Bijzonder

Vanden Plas 1500. Grill, chroom, gruwel?

By  | 

Laten we niet overdrijven. De grill is best fors, dat klopt. En chroom was onontbeerlijk voor een luxe Brit. Maar was deze Vanden Plas 1500 echt zo gruwelijk?

Bedenkelijk

Daar waren de meningen over verdeeld. De basis voor deze beoogde niche was namelijk de Austin Allegro. Een auto die vrijwel iedereen kent, but for all the wrong reasons. Gegarandeerd succesvol in de pechstatistieken en steevast hoog in de top drie van lelijke-auto-lijstjes had dit model al vanaf de introductie een uiterst bedenkelijke reputatie. Niet zo vreemd, de Allegro werd bedacht en in elkaar geflanst door het al even bedenkelijke British Leyland. Dit volkomen stuurloze en tot op het randje van failliet gestaakte concern stond midden jaren zeventig nu niet bepaald bekend om zijn streven naar kwaliteit en perfectie. Dat had nare gevolgen voor de geproduceerde automobielen. In de troosteloze fabrieken ging werkelijk alles met forse tegenzin en dat karma werd blijkbaar onvermijdelijk ingebouwd in de auto’s, die daardoor al kreupel de poort verlieten. Succes ermee.

Dure Allegro

Dat succes bleef dan ook grotendeels uit. Toch bedacht iemand, tussen twee werkonderbrekingen door, dat een luxueuze Allegro interessant zou kunnen zijn voor gefortuneerden. Het grijze, bingospelende gedeelte daarvan althans, want alles wat niet bejaard was liep er steevast met een grote boog omheen. Er moest echter wel het een en ander aangepast worden aan de beruchte Austin om te rechtvaardigen dat ‘ie maar liefst tweemaal zo duur werd als een standaard Allegro. Badge engineering was de oplossing. Of eigenlijk meer een noodzaak, want voor een Austin kon je eigenlijk met goed fatsoen al helemaal geen geld meer vragen. Dus werd het van oudsher chique Vanden Plas label weer van stal gehaald. Maar met alleen dat chromen typeplaatje achterop zag nog iedereen dat het zo’n lelijke Allegro was. Hij moest beter vermomd worden.

Glimmen

Met meer chroom. Die meerwaarde beperkte zich in eerste instantie tot de luxere Vanden Plas wieldeksels, de standaard Allegro was al rijkelijk voorzien van het glimmende stolsel. Want superhip, midden jaren zeventig. Maar nu was het nog steeds een Allegro met zijn kenmerkende pudding-styling, slechts met glimmende doppen. Daar trapte natuurlijk geen enkele bemiddelde pensioner in. Een veel voornamer aanzien was wat deze povere luxury car dringend nodig had, maar hoe? Een Bentley-grill. Natuurlijk. Eenmaal erop geknutseld bleek het ding een schril contrast met de styling van de kleine Engelsman te vormen, maar dat mocht de pret niet drukken. En zeker niet de prijs.

Weelde

Een vlag op een modderschuit is veel mooier dan geen vlag en onder dat mom werd ook het interieur aangepakt in de beste Britse traditie. Leer en hout dus. Want daar waren ze uniek en vaardig in, die traditionele, Engelse craftsmen

. Het karige binnenste van de Allegro werd door hen vakkundig omgetoverd tot een luxe salonnetje met duur leer op het meubilair en prachtig walnotenhout op het dashboard. Dik tapijt op de vloer en extra geluidsisolatie maakten de weelde compleet. Je waande je in een baby-Bentley. Om dat gevoel nog te versterken monteerde men zelfs de obligate picnic-tafeltjes in de rugleuningen van de voorstoelen. Dit idee was waarschijnlijk in een pub tegen sluitingstijd opgevat, want wie wilde er in godsnaam achterin een Allegro met een glas bubbels? Maar het kon in ieder geval.

Niet slecht

De techniek bleef grotendeels ongemoeid. Het belangrijkste verschil met de proletenversie was dat deze Vanden Plas standaard de 1500cc, 69 pk sterke E-series viercilinder onder de bolle motorkap kreeg. Later werd dit zelfs de 1750cc versie, die 90 pk naar de voorwielen stuurde en te combineren was met een automaat. De anderhalf liter versie had 69 pk en was standaard voorzien van een handbak met vier verzetten. In zes jaar tijd, van 1974 tot 1980, werden er een kleine 12.000 stuks van deze vreemde, maar luxe eend in de bijt verkocht. Zo slecht was ‘ie niet. In elk geval heel bijzonder. Zo bijzonder dat dit sympathieke bolhoedje nu een cultstatus verdient, en je hoeft er allang niet meer bemiddeld voor te zijn. Niet eens bejaard.

5 Comments

  1. Peter

    25 september, 2017 at 00:00

    De schrijver vindt de Allegro lelijk. Dat mag hij vinden. Ik vind Austin Allegro helemaal niet lelijk. Ik heb er drie gehad, waarvan één estate (station) uitvoering. Echt nooit geen problemen mee gehad, vakanties naar Yoegoslavië, niets was te gek. Ik ben zelfs een fan van de British Leyland auto’s uit die tijd. Zoals de Maxi en Princess, te gekke auto’s. Gelukkig zijn er nog mensen die deze wagens koesteren!

    • T.Bootsma

      25 september, 2017 at 10:13

      Smaak is iets persoonlijks, maar als je niet met de algemene smaak meegaat ben je een aparteling. Ik heb dat meegemaakt met mijn Allegrokeuze en mijn Maestrokeuze. Een Maxi en Princess bewonder ik, maar mijn bewondering is geldig voor bijna alle Engelse auto’s uit de 60, 70 en 80er jaren ( ik heb ruim 30 jaar BL/Austin/AR/Rover gereden)Volgens mijn echtgenote heb ik een aparte smaak want zelfs de AMC pacer vond en vind ik mooi. Ik heb geleerd niet tegen de mening van ander meer in te gaan. Vonden ze de Allegro lelijk, dan vonden ze dat maar. Ik heb een andere mening en ik hou me daar aan. Overigens ben ik wel blij met dit redactionele stuk, want de redacteur heeft ook een smaak. Trouwens, als mijn Allegro ergens staat dan krijg ik de laatste tijd toch meer positieve reacties. Tijd heelt kennelijk ook ontwerpwonden. Mocht ik ooit de Staatsloterij winnen, dan importeer ik een VandenPlas.

  2. T.Bootsma

    24 september, 2017 at 23:30

    Als Allegrobezitter sinds 1976 vond ik het eeuwig zonde dat de Vandeplas niet leverbaar was in Nederland. Niet dat ik die uitvoering kon betalen, een 1300 Sdl Mk2 was mijn “lot”. Maar vergeleken met de Kadett of de Escort was mijn uitvoering – mede door het gedevalueerde pond – vrij luxueus en betaalbaar. Ik heb er bijna 10 jaar in gereden en met spijt ingeruild voor een Metro. Maar BL later AustinRover bleef trekken en ik hoorde verhalen over het oppimpen van gewone allegro’s met het interieur van de VdP. En ik heb er serieus over gedacht om mijn huidige Allegro diezelfde behandeling te geven, inclusief die neus, maar een mogelijke echtelijke wrijving heeft dat tegengehouden. Ach, mijn Allegro heeft het eigenlijk niet meer nodig. Vergeleken bij het huidige moderne blik is ze “posh” genoeg. En het rijdt nog steeds verrukkelijk Engels.

  3. Erik Wuytack

    24 september, 2017 at 21:54

    De Allegro samen met de Princess blijf ik toch heel speciale klassiekers vinden. Heel luxe en uitzonderlijk sua model. Jammer toch van de bouwkwaliteit.

  4. Abe

    24 september, 2017 at 21:18

    WoW, wat een goed geschreven verhaal. Ik heb geen verstand van auto’s. Maar ik lees de smakelijke verhalen van deze auteur met heel veel plezier. Knap als je zo schrijven kan

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X