in

Pontiac Phoenix: box upon box

Pontiac Phoenix

Compacte auto is een voertuigafmetingsklasse – voornamelijk gebruikt in Noord-Amerika – die zit tussen subcompacte auto’s en middelgrote auto’s. De huidige definitie is vergelijkbaar met het Europese C-segment of de Britse term “kleine gezinsauto”. Vóór de inkrimping van de Amerikaanse autoindustrie in de jaren zeventig en tachtig werden grotere voertuigen met wielbasis tot 110 inch (2,79 m) in de Verenigde Staten als “compacte auto’s” beschouwd. Zoals de Pontiac Phoenix die tussen 1977 en 1984 werd gemaakt.

Compact en hoekig

Wat mode is hoeft nog niet mooi te zijn. Aan de andere kant: wat is mooi? Het is immers allemaal een kwestie van smaak. Maar er zijn best veel mensen die de Volvo 740 sedan erg lelijk vinden. En je kunt je inderdaad voorstellen dat de ontwerpers van die tijd niet goed raad wisten met de bewegelijkheid van de tekenkaak op hun tekentafels. Maar de Zweden waren niet de enigen die zich in de haakse hoeken ontwerpniche storten. Het box upon box idee is nog nooit zo duidelijk vormgegeven. Nou ja: behalve dan bij de Volvo 740. Maar volgens veel mensen zag die er dan ook uit als een Amerikaan. Hij voldeed het best wanneer je er net zo beschouwelijk mee reed als Amerikanen gewend waren en zijn.

Ook interessant: Chevrolet Camaro. The Mustang eater

American style

Ook in de States heerste een poosje de rechtlijnigheid die de Amerikanen nu op politiek gebied tot op grote hoogte hebben doorgevoerd. Zo was er de Pontiac Phoenix die tussen 1977 en 1984 werd gemaakt. Voor de Amerikanen was dat een compact car. De Pontiacs waren gebaseerd op zustermodellen van hoofdmerk Chevrolet en stonden op het General Motors X platform. De Chevrolet Citation, Buick Skylark en Oldsmobile Omega waren feitelijk identieke auto’s

De eerste generatie Pontiac Phoenix liep van 1977-1979

De tweede generatie leefde van 1980-1984. En de naam was natuurlijk een eerbetoon aan de mythologische vuurvogel die keer op keer uit zijn eigen as verrees. Met de huidige stand van zaken was dat qua duurzaamheid en recycling natuurlijk helemaal goed.

De Pontiac Phoenix was er als 2 deurs coupe, als sedan en – vanaf 1987 – als driedeurs hatchback. Onder de kap zat niet als vanzelfsprekend een vette V8, maar doorgaans een viercilinder stoterstangen motor of een V6. De vierpitter was de volstrekt burgerlijke Iron Duke !4, een 2,5 liter motor van zo’n 100 pk. De V6 was 3,6 liter groot en leverde iets van 130 pk. Er zijn trouwens wel Phoenixen met V8 blokken geleverd. Doorgaans was de transmissie automatisch, maar de auto’s konden ook met een gewone versnellingsbak worden geleverd.

De tweede generatie Pontiac Phoenix was nog compacter

De basisblokken waren de Iron Dukes. Maar er was ook een 2,8 liter V6 beschikbaar en die was er ook nog eens in een extra gespierde versie. Deze lijn auto’s werd gemaakt in tijden dat het nogal onrustig was binnen General Motors. Dat resulteerde er voornamelijk in dat de auto’s weinig liefdevol in elkaar werden gezet. Bovendien was er een probleem met de remkrachtverdeling: de achterwielen van de Pontiac Phoenix neigden enthousiast tot blokkeren.

Gewone burgermans auto’s

De Pontiac Phoenix waren heel gewone auto’s die later ook maar matigjes tot de interesse van klassiekerliefhebbers leiden. Maar intussen zijn het heerlijk gedateerde dingen die hun kinderziektes wel te boven zijn en die zich in hun prijsstelling niet in de windhoos van prijsstijgingen hebben gegooid. Daarbij is zo’n Phoenix – net als zijn GM familieleden – nog wel een Echte Amerikaan gebleven als het op sturen en de wegligging aankomt. Zo’n dik 1200 kilo wegende ‘compact’ is een absolute onthaastingsmachine. En dat er onder de kap een doodbrave, conventionele viercilinder ligt? Ach, als de kap dicht is zie je dar niets van. Je moet je alleen over het idee heen kunnen zetten dat bij General Motors een small block V8 de maat der dingen is.

Ook interessant: AMC Pacer

En als een Pontiac Phoenix aan de kleine kant is terwijl je toch aan iedereen wilt laten zien dat je lak hebt aan alle windtunnels? Dan is er nog keuze genoeg. Want een Lincoln Versailles uit 1980 heeft ook genoeg scherpe hoeken waar je je voortreffelijk aan kunt stoten. En een V8.

 

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

2 Reacties

Geef een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *