Historie

Geschiedenis van de 2CV. Deel twee: 1960-1974. Differentiatie, groei en vernieuwing

By  | 

Het is in 2018 zeventig jaar geleden dat Citroën tijdens de Salon van Parijs een bijzondere auto introduceerde: de 2CV. De Franse jubilaris werd door de internationale pers sceptisch ontvangen, en bij het grote publiek sloeg hij aan. Eerder beschreven wij de eerste fase uit de carrière van de 2CV. In dit deel beschrijven wij het tweede deel van het drieluik over de geschiedenis van de 2CV: de periode 1960-1974.

De jaren zestig zijn begonnen, en al vrij spoedig besluit Citroën definitief afscheid te nemen van de “A” versie van de 2 CV. Daarmee wordt de 375 cc motor met pensioen gestuurd, en is de 425 cc motor is de basis motorisering. De AZ is het basismodel. In de eerste jaren van de Sixties groeit het motorvermogen via 12 DIN-PK naar 16 DIN-PK en wordt de 2 CV lstukje bij beetje volwassener.

Normale koppeling, verval homokineten

De motorkap krijgt nu vijf ribbels, de grille verkleint in omtrek, de ruitenwissers laten zich nu elektrisch bedienen en de koper heeft de keuze uit een centrifugale (beneden 1.000 toeren per minuut wordt er ontkoppeld, was vanaf ’55 standaard op de AZ) en een normaal werkende koppeling. Ook krijgt de 2 CV een instrumenten clustertje met geïntegreerde snelheids- en brandstofmeter achter het stuur. De achterklep van stof verdwijnt. En merkwaardig genoeg ook de mogelijkheid om de 2 CV met homokinetische aandrijfassen uit te rusten. De 2 CV berijder zal het moeten doen met enkele kruiskoppelingen, die ervoor zorgen dat de Citroën zich bij een ingetrapte koppeling niet geheel schokvrij door de bocht beweegt.

Berline op chassis van AZU en de komst van de AK

Verder wordt de koets van de 2 CV Berline nu gemonteerd op het chassis van de bestel eend, de AZU. Over de AZU gesproken: deze krijgt in de AK een grotere bestelbroer, die vanaf nu 350 kilo laadvermogen genereert én wordt uitgerust met de 602 cc motor van de AMI 6. Het is een welkome aanvulling op het bestelgamma, waar ook weer een bijzondere Belgische versie van komt: de luxe vrijetijdsbesteller AKL vervangt de AZUL.

MIXTE, andere deuren en nieuwe grille

De concurrentie van landgenoot Renault 4- standaard met vijf portieren én een viercilinder motor- noopt Citroën sowieso om bij de les te blijven.Het is ook daarom dat Citroën het 2CV gamma reeds het voorjaar van 1962 uitbreidt met de MIXTE. Dat is een versie met een vijfde deur, een vlakke laadvloer en een achterbank die kan worden neergeklapt. Ook op andere vlakken blijft Citroën werken aan de 2CV. In 1965 verdwijnen de zelfmoorddeurtjes aan de voorzijde en scharnieren deze portieren onder de A-stijl. Ook krijgt de 2CV nu een grille met drie balken, en verhuist de Double Chevron naar een plekje boven de grille.

Onderstel aanpassingen en het derde zijruitje

In hetzelfde jaar wordt het onderstel aangepakt, want in september 1965 worden de frotteurs (wrijvingsschokbrekers die de bewegingen van de draagarmen beteugelden) aan de achterzijde vervangen door telescopische hydraulische schokbrekers. De vertragingsschokbrekers- de batteurs- blijven. Over 1965 gesproken: ook in Frankrijk krijgt de 2CV vanaf dat jaar de derde zijruit, zeven jaar nadat dit venster het debuut in Vorst maakte. Ondertussen bouwt Citroën in Frankrijk vanaf 1963 de AZAM, en volgt in België de AZM3 de AZL op. Het accent ligt bij deze versies op luxe, zij flirten met de Citroën Ami 6, en kenmerken zich bijvoorbeeld door de montage van de paperclip bumpers. En het laatstgenoemde type vormt ook nog eens de basis voor de 2CV AZAM 6, die in 1965 wordt geïntroduceerd en in België wordt vervaardigd. De AZAM 6 zal niet aan Frankrijk voorbehouden zijn, daar blijft de AZAM met een 425 cc motor in productie.

De AZAM en de komst van de Dyane

De AZAM 6 krijgt het chassis van de Ami 6 aangemeten. Ook vindt de 602 cc motor (met 21 DIN-PK) haar weg naar het vooronder van deze luxe 2CV, die –net als bestelbroer AK 350- de terugkeer van de homokinetische aandrijfassen mag begroeten. Het maakt de AZAM de meest volwassen versie van de 2CV tot dan toe. De AZAM wordt in januari 1967 hernoemd: hij heet nu Export en krijgt ook de snelheidsmeter van de Ami 6. De komst van de Dyane vormt voor Citroën echter de reden in juli 1967 een streep door de “luxe-Eend” te halen. Opmerkelijk: in Duitsland en Zwitserland wordt deze luxe Belgische Eend 3CV genoemd.

Vraag naar 2CV blijft, opmaat naar vernieuwing

Na het verdwijnen van de AZAM/Export blijft de AZ in productie. Hij ondergaat nog enkele lichte aanpassingen en haalt de jaren zeventig nog net. Dat geldt niet voor de Sahara, die in 1967 uit het gamma wordt gehaald, hoewel bronnen beweren dat in 1971 nog één exemplaar van dat type werd gebouwd. In 1968 monteert Citroën een sterkere motor in de AK, twee jaar nadat hij een 12 V elektrische installatie heeft gekregen. Het vermogen stijgt naar 28.5 DIN-PK. Tevens wordt een nieuwe versnellingsbak gemonteerd. De 2CV lijkt door de komst van de Dyane uit het Citroën gamma te vloeien, maar de vraag naar de karakteristieke auto blijft aanhouden. Daarom vernieuwt Citroën de 2CV voor het nieuwe decennium: de jaren zeventig.

De AZ verdwijnt, de 2CV4 en 2CV6 komen

In april 1970 is het AZ tijdperk wél voorbij. De 2CV4 en de 2CV6 nemen het stokje vanaf februari 1970 over. De 2CV4 krijgt een vergrote motor: de cilinderinhoud is nu 435 cc, het amechtige motortje genereert 21 PK. De 2 CV 6, die niet in ieder land van meet af aan leverbaar is, krijgt de 602 cc motor uit de Dyane 6 en de AK350, die 28,5 PK genereert en aanmerkelijk volwassener presteert dan de kleiner gemotoriseerde 2CV4. De Dyane 6 krijgt op zijn beurt weer een iets vermogender 602 cc motor. De nieuwe 2CV berline modellen worden uitgerust met een elektrisch systeem van 12 Volt. Verder keren onder meer de homokinetische koppelingen terug, worden hangende pedalen geplaatst en nemen de nieuwelingen de klokkenwinkel én de achterlichtunits van de reeds uit productie genomen Ami 6 over. De ronde richtingaanwijzers aan de voorzijde vervangen de sinds het begin van de jaren zestig gemonteerde rechthoekige units. Tweepuntsgordels worden standaard. Ook krijgen beide nieuwe 2CV modellen de versnellingsbak met gewijzigde overbrengingsverhoudingen, die inmiddels bekend is uit de AK én de Dyane 4 en 6.

Gewijzigde bestelvarianten

Ook op bestelvlak komt een nieuwe variant de gelederen versterken: de AK400 (AKS), die de AK vervangt, en zijn tot 400 kilo gestegen laadvermogen kwijt kan onder een verhoogd dak. Tevens krijgt hij een aantal zaken uit de Berline, en wordt hij voortbewogen door de 602 cc motor. De kleinere AZU wordt per februari 1970 voortbewogen door de 435cc motor van de 2CV4, maar raakt vanaf 1972 wél de ribbels aan de zijkant en zijn naam kwijt. Vanaf dat moment heet de kleinste besteller AZU 250, en ook dat is een directe verwijzing naar het laadvermogen. Tevens is de kleinste besteller leverbaar met een 6V en een 12V elektrisch systeem.

Richting het midden van de jaren zeventig

In de eerste jaren van het nieuwe decennium worden bij de Berlines de frotteurs aan de achterzijde en de batteurs door schokbrekers vervangen. Ook mogen beide 2 CV modellen externe oliefilters begroeten. Ook wordt het interieur in de loop van de eerste helft van de jaren zeventig aangepakt. De kleurstelling van het plastic wijzigt en de scharnieren worden verzwaard. De 2 CV 6 krijgt een kunststof stuurwiel met één spaak. Intussen vervalt de drietraps hoogteregeling van de koplampen, en worden de sierlijke letters van de typeaanduiding vervangen door een typeplaatje. Zo rijdt de 2 CV richting het midden van het decennium, waarin de Citroën een aantal opmerkelijke veranderingen mag begroeten. En wat dán nog niet bekend is: de 2 CV zal nog een lang leven beschoren blijven. Hoe Citroën dat deed leest u binnenkort in de slotetappe van het drieluik.

Alle afbeeldingen zijn afkomstig van Citroën, het copyright berust aldaar.

2 Comments

  1. Ruud Oord

    27 december, 2018 at 11:19

    Rjab, ga eens langs bij Burton car company in Zutphen. Daar kan je wellicht je droom verwezenlijken!
    Succes,
    Ruud Oord
    Den Helder

  2. Rjab

    26 december, 2018 at 11:46

    Wat mij betreft idd een ultieme praktische auto. Voor mij jaren geleden rood met ronde koplampen met gele lampen. Zou eigenlijk weer gewoon in productie moeten komen. Liefst met roestvrije bodem/chassis. vanwege roest moest die van mij richting sloop. Was ook met een “gordijnroede en een hamer” te repareren.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *