Bijzonder

Niet geliefd. Toch succesvol. De Ford 17M/20M P7a

By  | 

Het is september 1967. In de Europese grotere middenklasse maakt de opvolger van de Ford Taunus P5 zijn marktentree. De grotere “M” klasse van Ford maakt in vernieuwde trim zijn debuut. De P7a deelt in technische zin de nodige kenmerken met zijn succesvolle voorganger “Taunus P5”. Hij krijgt echter een geheel nieuwe monocoque carrosserie. En die behuizing zorgt ervoor, dat de eerste P7 generatie nooit de populariteit genereert die hij verdient.

De nieuwe Duitse gezinscruiser valt niet in de smaak bij het koperspubliek. De knik in beide flanken correspondeert -volgens de critici- niet met het overwegend strakke silhouet van Fords nieuweling. De “Hüftschwung”- de heupzwaai-, wordt vaak als grote oorzaak genoemd voor de bedenkingen binnen de publieke opinie. De P7a heeft er moeite mee, zijn voorganger te doen vergeten.

Vertrouwde techniek, nieuwe carrosserie
Met de nieuweling in de grote Europese middenklasse neemt Ford –met vertrouwde techniek- een voorschot op de toekomst met behoud van het goede. Een belangrijke stap voor Ford is de standaard toepassing van de 12V elektrische installatie. Vertrouwde V motoren vinden hun weg in de nieuweling van 1967. De P7a wordt leverbaar met de V4 “Taunus” en V6 “Köln” motoren. De instapversie van de P7a is de 1.5 V4 met 60 PK. Er zijn tevens twee 1.7 V4 varianten leverbaar. De zwaardere “Köln-variant” –met zes cilinders in V-vorm, is verkrijgbaar in twee 2.0 uitvoeringen. De meest potente twee liter motor (90 PK) vormt de basis motorisering voor de fraaie 20M/TS Hardtop. Die laatste variant kan echter ook met de 2.3 V6 variant- met een vermogen van 108 PK- worden besteld.

Niet geliefd in de opinie, maar toch goed verkocht in zijn bestaan van slechts tien maanden: De Ford P7a. Afbeelding: Ford

Niet geliefd binnen de publieke opinie, maar toch goed verkocht in zijn bestaan, dat slechts tien maanden duurde: De Ford P7a.  Afbeelding: Ford

Vier- en zescilinder varianten hebben eigen gezicht
Opvallend is dat de 4 cilinder varianten aan voor- en achterzijde anders zijn vormgegeven dan de grotere broers. Bij de zescilinder versies kent de motorkap een subtiel geconstrueerde opening voor extra lucht. Tevens is de belijning van de lichtunits en de grille onderscheidend ten opzichte van de V4 versies. Ondanks de ruime keuzemogelijkheid in carrosserievormen en motorisering mag de P7a zich nooit in een grote publieke populariteit hullen. Daarom besluit Ford om binnen een jaar met de “strakgetrokken” P7b te komen. In augustus 1968 –tien maanden na de introductie- wordt de productie van de P7a al gestaakt.

Respectabel aantal in tien maanden
Hij is onder het grote publiek dus onbemind. Maar het bedenkelijke imago ten spijt is een aantal van 155.780 vervaardigde exemplaren in tien maanden respectabel te noemen. Zeker als het productieaantal van de bewierookte opvolger- de P7b- in ogenschouw wordt genomen. Deze wordt tot en met december 1971 567.482 maal geproduceerd. Hij doet er dus drie en een half jaar over om dat aantal te bereiken. Hierna wordt hij samen met de Engelse Zephyr/Zodiac serie door de Granada en Consul opgevolgd. En komt de “M” episode van Ford na 20 jaar ten einde.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X