Verkeerd afgelopen

Verkeerd afgelopen: een Cobra in Eerbeek

By  | 

De AC Cobra’s horen tot de meest iconische auto’s in de geschiedenis

De vraag naar deze legendarische sportwagens was al vanaf het begin zo groot dat hele volksstammen in Engeland en Amerika zich stortten op het namaken van Cobra’s. Maar laten we even beginnen bij het begin:

 

In 1953 presenteert het Britse AC de Ace. De door John Tojeiro ontworpen sportwagen heeft duidelijk wat lijnen geleend van de Ferrari 166 MM Barchetta.  Maar onder de motorkap zit geen V12, maar een gedateerde tweeliter zes-in-lijn met maar 100 pk. In 1956 wordt er tegen meerprijs de tweeliter l6 van Bristol leverbaar. Deze 130 pk-sterke krachtbron is een doorontwikkeling van de motor van de vooroorlogse BMW 328.

In 1961 krijgt AC een brief binnen van Caroll Shelby, waarin hij AC vraagt hem een Ace te bouwen met een V8. AC wil dat wel, maar vraagt aan Shelby of hij voor een passende motor kan zorgen. Shelby benadert eerst Chevrolet, maar daar zit men niet te wachten op een Corvette-concurrent met Chevy V8. Ford heeft wel interesse in het project en heeft juist het nieuwe 4.3 V8 (260ci) blok klaar. Die motor wordt verscheept naar Engeland, waar de monteurs van AC het blok in de Ace met chassisnummer CSX2000 lepelen. Het resultaat is verbluffend, de Cobra zit in 4.3 seconden op de honderd en heeft een topsnelheid van bijna 250 km/u. Dat zijn nu nog top waarden. In 1962 waren ze verbijsterend.

Cobra’s maken? Dat doet iedereen!

Na al die succesen kwam de bouw en leverantie van kit cars en replica’s pas echt goed op gang. Meer dan  veertig bedrijfjes in Engeland en de USA lieten zich meeslepen door passie en kansen op winst. De meesten daar van produceerden in hun hele levensduur maar een paar kits of auto’s. En bij sommige kits en de kant en klare replica’s was de kwaliteit bedroevend.


Maar ergens is elke Cobra, Cobra kit car of replica ooit zijn leven bij een liefhebber begonnen. Maar net zoals altijd hebben relaties die gebaseerd zijn op passie niet het eeuwige leven. De Cobra die wij vonden had schade opgelopen en had het daarna hoger op gezocht. De schade zit rechts achter en de man die de auto op zijn dak zette moet gedacht hebben ‘Wat je niet ziet doet je geen pijn’. De auto staat op de Coldenhovense weg in Eerbeek.

Hans Theunissen

Het staat op het dak en is blauw. Rara wat is het?

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Dolf Peeters

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *