Bijzonder

Panther, vasthoudend tegen elke prijs

By  | 

Veertig jaar lang vijlden Phelon en Moore aan hun eencilinderconcept totdat ze er de ideale zijspantrekker uit hadden geboetseerd. Dat was op het moment dat zijspancombinaties definitief een gepasseerd station waren.

De Panther Model 120

De basis van de motoren het hun kenmerkend voorover hangende cilinder was al gelegd in 1924. Het uiteindelijke topstuk was de 650 (eigenlijk 645 cc) cc eencilinder, he model 120. Dat werd gepresenteerd in 1959 en werd gemaakt tot 1965. En dat die machines taai zijn, dat bewijzen de paar woest doorleefde exemplaren die we jaarlijks tijdens de motorbeurs in Hardenberg zien. Twee daar van zijn trouwens solo machines. Van de Panther Model 120’s werd meer dan 90% direct af fabriek ingezet als driewieler. Want daar waren de 120’s voor gemaakt. Die zijspanreputatie heeft de prijzen van deze grote Panthers jarenlang relatief laag gehouden. Want zijspan rijden is niet iedereens ding. De rijwielgeometrie was er op afgestemd, maar er kon – onder meerprijs – ook een solo overbrenging geleverd worden. Voor solo gebruik kon de geometrie van de Dowty Oleomatic voorvork aangepast worden. In de solostand stuurde de Panther daarmee marginaal lichter.

Waardering van solo rijders

En vreemd genoeg krijgen de grote eencilinders de laatste jaren hun waardering uit de hoek van de solorijders. Daarbij gaat dan het verhaal van vraag en aanbod op. Het aanbod is erg beperkt. De prijzen gaan dus omhoog. Nog net niet zo hard als de kickstarter wanneer die eens terug slaat – daar aan hebben meerdere Panther rijders een gebroken been aan over gehouden –  maar toch… Het verhaal dat de Panthers daarbij heel lange slag motoren hebben valt in vergelijking met de toenmalige concurrentie best mee. Dat Panthers het best lopen op het toerental van een gerelaxte wandklok, dat is ook al een mythe. Een grote Panther loopt het lekkerst tussen de 2000-4000 tpm. Het maximum koppel wordt geleverd tussen de 3000-4000 tpm. De 120 heeft daarbij een maximum toerental van 4500 tpm. De indrukwekkende Panthers waren betrouwbare weinig dynamische , comfortabele motorfietsen waarmee moeiteloos lange ritten gereden konden worden.

Een zaak van karakter

Natuurlijk zijn de machines niet perfect oliedicht en hebben ze zo hun eigenaardigheden. Maar bij een blokconcept dat veertig jaar de tijd heeft gehad om uit te rijpen zijn alle problemen al eens voorbij gekomen. En overal is inmiddels een oplossing voor gevonden. De onderdelenvoorziening voor de latere modellen is daarbij gewoon goed. Daarvoor mogen we de POC – de Panther Owners Club – dankbaar voor zijn. Die heeft in de loop der jaren alle voormalige Britse koloniën plus de hele wereld afgestroopt voor NOS (new old stock). Van onvindbare onderdelen heeft de club kwalitatief hoogwaardige naslag laten maken.

Snel genoeg

Daarmee heeft een goede Panther een kruissnelheid die voldoende is voor op secundaire wegen. Dat er ondanks dat ‘gebrek’ aan snelheid zulke lange ritten mee gemaakt kunnen worden komt door de betrouwbaarheid en het comfort van de machines.

Wat techniek

De Panther model 120 leverde bijna dertig pk uit 645 cc. Het blok had een compressie van 6,5:1, de versnellingsbak was een Burman Bap 4 bak. Het enige zwakkere punt is de koppeling met drie platen en vijf veren. Het massieve koppel en het sterke motorrem effect zijn voor dat onderdeel op zijn minst uitdagend. Bij zijspancombinaties hakt dat er trouwens het ergst in. Een solomachine moet trouwens een 26 tands voortandwiel hebben. Bij een driewieler moeten dat er 24 zijn.

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *