Wetenswaardigheden

Triumph TR wetenswaardigheden

By  | 

Als Triumph TR liefhebber dan wel eigenaar moet je natuurlijk alles precies weten over het model waar je voor gevallen bent. Wij hebben voor u wat bijzondere informatie op een rijtje gezet.

TR2

Te beginnen met de TR2. Die was namelijk in het begin alleen maar in leverbaar in wit, zwart, ice blue (ijs blauw), olive yellow (olijf geel/groen) en geranium pink (geranium roze). Die kleurtjes waren door de echtgenote van de toenmalige baas Sir John Black. Zij wist (…) als geen ander dat die kleurtjes vrouwen zouden aantrekken. Die hadden – ook toen al – het laatste woord…

TR3

Toen diens opvolger, de TR3 werd geïntroduceerd, stonden er in de fabrieken en opslagterreinen nog hele rijen niet verkochte TR2’s. Dat was voor Triumph geen probleem, want die gingen allemaal terug de fabriek in om te worden voorzien van de updates om als nieuwe TR3’s te worden verkocht… Dat was niet zo’n grote ingreep, een chromen grilletje, andere SU carburateurs en nog wat modificaties. De eerste TR3’s waren nog steeds met trommelremmen rondom uitgerust… Toen bijna alle omgebouwde TR2’s waren verkocht, kreeg de TR3 vanaf oktober 1956 schijfremmen voor en heette TR3A.

TR4

Voor wat de TR4 betreft die in 1961 op de markt kwam, vreesde men dat de verkopen in de States dramatisch zouden afnemen. De TR4 was na een cosmetische ingreep van het gerenommeerde designhuis Michelotti iets héél anders geworden. Derhalve werd in 1962 de TR3B voor de Amerikaanse markt in het leven geroepen. Onderhuids genoot die wel alle TR4 wijzigingen. In 1965 volgde de TR4A met een sterk gewijzigd chassis met als belangrijkste vernieuwing de onafhankelijk achterwielophanging.

TR5

De in 1967 op de markt gebrachte TR5 – met een zescilinderinjectiemotor voor de Europese markt en de carburateurversie voor de Amerikaanse markt die TR250 heette, is de enige TR die het kortste in productie is geweest: slechts elf maanden!

TR6

Het werd tijd voor een nieuw model, de TR6. Giovanni Michelotti werd andermaal gevraagd er iets mooiers van te maken met als bijkomstigheid dat Triumph inmiddels onderdeel was geworden van het British Leyland concern en daardoor de financiële kraan dichtgedraaid moest worden… Met als excuus ‘te druk’ haakte Michelotti af en werd contact gezocht met de Duitse carrosseriebouwer Karmann. Het werd een gok die uiteindelijk goed uitpakte. De wereld sloot de in 1969 geopenbaarde TR6 vanaf de eerste dag in de armen. Het chassis, de techniek en het middelste deel van de koets waren gelijk aan die van de TR5. Ook de technische specificatie voor wat de Europese en Amerikaanse markt betreft bleef gelijk aan de TR5. Injectie voor Europa, twee carburateurs voor de Verenigde Staten. De laatste TR6 met benzine-inspuiting rolde overigens in februari 1975 van de band… In 1976 viel het doek voor de TR6. Bij het inmiddels noodlijdende British Leyland had men de boel niet helemaal op orde en zo kon het gebeuren dat er in 1979 nog loodsen vol – zelfs een aantal steengroeven! – met splinternieuwe TR6-en werden ‘ontdekt’…

TR7

Ondertussen was men ook druk met de opvolger van de TR6 die TR7 zou gaan heten en in 1975 zijn publieke introductie beleefde. Met als codenaam ‘Bullet’ lag het in de bedoeling dat er gelijktijdig ook een vervanger voor de MG MGB zou komen die gelijk zou zijn aan de TR7 maar dan voorzien van MG badges en logo’s. De kleimodellen – op ware grootte – waren overigens van MG ‘opsmuk’ voorzien… De TR7 was radicaal anders dan diens voorganger en werd met meer dan gemengde gevoelens ontvangen. Nee, niet leverbaar als cabriolet omdat de top van British Leyland ervan overtuigd was dat cabriolets op korte termijn in de ban zouden worden gedaan. Té gevaarlijk. De vele stakingen en het telkens maar weer verplaatsen van de productielijn, plus de daarmee gepaard gaande trammelant, het lelijke model, het zielige vierpittertje, de slechte kwaliteit, betekende het naderende einde van het merk.

TR8

Zelfs de introductie van de TR8 – voorzien van de 3.5 liter Rover V8 motor – in 1979 kon het tij niet meer keren. Er werden ooit maar 18 cabriolets en 63 coupés – met rechtse besturing – voor de Britse markt gebouwd. Geen enkele werd er via een dealer verkocht. De fabriek zette ze allemaal op naam en verkocht ze vanuit hun kantoor aan liefhebbers (…) voor zo’n ding. In 1981 werd de productie beëindigd en kon de wereld zich opmaken voor weer een nieuwe Triumph. De Acclaim. Laten wij het daar maar niet (meer) over hebben…

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X