Artikelen

Het autojaar 1967. Een selectie. Deel 3 (slot)

By  | 

Een terugblik op het autojaar 1967 leert, dat de automobielindustrie emen aantal roemrijke modellen bracht of gelouterde modellen van kenmerkende wijzigingen voorzag. Ook was 1967 het jaar de lancering van enkele bijzonder vooruitstrevende automobielen. Wij hebben een selectie gemaakt uit het aanbod, dat dit jaar Abraham ziet. We presenteren vandaag het derde en laatste deel van het drieluik.

Ford P7a

In 1967 vervangt Ford de geliefde P5 Taunus door de grotere en meer zakelijk getekende P7a. Ontwerpkenmerken zoals de Huftschwung roepen twijfels op binnen de publieke opinie. Het nieuwe Meisterstück van Ford is met diverse vier- en zescilinder motoren leverbaar. Fraai zijn tevens de hardtop versies van dit model, dat slechts 10 maanden werd gebouwd en werd opgevolgd door de strakker getekende P7b.

DAF 55

In december 1967 zag de DAF 55 het levenslicht. De koets van de DAF 44 was de basis voor de eerste viercilinder auto van DAF, die een 1108 cc aangemeten kreeg. Ten opzichte van de 44 werd het front aangepast, kreeg de 55 andere achterlichten, een andere ophanging en een gescheiden remcircuit. In 1968 werd de 55-serie uitgebreid met een coupé en een combi. Ook werd- als gevolg van de successen in de London-Sydney marathon- later de Marathon toegevoegd, met een aangepaste uitvoering en een sterkere 1108 cc motor. In 1972 werd de 55 door de verbeterde 66 vervangen.

Fiat Dino Coupé/Ferrari Dino

Deze coupés uit Italië zijn familie en maakten hun debuut in 1967.  Enzo Ferrari ontwikkelde de 2.0 V6 aluminium motor en vernoemde de krachtbron naar zijn overleden zoon. Een wijziging in race regelementen noopte Ferrari om na te denken over een auto waar deze krachtbron in past. Ferrari riep de hulp in van Fiat, dat de door Ferrari ontworpen motoren bouwde en ook plaatste in de Fiat Dino, die in 1967 als beeldschone coupé (de Spider ging hem in 1966 voor) het levenslicht zag. Doordat Fiat de motorbouw verzorgde verkreeg Ferrari de homologatie voor deelname in de F2. Ferrari bouwde ook zelf een auto met de Dino motor. De bijzondere Ferrari Dino werd aan het einde van 1967. We kunnen rustig stellen dat de homologatie eis tot twee (en inclusief de Dino Spider drie) fantastische auto’s leidde.


Fiat 124 Coupé

Nadat in 1966 de 124 Spider als variatie op het 124 thema werd geopenbaard, volgde in maart 1967 de Coupé. De binnen het Centro Stile ontworpen Coupé had het platform van de 124 Sedan als basis en debuteerde met de 1438 cc motor, een 90 PK leverende krachtbron met dubbele bovenliggende nokkenas. In drie generaties- en met meerdere motortypen- hield de fraaie, en met uitstekende rij-eigenschappen bedeelde coupé het vol tot in 1975.

Lotus Cortina Mark II

De tweede generatie van de Lotus Cortina was overduidelijk geinspireerd op de Ford Cortina, die in 1966 ten tonele verscheen. In 1967 volgde de rechtstreekse opvolger van de eerste Lotus Cortina. Hij beschikte over een 1558 cc motor met dubbele bovenliggende nokkenas. Het vermogen bedroeg 106 PK (af fabriek) en de topsnelheid bedroeg 170 kilometer per uur. Mark II was betrouwbaarder dan de eerste generatie en de wegligging werd geroemd. 4.032 keer werd de tweede generatie van dit icoon in Dagenham gebouwd, totdat de productie in 1970 werd stopgezet.

Pontiac Firebird

General Motors ontwikkelde op basis van het GM F platform de Chevrolet Camaro (1966) en de Pontiac Firebird, die in januari 1967 debuteerde. Pontiac bood direct een brede range aan motoren aan. De {instapper} beschikte over een 3,8 krachtbron, de topper in de gamma kreeg een 6.6 krachtbron met 340 PK aangemeten. De Firebird kende fraaie lijnen en is één van de grondleggers van het musclecar segment. In 1968 en 1969 werden –Amerikaanse traditiegetrouw- facelifts op deze indrukwekkende auto toegepast. Vermeldenswaard is nog de invoering van de Trans Am in 1969.

Nissan/Datsun Bluebird 510

In 1967 introduceerde Nissan/Datsun een uitgebreide Nissan/Datsun 510 serie (Bluebird). Hij was onder meer leverbaar met een 1.3 en 1.6 liter motor. Verder werd deze Bluebird tijdens zijn loopbaan als Sedan, coupé en stationwagen geleverd. Illuster waren de SSS versies met twee carburateurs. Vooral in de Verenigde Staten genoot de 510 veel populariteit.

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…

Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van februari ligt nu in de winkel met deze maand een uitgebreid artikel over de Taunus 12M P4 van Fokke Jansma uit Wijnjewoude. Een opmerkelijk goed geconserveerde klassieker, die een bijzondere ontwerpgeschiedenis heeft. We mochten ook rijden in een tot in het kleinste detail perfecte Triumph 2000 Roadster. Hoe dat aanvoelt? U leest het in het februarinummer. Mocht u ooit van plan zijn een Opel Senator aan te schaffen, dan is het goed dat u dit nummer in huis heeft, want Aart van der Haagen doet uitgebreid uit de doeken, waar u dan rekening mee moet houden. Het een en ander aan aankooptips vindt u ook bij het artikel over de Citroën Dyane. Een auto die we troffen met zijn eigenaar op een terras tijdens een werkoverleg.

En verder:

De restauratie van een Nimbus Model C en een Norton M50. Waarom er zo weinig Opels over zijn? Dat leest u ook in dit nummer. De liefhebberij van een in Spanje wonende Nederlander, die ook geldt als dé specialist voor de Fiat 130. En ook in dit nummer; bijna dertig pagina’s korte berichten, verslagen, praktische tips, columns en korte typebeschrijvingen. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden.
ABONNEER NU EN MIS HET VOLGENDE NUMMER NIET MEER

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *