Historie

Geschiedenis van de 2CV. Deel 3. 1974-1990 (slot)

By  | 

Het was in 2018 zeventig jaar geleden dat Citroën tijdens de Salon van Parijs een bijzondere auto introduceerde: de 2CV. De Franse jubilaris werd door de internationale pers sceptisch ontvangen, en bij het grote publiek sloeg hij aan. In de eerste twee delen beschreven wij de carrière van de 2CV tot 1974. In het slotstuk beschrijven wij de periode van 1974 tot 1990, het jaar dat in het Portugese Mangualde de productie van de 2CV ten einde kwam.

In 1974 is duidelijk dat de 2CV nog een lang leven beschoren zal blijven. De beoogde opvolger- de Dyane- is vooral een volwaardige aanvulling geworden in het gamma van de 2 cilinder Citroëns, waarin de 2CV het eigen lied blijft zingen. Toch punt Citroën voor modeljaar 1975 haar sterkhouder in de kleine klasse weer bij, en niet altijd tot genoegen van de purist, die feitelijk al moeite had met het eerdere afscheid van de AZ modellen.

Gewijzigd aangezicht

Richting het midden van de jaren zeventig krijgt de 2CV namelijk een gewijzigd aangezicht. De belangrijkste modificatie: de ronde koplampen verdwenen, en rechthoekige units kwamen ervoor in de plaats. Motorisch is er niets nieuws onder de zon. De 435 cc en de 602cc motoren blijven dienst doen in de 2CV4 en de 2CV6. De motoren worden nu- in plaats van met de aloude startknop- ingeschakeld met een sleutel, de starterkrans was intussen verbeterd, de chokehendel is verplaatst en de gebruikte interieurkunststoffen worden bruin van kleur.

Terug in de tijd: de 2 CV Special

In 1975 besluit Citroën echter ook om terug te gaan in de tijd: de 2 CV Special komt op de markt. Dit is een versoberde 2cv4 met ronde koplampen, smalle achterbumper, het oude type snelheidsmeter, en versimpeld meubilair.  De exclusief in Jaune Cedrat leverbare 2 CV Special mist ook het 3e achterruitje, aluminium strips op de deur en is uitgerust met plastic deurhoezen. Inmiddels zijn bij alle 2CV modellen de frotteurs en de batteurs vervangen door telescopische schokbrekers, en krijgen de 2CV6 en later ook de 2CV4 een veranderde stuurinrichting, die later ook op de 2CV Special leverbaar is.

Actiemodellen

In de tweede helft van de jaren zeventig breekt de tijd van actiemodellen aan. De wit-oranje Spot is een heel bekende poging om de 2CV4 populair te houden en wordt in een oplage van 1800 stuks geproduceerd. Uiteindelijk besluit Citroën in 1978 om de op dat moment kleinst gemotoriseerde 2CV uit productie te nemen, de afzet is gekelderd in een periode dat de 2CV4 het verkeer steeds minder kan bijbenen. Die 435 cc motor is nog wel even leverbaar in de 2CV Special, maar ook die krijgt een upgrade. Niet alleen de 2CV4 verdwijnt, ook de bestelvariant van de 2CV wordt met pensioen gestuurd en vervangen door de eveneens sympathieke Acadiane. In 1979 wordt het derde zijruitje ook in de Special gemonteerd én krijgt de instapper de 602cc motor. Vanaf dat moment heet hij 2CV6 Special, terwijl de reguliere 602cc variant in 2CV6 Club wordt gedoopt. Uiterlijk verschil: de Special houdt de ronde koplampen, de Club houdt de vierkante exemplaren.

De jaren tachtig, Charleston en schijfremmen

Zo gaat de 2CV6 de jaren tachtig in. Het wordt vooral het tijdperk van de Charleston, een in twee kleuren gespoten Eend met de nodige klassieke chromen elementen en een luxe bekleding. De Charleston debuteert aanvankelijk als actiemodel met rode ronde koplampen, een zwart rode kleurstelling en zwart witte bekleding. In deze trim slaat de 2CV aan, en vanaf modeljaar 1982 wordt de Charleston vaste gast in het 2CV gamma, met chromen koplampen en grijze bekleding met een stiksel patroon in ruitvorm. De Charleston profiteert van een belangrijke modificatie in het 2CV programma, want het najaar van 1981 brengt schijfremmen op de voorwielen.

Vaste gast en nieuwe actiemodellen

De Charleston wordt dus een vaste gast in het gamma, maar het neemt niet weg dat Citroën met diverse actiemodellen blijft komen. De 007 editie (geïnspireerd op de 2CV’s uit de James Bond film For Your Eyes Only, overigens niet met de 1015cc motor uit de GS) is populair, en in 1983 keert de MIXTE (met vijfde deur) tijdelijk terug, de Transat en de Cocorico zijn andere bekenden. De Dolly uit 1985 is een geliefd actiemodel op basis van de 2CV6 Special, dat een kleurstelling combinatie kent van twee frisse tinten. Daarnaast is het mogelijk om de 2CV om te bouwen naar een 4 x 4 voertuig, doordat Barbour zich toelegt op de vervaardiging en levering van deze configuratie sets. Vandaag de dag is deze toepassing van vierwielaandrijving in specifieke kring nog steeds geliefd. De Nederlander Frank Hensen beschreef bijvoorbeeld in een mooi boek, hoe hij zijn 2CV 4 x 4 droom verwezenlijkte.

2CV overleeft opvolger

De 2CV opvolger, de Citroën Dyane, verdwijnt in 1984. De 2CV overleeft het model uit 1967 dus, maar in de tweede helft van de jaren tachtig dient het afscheid zich wel voorzichtig aan. De Club verdwijnt in 1987 van het programma, de 2CV6 Special neemt enkele eigenschappen van het luxere broertje over, zoals de grotere achterbumper. De Charleston vergezelt de 2CV6 Special tot de zomer van 1990.

Geliefde minimalist voor iedereen

De 2CV wordt dan al een paar jaar, sinds 1988, niet meer in Frankrijk geproduceerd. De allerlaatste 2CV (een in twee tinten grijs gespoten Charleston) rolt op 27 juli 1990 van de band in het Portugese Mangualde. Zo komt na een productie van in totaal 5.1 miljoen 2CV exemplaren (inclusief bestelversies) een einde aan een episode, waarin de wereld lang kennis kon nemen van een auto, die functionaliteit, rijcomfort en minimalisme op Frans eigenzinnige wijze paarde aan een prettig basale vorm van automobiele vrijheid. En door de jaren heen altijd goed was voor een maatschappelijk en tijdgebonden statement. Vandaag de dag doet deze Citroën dat opnieuw, want tegenwoordig is een 2CV een uiterst geliefde en prijzige klassieker die talloze liefhebbers en constructeurs uit alle rangen en standen aanspreekt. Als originele auto, of als donateur van de techniek.

2 Comments

  1. Frank

    19 februari, 2019 at 20:50

    Zeer knap om zoveel geschiedenis, met zoveel modellen en wijzigingen kort en bondig samen te vatten. Dat verdient alleen al een compliment. Zeer leuk om te lezen dat de Barbour 4×4 genoemd wordt. Dat had ik niet verwacht. Dank.

  2. Rjab

    19 februari, 2019 at 20:46

    Is en blijft idd de enige auto waarvoor ik de leaseauto vd baas liet staan als ik thuiskwam en daarmee verderging. Zijn ondertussen ook idd voor mij te duur geworden. Heb ook geen garage tot mijn beschikking. Les van de eend die we hadden was dat ze echt kunnen roesten. En omdat we geen geld voor een rollend nieuw chassis hadden ging hij naar de sloop. Hfl 2000 was toen teveel geld.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X