Reportages

De Moto Morini 350, die andere Italiaanse V twin

By  | 

Moto Morini heette officieel: Fabbrica Italiana Motocicli Morini, Bologna. Maar vind maar eens een tank waar dat op past.

Het merk werd in 1936 opgericht door Alfonso Morini.

Hij bouwde eerst snelle 123 cc -, later 174 cc tweetakten en erg rappe kopkleppers en motoren met bovenliggende nokkenas. In het kader van het zo gevraagde kleinschalige, gemotoriseerde transport maakte hij ook driewielige bestelwagentjes. Morini was succesvol in races, onder andere met Tarquinio (‘Bellini’) Provini als coureur,  de man die na zijn raceloopbaan bouwpakket schaalmodellen maken onder de naam ‘Protar’. En wie heeft er niet ergens in zijn leven zo’n model in elkaar gezet? Mijn eigen Norton Manx is vanaf het eind van mijn lagere schooltijd bij me gebleven totdat hij tijdens een verhuizing crashte…

De fabriek werd na Alfonso’s dood in 1969 voortgezet door zijn dochter Gabriella. De latere succesmodellen waren vrijwel zonder uitzondering tot 500 cc waar we het in het meinummer van AMK over hebben.. Een turbo-uitvoering die rond 1981 werd gepresenteerd haalde het productiestadium niet.

Moto Morini is zo Italiaans als pasta en pesto. En dan zit je op 2 mei naar buiten te kijken. Het regent. Het is geen motorweer.

Oerbetrouwbaar. Tenminste: zo goed als…

En regen, daar hielden veel Moto Morini V-twins niet van. Een deel van de ontsteking hield er al mee op als er nat over gehoest werd. Het chroom was ook meer ingesteld op de Italiaanse zon. Bij de overlevende 3,5’s zal het ontstekingsprobleem – het ging om niet meer dan een spoeltje – intussen opgelost zijn. En het chroom? Ach: de Moto Morini’s zijn doorgaans nooit ingezet als pekelfietsen. Technisch gesproken is er dan alleen nog de timing belt, de tandriem die door voorzichtige liefhebbers om de 5000 km wordt vervangen omdat het originele onderdeel niet meer leverbaar is en omdat de vervangende tandriemen uit de industriële hoek een beduidend kortere standtijd hebben.

En dat chroom? Ach: de Moto Morini’s zijn doorgaans nooit ingezet als pekelfietsen…

Ze zijn wel enorm geschikt om een zonnig weekend lang te genieten van hun unieke V-twin brom, de soepel schakelende zesbak en het voortreffelijke rijwielgedeelte. Het verhaal van deze Moto Morini’s die definitief bewijzen dat meer dan 350 cc alleen maar uitbundig spierballen vertoon is, dat vindt u in AMK nummer 5 van dit jaar. Het mei nummer alweer. Het voorjaarsnummer.

Bij al dat gestuur blijkt overigens wel dat Moto Morini de gewone 3,5 toch echt wel als toerfiets had gepland: De voetsteunen staan wat te ver naar voren om het sportieve karakter van de V-twin helemaal uit te spelen. Nou ja: toeren op de Moto Morini is ook geen straf. Het blok is soepel en smeekt er niet per definitie om, om uitgemolken te worden.

Op dit moment zijn de prijzen van de Moto Morini’s nog niet skyhigh, maar ze stijgen wel rustig door. De beste kans om een fris exemplaar te scoren is om – al dan niet digitaal – in het thuisland op jacht te gaan.

Tel daarbij dat er in Nederland een hoogt actieve Moto Moriniclub is waar een heleboel kennis over de 3,5’s (en vijfhonderds) aanwezig is en u heeft een prima bestemming voor uw vakantiegeld.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    1 Comment

    1. Baetens

      19 december, 2017 at 20:29

      In devro ege jaren ’80 had ik een V50III en een vriend een morini 500. Een toenmalige passagiere zei dat de Guzzi veel dieper de bochten inging?? dat was ook te merken aan de afgesleten onderkant van de voetsteunen?. Nietemin nog getwijfeld tussen de morini of mijn guzzietje tijdens de aankoop.

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *