in

De laatste personenauto met de merknaam DAF: de 46

In 1974 krijgt de acht jaar oude DAF 44 een opvolger. Het is de DAF 46, welke in uiterlijke zin grotendeels gelijk blijft aan zijn voorganger. Achter de nieuwe typenaam gaan echter een aantal technische vernieuwingen schuil. Daarnaast -en dat blijkt ruim twee jaar later- is de 46 de laatste personenauto die de merknaam DAF draagt.

De carrosserie van de DAF 46 is nauwelijks te onderscheiden van zijn voorganger. De kenner ziet echter direct de verschillen. Zo kenmerkt de 46 zich onder meer door een sierstrip op het front, twee ronde richtingaanwijzer glaasjes op de voorste spatborden en een gescheiden merknaam/typeaanduiding. In het interieur vinden wijzigingen plaats. Zo vinden in de 46- in tegenstelling tot in de 44- waarschuwingslichten voor de handrem en de choke een plekje op het dashboard. De plaatsing van schakelaars op de stengels naast het stuur vormt ook een -door de historische vakpers geroemde- wijziging.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Ongewijzigde krachtbron, vernieuwde aandrijfconstructie
De 844 cc tweecilinder krachtbron uit de DAF 44 (welke 34 DIN-PK genereert) vindt zijn ook in het vooronder van de DAF 46. Prestatietechnisch gezien blijft de 46 daarmee- zeker in zijn prijsklasse- onder de maat. Op het gebied van andere technische aanpassingen valt de DAF 46 wél in de prijzen. “Eindhoven” plaatst een gewijzigde Variomatic met één in plaats van twee aandrijfriemen. Verder neemt in die nieuwe configuratie de Variomatic niet meer de rol van differentieel op zich. De 46 wordt met een De Dion achteras constructie (ook bekend van de DAF 66) uitgevoerd. Kenmerk hiervan is dat het differentieel nu met behulp van aandrijfassen en homokineten is verbonden met de achterwielen, waardoor een veel stabieler karakter kent. De Dion achteras kent nog een voordeel: het on afgeveerde gewicht blijft laag, en ook dat komt de wegligging ten goede. Om nog even terug te keren naar de gewijzigde riem constructie: de toepassing van één riem zorgt voor een steviger aandrijf basis. De nadelen van het gebruik van één riem worden vertaald naar kwetsbaarheid (niet verder kunnen rijden na breuk), iets mindere prestaties én de productie van meer geluid.

 

De DAF 46 werd ook als stationcar geleverd. Hij wordt als lifestyle-auto neergezet. Afbeelding: DAF en rechtsopvolgers
De DAF 46 werd ook als stationcar geleverd. Hij wordt in de brochure uit 1975 als lifestyle-auto neergezet. Afbeelding: DAF en rechtsopvolgers

Twee uitrustingsniveaus, drie carrosseriën
De 46 is- net als voorganger 44- in de carrosserievarianten “sedan” en “station” leverbaar. Voor ondernemers is een bestelvariant (feitelijk een station zonder achterbank) ontwikkeld. De uitvoeringsniveaus heten “Deluxe en SL”. De Superluxe variant- de SL- heeft stoffen bekleding, een dashboard met hout fineer, een tunnelbakje, slaapstoelen met vaste hoofdsteunen en het dashboardkastje kan met een klep worden afgesloten. Aan de buitenzijde onderscheidt de SL zich onder meer door de toepassing van met staal omlijste raam stijlen, zeker wanneer de Deluxe versie het vanaf 1975 zonder deze uiterlijke nuance moet stellen.

Einde van een tijdperk
De 46 blaast -ook dankzij de DAF overname van Volvo- het personenautokaarsje van DAF uit. In 1976 wordt de laatste geproduceerd, hoewel de DAF 46 nog tot ver in 1977 leverbaar is. In totaal 32.353 exemplaren verlaten de fabriek in Born. En wanneer de laatste DAF 46 van de band rolt, is het einde van een bijzonder personenautomerk definitief ingeluid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *