gele 343 met bruine bekleding heb ik staan Marcel, bouwjaar ’81. Ook nog een blauwe 343 bouwjaar 1979 én een blauwe 343 bouwjaar 1978. Allemaal variomaat en bijzonder weinig kilometers gereden, leek me daarom een goede belegging. Je bent welkom om er een keer in te rijden om goede herinneringen op te halen. http://www.molenheerdt.nl

  3. Ik denk dat als DAF met bv type 44 al was overgestapt op de keuze automaat of handgeschakeld
    DAF nog had bestaan als autofabrikant want de zgn trutten schudder heeft uiteindelijk hun opgang en ondergang betekent.

  4. Had een 360 glt zwart , met echte alle opties,
    Moest m weg doen ivm tweeling kinderwagen,
    Kon m niet bewaren (spijt) maar 2 auto’s kon ik niet behappen ,
    Geweldige auto

  5. Ik heb bijna alle types gehad van de eerste 434 automaat tot en met de 2 liter schakel. Hele fijne maar vaak (vooral in Nederland) onderschatte auto. Bijn 450.000 km mee gereden en toen verkocht aan een collega die er nog enkele jaren mee heeft gereden. De 2 liter was beresterk en onverwoestbaar.

  6. Zelf bij NedCar gewerkt al 27 jaar de eerst 343 gemaakt in verschillende uitvoeringen ,van L,,DL GL, GLS ,en zelf een 340 Van met 4 deuren maar geen achterbank. Zelf 2 340 gehad van 1982 en 1987 de laatste 10 jaar zonder problemen mee gereden kon jezelf heel veel nog aan sleutelen ,ben zelf nog lid geweest van de VOLVO 300 Club.

  7. Ik ben in het bezit geweest van een 343 DL met een 1400 benzine, en volgens mij kwam die motor bij Renault vandaan. Daarna ben ik overgestapt naar een 360 GLS sedan, heerlijke auto maar lustte inderdaad een slokje. Maar toch overgestapt naar een 360GLT sedan, de sportieve uitvoering. Ook een klasse auto ooit ruim 200 meegereden. Na vele omzwervingen sinds 2016 weer lid van de Volvo club een S40 2.4i, heerlijke auto nog een beetje sportiever en lust ook een flinke slok.

  8. Willem:
    De RP reed een tijd lang de 340 met de Renault benzinemotor, maar vermoedelijk getalsmatig meer (later) met dieselmotor. Niet bepaald succesnummers, bij achtervolging…

    Zelf kocht ik in 1986 de 360 met de Zweedse injectiemotor. Bleek vermoedelijk door het hogere motorgewicht herhaaldelijk voorwiellagers te verslijten. En bij wat sneller bochtgedrag ook voorbanden… Maar hij reed voortreffelijk, en motorisch probleemloos, zo’n 240.000 km in mijn gebruiksperiode. Knap waardeloos was roestvorming, al binnen 2 jaar, in plaatwerkoverlapping van de achterportier opening. Garantie ho maar: volgens ’n Volvo inspecteur “slecht gepoetst”.
    Dus werd mijn volgende een Zweed: de 940. Ideale auto, zelfs in later jaren met LPi.

  9. Ik bezit een onverprutste 345GL met 1700 cc moter en 5 versnellingsbak, bouwjaar 1987 en nu 102560km km op de teller.
    Ik kocht deze van 2e eigenaar binnen
    dezelfde familie, dus eigenlijk eerste eigenaar. Een keer overgeschreven dus.
    Deze auto rijdt super strak en is zeker momenteel ondergewaardeerde Klassieker. 😉👍 Ga die binnenkort wat TLC geven en rijden. Frank.

  10. Goede avond.
    Ik moet bekennen, dat het technies onverwoestbare auto’s zijn. In 1991 komt Citroën met de ZX-serie. Ik heb het nagerekend en mijn 1e nieuwe auto gekocht. Na 300.000+ km ingeruild voor eenzelfde type met extra’s. Daarna ZX-3.
    MOMENTEEL rij ik Citroën Xsara Picasso en Skoda superb. Men moet met tijden meegaan en
    mobiel blijven.

  11. Dit artikel roept mooie herinneringen bij me op. Eind 1982 kon ik aan de slag bij Volvo NL in Beesd om daar Volvo Leasing op te zetten in een aparte eenheid, Carned Leasing B.V. De eerste tijd van mijn werkzaamheden reed ik in een Volvo 360 die ook nog eens een forse (Zweedse) tuning had ondergaan. Heel leuk rijden, snel en met prima wegligging. Een grote klant van Volvo Leasing in die tijd was Hoogenboom bewaking die met een hele vloot 340’s rondreden met dezelfde uitstraling als veel politie-auto’s. Bij serieuze politie- en bewakingsactiviteiten waren de Volvo’s natuurlijk (net als andere merken) een stuk kostbaarder in het onderhoud, vooral bandenkosten rezen de pan uit.

  12. Ik heb een 360 GLS uit 1983. Een heerlijke auto, die zuipt als een tempelier.
    Wat ik mis in dit verhaal is de Rijkspolitie! In welk type reden die? en in welke jaren?

  13. Ik heb een 343 van 1982 net voor het 340 werd.
    Onverwoestbare auto met heerlijke variomatic.
    Oma auto die sneller optrekt dan een 2 takt scooter.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

The maximum upload file size: 8 MB. You can upload: image. Links to YouTube, Facebook, Twitter and other services inserted in the comment text will be automatically embedded. Drop files here

Peugeot 404. Harmonieuze jubilaris, eeuwig klassiek

Fiat 2300 Coupé, nu eens een grote Fiat