Historie

Volvo 164. Het had een V8 moeten zijn

By  | 

De Volvo 164 is een luxe automobiel, gebaseerd op de 140-serie. Een grote, statige automobiel. Een auto met een bijna Brits chique uitziende neus. Met een flinke 3 litermotor (die later injectie kreeg). De Volvo 164 werd verkocht tussen 1969 en 1975. En is veel minder geliefd dan de oudere Amazons en de jongere 470’s. Misschien ligt het aan de typeaanduiding. Alfa Romeo’s 164 verdiende ook meer succes.

Had nog groter gekund

De Volvo 164 werd getekend door Jan Wilsgaard, en was gebaseerd op de conceptauto P358 die hij in de jaren 50 had bedacht. Die P358 had een 3,6 liter V8-motor, onafhankelijke voorwielophanging en schijfremmen rondom. Volvo wilde er op de Amerikaanse markt de strijd mee aangaan tegen Mercedes-Benz. Omdat de vraag naar een V8 niet groot genoeg leek, is deze uitvoering niet in productie genomen.

 

Maar in 1968 werd zijn opvolger of evolutiemodel gepresenteerd: de 164. De motor kreeg twee cilinders minder en de carrosserie werd wat ‘gephotoshopped’. De 164 is duidelijk een bijna evenbeeld van de 140-serie. Het grootste verschil zit in de neus en de motor. Van 1968 tot 1971 zijn de auto’s voorzien van een zescilinder B30A motor. Deze heeft Zenith Stromberg 175CD2SE carburateurs. Vanaf 1971 kwam de elektronische injectie van Bosch.

Een beétje geschiedenis

De Amerikanen de oren wassen met een V8 en Mercedes-Benz van de kaart vegen werd het niet. Maar ook met de drie liter zes-in-lijn was de Volvo 164 een statige, chique automobiel uit het duidelijk hogere segment.


1969 was het eerste jaar dat de Volvo 164 geproduceerd werd. De basis voor het ontwerp was de 144, maar dan met een kenmerkend = chique neus. Die ‘nosejob’ was ook nodig om ruimte te maken voor de zescilinder B30A stoterstangen lijnmotor (die gebaseerd was op de viercilinderblokken). De transmissie werd ten opzichte van de 144 versterkt en het interieur was duidelijk luxer dan van de 144. In 1972 kreeg de 164 een ander blok: de B30E/F. En daarbij was inspuiting optioneel. Met zo’n 175 pk en een indrukwekkend koppel waren die Volvo’s zelfs in Amerikaanse ogen ‘muscle cars’. De voorste schijven waren vanaf dat moment geventileerd, een niet onaardig idee met zo’n klont ijzer onder de motorkap. 1973 Was het jaar van een stevige (visuele) update. In 1974 werd de grote Volvo nog veiliger op passief gebied. In 1975 was al te zien dat de 200 serie eraan zat te komen. Al met al zijn er zo’n 150.000 Volvo zespitters gemaakt.

Een daily driver

Ons fotomodel – het wemelt bij ons in Nederland niet van de 164’s – vonden we bij Wim Bottinga, de klassieke Volvospecialist uit Barneveld. Wim is een Volvopassionado die in zijn klantenkring liefhebbers met topgerestaureerde 164’s heeft. Maar de witte 164 met lederen bekleding die hij momenteel heeft staan is geen pronkstuk. Het is een op LPG en benzine draaiend exemplaar dat gewoon geschikt is voor dagelijks gebruik. De prijs van deze 164 met patina is een keurige indicatie van de prijs van een gewoon eerlijk exemplaar: Wim vraagt er €3.999 voor. En dat is heel veel minder dan de waarde van de auto die hij nu aan het restaureren is. Maar daar komen we op terug. Als dat unicaat klaar is.

Volvo 164

Een 140 met kapsones of een Mercedes-beater? De 164 is een riante, veilige marathonloper

 

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

3 Comments

  1. Rob van Wieren

    17 september, 2019 at 22:25

    Bij Surhuisterveen, in Friesland staat al jaren een 164 in steeds meer deplorabele staat……..
    Laatste keer dat ik er langs kwam, kort geleden, werden m’n ogen nat van verdriet, 10 jaar terug van vreugde!

  2. jan

    21 augustus, 2019 at 17:36

    De 200 serie zat er in 1975 niet aan te komen , die was er eind 1974 al .
    En in het bovengenoemde dat de V6 van Peugeot e.a. een V8 had moeten zijn is mij , als oud Peugeot medewerker ,niet bekend . De 60 gradenhoek was nodig om het geheel in de 504 coupe te krijgen .

  3. Henk

    20 augustus, 2019 at 05:46

    Ook de opvolgende V6-motor had een V8 moeten zijn. Want het PRV-blok (ontwikkeld door Peugeot-Renault-Volvo) was oorspronkelijk bedoeld als V8, maar is door de oliecrisis begin jaren ‘70 toch maar een V6 geworden. De blokhoek van 60 graden verwijst nog naar de V8. Deze motor (2,7 – 2,9 liter) werd vanaf 1975 tot begin jaren ‘90 toegepast in zeer veel verschillende auto’s van Peugeot 504, Volvo 264, Renault 30 tot Lancia Thema, Delorean, Renault Alpine A610 aantoe. (En nog veel meer).

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *