in

The need for speed! Een column.

Een kennis van me is een echte motorrijder 2.0. Hij heeft een elektrische motorfiets en rijdt daarmee alsof het een echte is. En laten we eerlijk zijn: qua prestaties lijkt zo’n Duracell GT daar nog best goed op.  Hij was er zelfs mee in Zwitserland. Daar zag hij dapper sturend een bebouwd kommetje over het hoofd. Te hard rijden in duur in Zwitserland. Veel te hard rijden duurder. Veel duurder. Veel te hard rijden in de bebouwde kom? Hij mocht zijn motor laten staan een kreeg thuis een boete van 5.000 Zwitserse Franken als losgeld voor zijn motor.


Natuurlijk was dat allemaal eigen domme schuld

Maar je wordt toch wat weemoedig als je dan terugdenkt. De Politie reed nog in Porsches over de ook hier zo goed als onbegrensde snelwegen. Ik had net in Woerden mijn Grote Liefde gevonden: een door Biggelaar geprepareerde Ducati 860 die voornamelijk uit een enorme vreemd gewelfde polyester Tank, heel dikke Dell’Orto’s en zo goed als open Conti dempers bestond. Oh ja: hij was in een grove blauwe metal flake gespoten. Ik had de machine gezien. En was verloren. Had handgeld betaald en had twee weken de tijd nodig gehad om de rest van het geld bij elkaar te sprokkelen. Daarna heb ik maandenlang op macaroni en ham geleefd en thee gedronken. Ik kwam toen ook nogal eens tegen etenstijd bij mijn ouders langs. Op de fiets.

Na twee weken ging ik mijn trots halen

Ik trof Rob Noorlander terwijl hij de helemaal lege bedrijfshal met een bezem aanveegde. “Waar is mijn motor!?!” Rob had een clash met De Belasting gehad. Dat zoemde al wat rond. Maar ik trof hem na zijn meesterzet om De Belasting te ontlopen: Hij had in één nacht al zijn bedrijfsspullen inclusief het toiletpapier plus alle motoren naar Luxemburg gesmokkeld waar hij nog jarenlang Ducati en Harley dealer bleef. Mijn motor bleek bij Rob in consignatie te hebben gestaan. Ik kon hem ophalen bij de eigenaar. In de kop van Noord Holland.

De reis naar bijna de poolcirkel was lang

De buschauffeur liet zijn enige gast uitstappen. Ik moest nog een kilometer of twee lopen. Daar vond ik mijn Ducati plus de waarschijnlijke reden dat hij in de verkoop was gegaan. Tenminste, dat denk ik. Praten was bijna onmogelijk door een constant krijsende baby. Er was op dat moment geen moeder in beeld. Het bezoek was dus kort. En ik merkte nu pas wat een onmogelijke zithouding mijn spetterend blauwe schoonheid had. Gelukkig was ik toen nog beter opvouwbaar dan nu. Ik ging op pad en merkte dat er beeldschoon uitzien geen garantie was voor prettige toercapaciteiten. Al vrij snel begonnen mijn onderbenen een heel eigen bloedsomloop te bedenken. De Tomaselli clip-ons zorgden voor het betere rek en strekwerk in de rug en schouders. Maar het liederlijk luide – en mooie – inlaat- en uitlaatgeluid was meer dan fantastisch.

Zo ter hoogte van Amsterdam had ik het gevoel voor de gestrekte draver aardig te pakken

En na Amsterdam koerste ik met een kalme 160 op de teller, het was een Italiaanse teller, dus het zal 140 km/u zijn geweest, verder zuidwaarts. Ik werd ingehaald door de Witte Muizen, de Porsche rijdende snelwegpolitie. Toen de agent zag dat hij mijn aandacht had maakte hij met zijn gehandschoende hand een volgteken. Ik volgde. En de Porsche ging steeds harder rijden. Met de teller van de Duc boven de 220 km/u bewoog mijn jethelm zich als een bozige vlieger aan een te korte lijn boven mijn hoofd. Ik vond het best wel hard genoeg gaan. De Porsche minderde vaart en ging de rechter baan op. We stopten. We gaven elkaar een handje. Ik wist niet wat er gebeuren zou. De chauffeur zei: “We zaten achter je. Het ding klinkt erg mooi. We wilden eens weten hoe hard hij kon.” Na vijf minuten babbelen namen we afscheid. “Let je wel een beetje op je snelheid? Mooie kleur trouwens!“

Nog meer columns zie je via deze link

Zo’n ontmoeting laat je een week glunderen.

En dat het niet alleen vroeger redelijk gemoedelijk was, maar dat dat nu ook nog kan? In het kader van het vrije klassieke denken wordt er gewerkt aan een BMW met een Ford V4 blok. Op het moment dat dat wrochtsel rijklaar was werd er even een proefvlucht gemaakt. En waar we in geen jaren politie hadden gezien, daar stond nu om 11.30 een alcoholfuik. Er hoefde niet geblazen te worden. maar twee agenten waren bovenmatig geïnteresseerd in de BMW V4. “Als jullie dat ding door de RDW krijgen, dan wil ik er graag een keer op rijden. Maar zullen we nu maar afspreken dat we jullie niet hebben gezien en zo nooit meer willen zien?”

Goed volk daar bij de politie


Help ons mee deze website en de aangeboden artikelen gratis te houden. Abonneer uzelf op Auto Motor Klassiek en ontvang daarbij ook het blad 12x per jaar in de bus. Of doneer een gewenst bedrag op onze betaalpagina via deze link. We zijn u er zeker dankbaar voor.


 


3 Reacties

Geef een reactie
  1. De Politie, soms zijn het net mensen.
    Ik heb eigenlijk op een enkele zeik..eh..bromsnor alleen goede ervaringen met onze Hermandad.
    Wel eens staande gehouden door gestreept en reflecterend motorvolk, maar meestal uit bewondering voor waar ik op reed..

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

VW Bus

Volkswagen Bus: een plaatje uit de oude doos. 

Citroën DS

Citroën DS 20. Slapende godin