Bijzonder

Harley-Davidson boat tail. Een brug te ver

By  | 

Het Harley-Davidson boat tail ontwerp verscheen als een optie op 1970 en 1971 Harley-Davidson XLCH en XLH Sportsters. Er was reuring nodig in Harley land. Want de Japanners waren in dat jaar op de markt gekomen met de Honda CB 750 F. En die machine paste heel goed in het Amerikaanse denken. De boat tails verkochten niet best. Maar ze brachten wel de tongen in beweging.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Harley-Davidson was een merk dat fantasievol werd genoemd naar zijn oprichters. Nu is het een bedrijf dat onder standaard management en gedateerde marketing gestaag omlaag glijdt.

Maar ooit was Harley-Davidson een topmerk

Een merk dat het trouwens ook een paar keer erg moeilijk had. De redding kwam zo aan het eind van de jaren zestig van AMF, American Machine Foundries, een conglomeraat dat feitelijk niets met motorfietsen had. De kwaliteit van de Harley’s werd toen bedroevend. De nalatenschap is er nog. Maar met het verdwijnen van de terecht legendarische ‘Willy G’, de man die het merk na de management buy-out bij AMF weer groot maakte, veranderde Het Merk in De Marketing. En die marketing was op zijn best niet best. De geest was eruit. En de toko werd geleid door cijferfetisjisten als aandeelhouders en managers. Dat is doorgaans het begin van het einde.

Willie G Davidson was de zoon van de voormalige president van Harley-Davidson, William H Davidson en de kleinzoon van mede-oprichter van Harley-Davidson, William A Davidson. Willie G. groeide op tussen de Harley-Davidson-motorfietsen. Hij studeerde af aan de Universiteit van Wisconsin – Madison en ging studeren aan het Art Center College of Design in Pasadena, Californië. Voordat hij bij Harley-Davidson werkte, werkte Davidson voor de ontwerp afdeling van Ford Motor Company. In Californië werd hij geconfronteerd met het customizen van motorfietsen. Choppers waren niet zijn ding. Maar customized bikes? daar zag hij wat in.

Een nieuwe wind

Na meer dan vijf jaar op de ontwerpafdeling van Harley-Davidson, werd Willie G (met de G van Godfrey) Davidson gepromoveerd tot vice-president van de afdeling Styling. Dat was in 1969. Zonder gebruik te maken van externe consultants voor ontwerp of ingenieurs die niet zijn sublieme gevoel hadden voor het echte American Bikers gevoel, kon Davidson profiteren van de vrijheid die hij kreeg op de kleine ontwerpafdeling. Een ontwerpafdeling die onder de vlag van American Machine Foundries zeker niet rijkelijk van dollars was voorzien. Zijn ontwerpen tijdens de jaren 1970 omvatten de 1971 FX Super Glide, de 1977 FXS Low Rider en de 1977 XLCR Sportster-gebaseerde caféracer.

Op 16 maart 2012 werd aangekondigd dat Willie G. op 30 april 2012 met pensioen zou gaan bij Harley-Davidson. Hij blijft betrokken als merkambassadeur en bij Special Design Projects als Emeritus Chief Styling Officer.

De boat tails

De “boat tail” van Willie G gaf de toen 12-jarige Sportster een optische boost, maar niet iedereen vond het leuk. Als een optie van $ 60, met bestelnummer 52097-71, probeerden dealers het idee wel te slijten, zodat ze een paar dollar extra konden vangen. Maar de meeste rijders gaven de voorkeur aan het uiterlijk van de beproefde zitplaatsopstelling waar Sportsters om bekendstonden. Sportsters met een boattail zag je bij dealers en in tests. Nauwelijks ‘in het wild’. De Harley-Davidson boat tail was een gewaagd experiment en was eerder opzienbarend dan beeldschoon. Het was een beste klont polyester die er op het frame kwam te rusten. Kortom: deze Sportster had een dikke kont, zeker in vergelijk met de slanke tank waar maar zo’n 12 liter in ging. De buddy zat trouwens zeker niet slecht.

Beter op de bigtwin

In 1971 verscheen de mild hertekende kont op een ander Willie G-ontwerp dat succesvoller was, de FX Super Glide, een combinatie van FL Electra-Glide en XL Sportster-onderdelen dat een nieuwe smoel in de Harley-serie bracht. Voor het oog paste dat idee een stuk beter. Maar voor 1972 ging de Harley-Davidson Super Glide ook terug naar de meer traditionele layout. De polyester Harley-Davidson boat tails werden op stoffige zolders geplaatst en krijgen pas recentelijk de aandacht die ze verdienen. En omdat ze schaars zijn, stijgen de prijzen. Er zijn alweer replica boat tails te koop.

En omdat de boat tail bij Harley-Davidson een optie was, is het vrij onschuldig om een Sportster er naderhand mee te pimpen. Aan een origineel uitlaatsysteem en de lichtmetalen velgen is moeilijker te komen.

Wij vonden ons fotomodel tijdens een klus voor Dutch Lion Motorcycles in Grubbenvorst.
En werden er hebberig van.

Best mooi zo’n Harley-Davidson boat tail.

De Big Twin met boattail verkocht beter, iets beter

 

Nu in de winkel, het augustusnummer

Auto Motor Klassiek van augustus ligt nu in de winkel. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Deze maand een mooie opvallende omslag. De Opel Rekord die Erwin Roosink een paar jaar geleden kocht in slechte staat en volledig restaureerde. Waarna hij als fan van de Dukes of Hazzard aan het uiterlijk van zijn Rekord een eigen draai gaf.

Verder in dit nummer:

  • Fiat 850 Familiare die na een halve eeuw overging naar de tweede eigenaar, die vervolgens beloofde de volgende halve eeuw er goed voor te zorgen.
  • Suzuki GS1000 die in de eind jaren zeventig een nieuw hoofdstuk vormde in de betrouwbaarheid en rij-eigenschappen van de Japanse supersports.
  • De Volvo 340 GL is dan misschien wel geen uniek type auto, maar met zijn 58.000 kilometer op de teller, is de inmiddels 33 jarige klassieker wel in unieke staat.
  • In het praktjkartikel leren interieur opknappen wordt een uitgedroogd leren interieur weer mooi gemaakt.
  • De Toyota Corolla Coupé GT Twin Cam 16 is de laatste tien jaar behoorlijk in populariteit gestegen. Reden voor ons er eens een reportage aan te wagen. We vonden een mooi exemplaar.
  • BMW R100 Mono. In vergelijking met een R69S of een R90S heb je zo’n ‘nieuwe’ R100RT voor wisselgeld. En je rijdt er een mooie motor mee. Een signalement.
  • De Saab 96V4 van Ad van Beurden had al wat rally's gereden, maar om hem echt optimaal te laten presteren, moest er nog het een en ander aan gebeuren. In dit nummer een verslag van de werkzaamheden.
  • In 75 jaar later opnieuw een serie foto's uit de oude doos, waarmee we even terugschakelen naar de jaren van de Tweede Wereldoorlog.

Alle auto- en motorverhalen worden voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer, ook voor de komende vakantie. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

1 Comment

  1. Jaak Eijkelenberg

    18 december, 2019 at 11:48

    Mooie klassieker die ik best wel in mijn “collectie”zou willen.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *