Artikelen

Verguisd en vergeten: Morris Ital

By  | 

Het was die dag zwaar bewolkt met veel buien, oom Arie won ‘s avonds een rollade bij de bingo en Henk Wijngaard’s Containersong steeg naar nummer 17 in de top 40. Waarschijnlijk kunnen meer mensen zich dat beter herinneren dan de introductie van de Morris Ital op diezelfde dinsdag, 1 juli 1980. Maar wij zijn hem niet vergeten.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

De bescheiden, sympathieke Brit delfde in zijn tijd ook al steevast het onderspit, hij werd aan alle kanten ingehaald door de concurrentie. Een beetje als het jongetje dat altijd als laatste wordt gekozen in de klas. Op zich ook weer niet zo vreemd, als je bedenkt dat deze Morris gebaseerd was op de illustere Marina. Hoewel. Gebaseerd is een beetje teveel eer, eigenlijk was het niet meer dan een facelift van het model dat zelf al bijna tien jaar meeliep en ten tijde van zijn eigen introductie ook al belegen was. Dan sta je wel een beetje op achterstand.
Morris Ital 1
Daar konden zelfs Giorgetto Giugiaro’s suggesties voor de restyling van de Marina niet veel aan veranderen. Om kopers te verleiden kreeg de auto een exotischer naam mee: Ital. Naar het bekende Italdesign, Giugiaro’s studio die hoofdontwerper Harris Mann van wat adviezen voorzag. Hiermee tekenden de Britten hun eigen Marina met wat rechte hoeken en dito lijnen de jaren 80 in. Die Marina was nog heel erg herkenbaar, alleen de voor- en achterzijde werden aangepast en de driedeurs coupévariant kwam te vervallen. Waarschijnlijk liet het budget van het chronisch op de rand van de afgrond verkerende British Leyland niet meer toe, want het interieur bleef ongewijzigd. Hier was alles Marina. Ook het dashboard werd vrijwel ongewijzigd overgenomen, met zijn ergonomisch gebogen middenconsole. Maar dan naar de passagier toe. Britse humor.

Heerlijk, en dat moet in stand gehouden worden. Precies dat deden de oerconservatieve Britten ook onderhuids: er veranderde niets aan de techniek. De Ital stond op hetzelfde, achterwielaangedreven chassis als de Marina, met dezelfde 1.3 of 1.7 liter viercilinder voorin. Never change a winning team. Ook niet als het verliest, moeten die eigenwijze Britten gedacht hebben. Wel werd de 2.0 liter O-serie viercilinder nu ook leverbaar en vormde in die configuratie het topmodel in de Ital-range, de 2.0 HLS, vanaf 1981 zelfs leverbaar met automaat. Voor de familyman was er de Estate, de goed boerende plumber of bakker kon een gesloten bestelversie bestellen. Als sevicewagen werd deze Van ook nog weleens ingezet door een moedige garagist. Die had in ieder geval gereedschap en voldoende onderdelen bij de hand.
Morris Ital Estate
Want behalve de techniek en zijn uiterlijk erfde de Ital nog meer van zijn voorganger: diens beroerde reputatie door de nogal bedenkelijke bouwkwaliteit. Want de Engelse auto-industrie was in die jaren bepaald geen bolwerk van passie en perfectie. Stakingen en andere onrust holden British Leyland tot op het bot uit. Toch verkocht de Ital in het begin van zijn korte carrière nog helemaal niet zo slecht. Het was een aanvaardbaar alternatief voor de toen nog best grote groep die leed aan metum Coegie fronte rota. De angst voor voorwielaandrijving. Maar die aandoening verdween vrij snel en ondanks een vernieuwde wielophanging voor en achter en nog wat moderniseringen in 1982 was de Ital hetzelfde lot beschoren. Het leek wel of ze oplosten, en vaak was dat ook zo. Roest. Het bruine spook verorberde ze gretig. Zelfs in Portugal, waar de Ital nog een korte periode in zijn meest waarachtige vorm geassembleerd werd: een inmiddels stokoude auto voorzien van een stokoude dieselmotor met nog geen 40 PK. Sympathieker wordt het niet. Zeldzamer evenmin.
Morris Ital 2
Of het moet de laatste versie uit 1998 (!) zijn. In dat jaar kwam het Chinese Chengdu Auto Works met de estateversie van de Ital op de markt, op een eigen chassis. Deze Huandu CAC6430 werd nog tot ver in 1999 gebouwd, terwijl de productie van de Ital al in 1984 beëindigd werd. Er zijn er nu nog maar bitter weinig van over, helaas. Vroeger een draak, nu uiterst innemend, deze zachtmoedige Engelsman verdient een beter lot dan de vergetelheid. Net als oom Arie.

 

Nu in de winkel, het julinummer

BMW 318i, Fiat 500 Abarth, Chevrolet Fleetmaster

Auto Motor Klassiek van juli ligt nu in de winkel. Dus snel naar de boekwinkel voor een nieuw nummer. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Lekker zomers prijkt op de omslag de BMW 318i cabriolet van Femko de Jong. Hij bracht de auto tot in perfectie. U leest er alles over in nummer 7.

Erg interessant vinden we zelf de ombouw van een Chevrolet Fleetmaster naar een custom. Dat is niet zomaar klakkeloos gedaan. Het was een echt ingrijpend project. Zelfs de klompen van de eigenaar moesten eraan geloven. Ook de restauratie van de Fiat 500 waarvan in dit nummer een verslag, zou je onder de noemer custom kunnen scharen. De auto was in erbarmelijke toestand, dus een intensieve restauratie volgde. Eigenaar Henrique Linde gaf er meteen een eigen 'Abarth'-draai aan. Wij vonden het resultaat meer dan geslaagd. Hendri Kampherbeek heeft zijn hart gegeven aan Peugeot. Zelfs wanneer deze voor de tweede keer onder handen moet worden genomen. Zijn Peugeot 405 mi16 kocht hij met een kapotte motor en na de restauratie was het weer bijna mis.

Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder ook nog:

  • Aprilia Moto 6.5 restauratie
  • Honda CB 550
  • Mercedes-Benz 600 Pullman
  • Herinnering aan Stirling Moss
  • Beleef de bevrijding deel 2

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

5 Comments

  1. Henk

    15 juni, 2018 at 12:29

    In 1972 t/m 1973 ben ik werkzaam geweest, als leerling automonteur, bij BMC en wij hebben Marina in de showroom gehad, deze heeft er bijna 1 jaar gestaan en ik weet dat mijn werkgever deze auto met verlies verkocht heeft.
    Ik weet dat deze auto’s een zeer dikke beschermlaag (transport) hadden en als men deze verwijderd had, dan was het verstandiger om hem opnieuw in de was te zetten.
    Het roestspook van deze auto was toen ook al zeer duidelijk aanwezig. Het was wel voor zijn tijd een geruime auto, mijn schoonvader heeft een coupé gehad en die hoefde hij niet af te sluiten. Dat zegt wel genoeg.

  2. Pytrik Heideman

    2 juni, 2016 at 18:35

    Ik was de Morris Ital echt nog niet vergeten. Ik bezit er dan ook 2.
    De enige 2?

    • de redactie

      2 juni, 2016 at 19:41

      Dat is heel bijzonder, of het de enige 2 zijn weet ik niet. Koesteren…

  3. A.Francois

    30 mei, 2016 at 09:35

    Je woordkeuze is weer verbluffend en is heel prettig leesvoer, knap om over zo`n onmogelijke auto zoiets leuks te schrijven.

    • de redactie

      30 mei, 2016 at 10:08

      Dankjewel. De eer voor dit artikel gaat echter helemaal naar Lars Bais, die het heeft geschreven.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *