in

Triumph Twenty One Hot tub? Nee, een bath tub

De tijden dat motorfietsen voorzien waren van een los motorblok en een separate versnellingsbak gingen zelfs in Engeland voorbij. Dat nieuwe tijdperk begon voor Triumph in 1957 met de 350 cc 3 TA. De 500 cc twins kregen pas twee jaar later een unit blok, de 650’s zelfs pas zes jaar later. In 1957 kwam de Triumph Twenty-One dus uit met het eerste door Edward Turner en Jack Wickes. ontworpen ‘Unit construction’-motorblok. Twenty One staat daarbij voor de Amerikaanse inhoudsmaat: 21 cubic inches (348cc), maar ook voor de 21ste verjaardag van Triumph Engineering Co Ltd. Het is blijkbaar maar net wat je wilt.

Als serieus transportmiddel

Maar de 350 cc twin was niet bedacht om de Amerikaanse markt te bestormen. De Yanks gingen immers voor groot, groter, grootst. De dubbel te interpreteren naam bracht niet veel meer succes dan een vage glimlach. De officiële naam van de 350 cc twin was trouwens ‘3TA’, hij kreeg een plaatomhulling aan de achterzijde die al snel een “bathtub” (badkuip) werd genoemd. Dat gebeuren met al dat plaatwerk was een marketingfout. Een fout die overigens ook opgang deed bij de Norton Navigator DeLuxe, de Vincent Black Prince en de Velocette Vogue. Het was een tijdsdingetje want de fabrikanten keken bezorgd naar de opkomst van de scooters. En die hadden immers ook zoveel plaatwerk? Daar moest het succes dus wel in zitten!

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Bescherming 1.0

In de tijd van deze Triumph waren motorfietsen nog voornamelijk gebruiksmiddelen voor mensen zonder geld voor een auto. Ze werden dus veel gebruikt voor woon-werkverkeer. En iedereen die wel eens wat over het Engelse weer heeft gehoord, die weet dat het op dat eiland nogal eens vochtig kan zijn. Het idee was dus dat de beter gesitueerde motorrijder tegen modderspatten en ander ongerief beschermd moest worden. Vandaar al dat plaatwerk. Dat het plaatwerk het schoonhouden van en het onderhoud aan de motor serieus in de weg zat? Daar was niet genoeg over vergaderd. Het model verkocht slecht, veel dealers haalden de beplating, inclusief de ‘nacelle’ van hun winkeldochters af, aangezien een Triumph als ‘naked bike’ toch meer in trek was. Al dat plaatwerk werd weggegooid en daarom is een origineel ‘ingepakte’ Triumph nu best een zeldzaam en gezocht ding. Er waren trouwens meer Triumphs voorzien van de ‘badkuip beplating’. De 500 (490) cc Triumph 5 TA en de T 110 waren ook zo gekleed. En dat we veel, heel veel later de Honda Pan European kregen?

De 350cc 3TA Twenty-One was dus Triumph’s eerste unit blok.

Het was nog steeds wel een 360 graden twin met een krukas die alleen aan de buitenkanten was gelagerd. Het centrale vliegwiel was demontabel. Dat was een constructie die hoge toerentallen nadrukkelijk in de weg stond, maar bij dit soort cilinderinhoud maakte dat niet erg veel uit. Bovendien had dit soort Triumphs geen circuitaspiraties. De constructie raakte pas over zijn grenzen toen de Britse twins groter dan 650 cc werden. Het cilinderblok was van gietijzer, de kop was van lichtmetaal en de twin ademde in door een enkele Amal Monobloc carburateur. De vierbak werd met de rechtervoet bespeeld. Bij de Twenty One stond de onstekingsunit fier bovenop het blok. Net als bij auto’s. De hoes eromheen verdiende misschien geen schoonheidsprijs, maar was met dat Engelse weer waar we het al over hadden gewoon een soort douchemuts om de verdeler droog te houden.

Mooi blauw

Al met al is zo’n winters blauwe luchtmetallic gespoten Triumph Twenty One net een plaatselijke opklaring. Het blauw in combinatie met het mooie volle aluminium van het blok en het chroom zorgt ervoor dat je je heel vrolijk gaat voelen als je de kleine twin ziet. En dat ‘kleine’ is dan niet pesterig over de cilinderinhoud bedoeld. Maar de 3 TA is gewoon een kleine motorfiets. Een motorfiets van alweer zo lang geleden dat de gemiddelde West Europeaan zo’n tien centimeter korter was dan de huidig gangbare exemplaren. Maar toch zit ook de zeker niet ondermaatse eigenaar er prettig op. Het voor de foto’s aan de hand manoeuvreren met de Twenty One is een peulenschil. Het ding weegt gevoelsmatig bijna niets. En dat terwijl de beplating hem toch wat ‘mollig’ laat lijken. Zo’n Twenty One is een heerlijk apparaat om over de binnenwegen en weggetjes te dansen.

 

12 Reacties

Geef een reactie
  1. Mooie versie van de 21, geweldig ziet deze eruit. Zelf had en heb ik niet zoveel met deze uitvoering; een Speed Twin of Tiger (maar dan niet die met een verende achteras) uit dezelfde periode heb ik altijd fijner gevonden, bak en blok aaneen is ook eigenlijk net meer dan aanpassing van het omhulsel. Heerlijk geluid ook, ik kon indertijd het Triumph geluid goed onderscheiden van dat van een Ariel, Matchless of Norton twin.

  2. Dit zou wel eens het enige (metallic blue) exemplaar in Nederland kunnen zijn. Járen geleden gesignaleerd / gepasseerd op de A8 richting de Engelse Motorbeurs in Wormerveer, waar dit kleine juweeltje uiteindelijk ook geparkeerd bleek. En heel wat bekijks trok, want deze optuttende modegril is en blijft opvallend.
    Indien met inzicht bereden, kon een 350 Triumph twin wel eens een aangenaam betrouwbare toerfiets zijn met voldoende vermogen en gewicht om te kunnen zwieren en zwaaien in gepaste haast. Inderdaad, kleiner is fijner, en een 350 twinnetje is ook op latere leeftijd nog best aan te benen. Dank voor dit artikel – en hulde aan de eigenaar.

  3. Op de weg valt een hoop motoren te zien die bekleed zijn met allemaal van die (excusé le mot),
    ‘Tupperware’. Als je vaak in rottig weer op ‘s Neerlands wegen zit, is al die (kunststof) beplating om je heen met zo’n groot raam voor je best erg nuttig. Dat velen er daarom mee rijden, valt alleszins te begrijpen. Persoonlijk heb ik er echter niet zo veel mee en voel ik liever meer de wind om mijn lijf. En ik weet waarover ik spreek als ik zeg dat ik jaren lang met temperaturen fors onder de borstgrens in de winter naar het werk heb gereden met een kale Beierse boxer, met slechts een windschermpje en aanvankelijk zelfs nog zonder handvatverwarming. Het helpt om te weten dat ik met mijn proporties met de knieën klem tegen de kuip zit bij bijvoorbeeld een K100RT en een R1100RT en zo. In het begin voelt dat heerlijk één met de machine. Na een half uur wordt het dan vervelend. Maar goed, een volle kuip is grotendeels ‘Geschmack Sache’.
    Daarbij is zo’n ‘Vollverkleidung’ niet echt wat je noemt handig bij het sleutelen aan zo’n ding.
    Daarom liever een wat kaler exemplaar voor mij 😃

    • Maurice, bij Wisper-Classics staat ook nog een gerestaureerde TR6 in de collectie. Staat niet op de website maar als je interesse hebt, neem gewoon even contact op.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *