Wat u allemaal in de nieuwe AMK kunt lezen, ziet u hieronder. Elke maand volop pagina’s gevuld met van alles en nog wat over klassieke auto’s en motoren, soms zelfs een enkele vrachtwagen. Auto Motor Klassiek ligt nu in de winkel, in Nederland en België.

Elke maand nieuw in de winkel in Nederland en België. En een paar dagen eerder nog bij de abonnees. Abonneren is trouwens een stuk goedkoper, u betaalt 40% minder dan in de winkel.

Toyota Corolla rallyreplica’s

Vorige maand vertelden wij u prachtige inside-stories over de Belgische oorsprong van Toyota’s wedstrijdgeschiedenis. Deze maand leest u hoe Toyota in wedstrijdverband definitief de wereldtop bereikte. Daarnaast stellen wij twee Toyota klassiekers centraal: de geweldige Corolla rallyreplica’s die Benny Heuvinck en Tony de Wolf mee brachten voor de reportage in Dendermonde.

Wolseley 6/110 Mk II

Tegenwoordig rijden CEO’s dure leasebakken. BMW’s, Mercedessen, Porsche Cayennes, duurdere hybrides en slordig afgemonteerde Tesla’s. Maar vroeger? Vroegen reden directieleden in directiewagens. Door de week met chauffeur. In de weekends mocht de auto mee naar huis. Vroeger had van Gend en Loos drie directeuren. Twee daarvan hadden hun volle APK, de derde had iets aan zijn been. Daarom kocht van Gend en Loos drie Wolseley zescilinders waarvan er eentje met een automatische transmissie.

Yamaha RD500LC

Veel opzien baarde Yamaha in 1984 met de introductie van de tweetakt RD500LC. Een straatversie van de V-4 die zes maanden eerder zijn debuut in de 500 cc wegrace maakte. Nu is de motor een gezocht exemplaar. Twee­takt-liefhebber Klaas van der Heijden (42) kocht er tien jaar geleden al een. En bouwde de motor om tot circuitracer.

Tatra 97

Eigenlijk was deze jonge Tatra eigenaar op zoek naar een T87. Maar zwervend op een Tsjechische klassiekersite vond hij een stel plaatjes van een Tatra 97. De auto zag er in eerste instantie wat uit alsof hij het slachtoffer van een verprutste restauratie was. Dat bleek niet zo te zijn. Tatra’s Type 97 was kleiner – en veel zeldzamer – dan zo’n indrukwekkende T87.

VW 411/412

In de VW Kever boeken die Ton van Dorsselaer ons opstuurde werd juichend gesproken over de verpletterende superioriteit en moderniteit van de Kever en de voordelen van luchtgekoelde motoren. Toen de Type 4, de 411/412 lijn, werd geïntroduceerd was luchtkoeling niet zo’n topargument meer. Ondanks dat VW het kachelprobleem serieus had aangepakt. Dankzij een subtiel gemaakte en geregelde Eberspächer aanvullende benzineverwarming.

Een Austin-Healey Sprite was twee keer een vluchtauto

Haal de in 1958 geïntroduceerde Austin-Healey Sprite even voor de geest. Een heuse, open tweezitter voor mensen met een bescheiden lengte en omvang.

Renault 5 Alpine Turbo

Breng je de Renault 5 in verband met het woord ‘turbo’, dan zwijmelen autofreaks meteen weg bij de gedachte aan dat dikke ding met de middenmotor. Gaaf, maar exotisch en navenant duur. Doe ons gerust het vergeten alternatief, de meer geciviliseerde en toch heetgebakerde 5 Alpine Turbo. Ook geen koopje meer, trouwens. Wel vreselijk leuk.

Coupé Fiat (1994-2000) aankoopadvies

Zoetjesaan begint de Coupé Fiat door te breken als klassieker-in-wording. Qua waarde is hij uit het dal geklommen en liefhebbers beseffen dat ze deze karakteristieke stijlkoning moeten veiligstellen voor de toekomst. Zoals veel soortgenoten vielen deze auto’s echter nog weleens in verkeerde handen, dus werp er bij potentiële aanschaf een scherpe blik op.

Honda CB400F Super Sport

Er was een tijd, waarin Honda uitermate sportieve machines maakte met een laag stuur, naar achteren geplaatste voetsteunen en optionele race-kits. De 250 cc CB72 Hawk en 305 cc CB77 Super Hawk behoorden tot die spraakmakende categorie, net als de CB92, een supersportieve 125 tweecilinder. Ook de C110, een 50 cc motorfietsje, kon met een dergelijke kit worden veranderd in een snelheidsduiveltje. Kort daarna besloot Honda om in commercieel opzicht een geheel nieuwe weg in te slaan.

Een leven lang Citroën

Gerco Vasse heeft het merk Citroën in zijn hart gesloten. Een waslijst heeft hij in zijn bezit gehad. Veel kwamen, maar mochten niet blijven. Visa’s, Dyanes, BX, CX, Ami en Xantia, het is slechts een greep uit de vele Franse auto’s die bij hem onderdak kregen. Nu heeft hij er nog zeven, al is dat aantal rekbaar. “Een erin, een eruit. Tenzij het een handelsautootje is.”

 

Korte berichten

Auto Motor Klassiek heeft elke maand weer volop te melden, actueel nieuws, handige tips, evenementen, you name it. Inclusief maandelijkse columns de column van Maria Pels, Erik van Putten en Jouke Bloem.

Lezerspost

Onze lezersrubriek staat elke maand vol met reacties van lezers, ontdekkingen die ze op (verre) reizen deden, of correcties op eerder gestelde vraagstukken.

Oldtimers te koop

Oldtimers te koopYoungtimers te koopKlassieke motoren te koop. Elke maand vindt u in Auto Motor Klassiek weer duizenden klassiekers te koop.

Voorwoord

“Hoe kun je een land regeren dat alleen al 246 verschillende kaassoorten heeft?” grapte de immer vrolijke Charles de Gaulle ooit. Dat zelfs de Fransen grappen maken over de Fransen geeft wel aan dat het altijd een bijzonder volkje is geweest. Overigens net als Frankrijk een bijzonder land is. De meningen over zowel de Fransen als Frankrijk zijn dan ook sterk verdeeld. Kwestie van “love it or hate it” zoals de west-Fransen plegen te zeggen. 

Hetzelfde geldt eigenlijk voor Franse auto’s. Vroeger dacht ik dat de Fransen geen leuke auto’s konden maken. Behalve dan de Dauphine. Die vind ik nog steeds leuk, maar dat komt ook doordat het op 6-jarige leeftijd mijn eerste auto was. En alleen maar omdat mijn vader er als inruiler niet genoeg voor kreeg. Dan liet hij de Dauphine liever in de tuin staan roesten. Tja, niet alleen de Fransen zijn een beetje gek… De Dauphine werd al gauw mijn favoriete speelgoed. Ook al had ik mijn handen nog eens flink bezeerd aan dat op zich charmante motorkapgreepje.  

Hoe dan ook, de gedachte dat Fransen geen leuke auto’s konden maken was voornamelijk te wijten aan een gebrek aan kennis. Later kwam ik er pas achter dat Frankrijk in de beginjaren de bakermat van de automobiel was. Er waren ooit wel 246 merken… Vooral voor de Tweede Wereldoorlog kon het niet op met de Franse pracht en praal. Sommigen (Bugatti, Talbot, e.d) spreken nu nog meer dan een beetje tot de verbeelding. Na de oorlog ging de Franse staat zich er nogal mee bemoeien zodat eigenlijk alleen kleine praktische auto’s een kans kregen. Vandaar mijn vroegere misvatting. 

Ik was zelfs al bijna vergeten dat ik ooit nog de trotse bezitter was van een Renault 5… Niet zomaar een Renault 5, maar een Alpine Turbo. Dat komt ook doordat ik hem niet lang gehad heb. En hoewel een Renault 5 nu niet echt tot mijn persoonlijke designfavorieten gerekend mag worden, had dit magische toverdoosje toch echt wel zijn charme, met zijn bredere Alpine wieltjes en zijn stijlvol rode interieur met sportstoelen. Niet alleen vertrok hij- dankzij zijn turbo- als een pijl uit de boog wanneer je het gas goed intrapte, op lange afstanden was hij ook nog eens verbazingwekkend zuinig. Uiteraard ging ik er van alles over lezen, en zo kwam ik er bij toeval achter dat het de oorspronkelijke Autovisie testauto was… dat was MIJN kenteken in dat artikel!

Tja, nadat ik hem verkocht had, kwam hij al snel aan zijn einde. Sterke mist, een weg met 246 bomen en een verrassende turboboost verzekerden een voortijdig einde. Wat restte was de herinnering en een bijgestelde mening. De Fransen hebben meer dan genoeg leuke auto’s gemaakt! Maar die kazen… van alle 246 vind ik er niet één lekker!