Artikelen

Ford Cortina Mk1. Anders dan gedacht

By  | 

In september 1962 lanceerde Ford of Britain de gloednieuwe Ford Cortina. Het gebeurde in de aanloop naar de London Motor Show van oktober 1962, en dat moment was handig gekozen. De nieuwsgierigheid was gewekt, en de in die tijd groeiende klasse van kleinere middenklassers had er direct een geduchte concurrent bij.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

De klasse van kleinere middenklassers begroette ook een andere nieuwe Ford, en die kwam uit Duitsland. Dat was de Taunus 12M P4, die oorspronkelijk als Cardinal project bestemd was om de nieuwe wereldauto van het Amerikaanse concern te worden. Lee Iacocca zag niets in de (Amerikaanse) marktkansen, maar zag wel mogelijkheden om van de P4 een succes in Europa te maken. Ford Duitsland mocht daarom in 1962 de 12M P4 definitief marktrijp maken, en dat moest in ijltempo gebeuren. Ook de 12M P4 werd in september 1962 gepresenteerd. Vrijwel tegelijkertijd met de Ford Cortina, of liever gezegd: de Consul Cortina. Opmerkelijk: Ford bood- ondanks dat de markt voor kleinere auto’s er inzakte- de Cortina wél in Amerika aan, in tegenstelling tot de oorspronkelijk Amerikaans ontworpen Cardinal/Taunus P4.

Verschillen

De veronderstelling dat de 12M P4 en de als Consul Cortina 225 debuterende Ford Cortina uit hetzelfde hout waren gesneden is een misvatting. De koetsen van beide auto’s leken op elkaar, maar onderhuids waren de Ford Cortina en de Taunus P4 van een volstrekt andere orde. Bovendien was de Ford Cortina noch Amerikaans, noch Duits. Het nieuwe model was een Brits ontwerp, dat onder meer Kentmotoren (vier in lijn) en achterwielaandrijving kreeg. De Taunus P4 had voorwielaandrijving en een V4 motor. En uiterlijk waren er ook verschillen.

Aartsbisschop

De Cortina- geboren onder de projectnaam Archbishop, was een ontwerp van Roy Brown. Dat was de man die verantwoordelijk werd gehouden voor het Edsel debacle. Volgens de overlevering mocht Brown van de Ford directie in Dearborn buiten spelen, en in zijn geval betekende dat een gedwongen verhuizing naar het Britse Dagenham. Uiteraard zal Brown op de hoogte zijn geweest van wereldauto Cardinal, en daar enige inspiratie voor hebben opgedaan. Maar in Groot-Brittannië werd de P4 configuratie (Cardinal uitgangspunten) niet goedgekeurd. En dus kreeg de Ford Cortina alsnog de eigen specificaties.

Motorische parallellen

Aanvankelijk was de Ford Cortina verkrijgbaar met een 1.2 liter 113E motor. Dat was een vergrote versie van de 998 cc 105E motor uit de Ford Anglia. Vanaf januari 1963 kwam daar een 1.5 liter motor bij. Opmerkelijk: ook hier zijn weer parallellen met de Taunus P4 geschiedenis zichtbaar. De carrosserievarianten waren de tweedeurs coach en vierdeurs sedan. Ook presenteerde Ford een vijfdeurs stationwagen. Met name de Super Estate was een verhaal apart en vooral: met een Woodylook was deze heel herkenbaar.

Meerdere uitrustingsniveaus

De koper kon sowieso al snel kiezen uit meerdere uitrustingsniveaus. Dat waren aanvankelijk de Standaard (1200) en de Deluxe. De Super en de GT kwamen in januari 1963 op de markt. De GT was met een snelle 1.500 cc motor leverbaar. De krachtbron werd uitgerust met een aangepaste (lees: scherpere) nokkenas en had onder meer een dubbele Weber 28/36 DCD22 registercarburateur. Bovendien monteerde Dagenham schijfremmen aan de voorzijde. De Standaard kreeg de 1.200 cc, evenals de De Luxe. Vanaf januari 1963 waren zowel de De Luxe als de basisversie ook leverbaar met de 1.500 cc 116E motor (61 DIN-PK), evenals de toen nieuwe Super. De uitrustingsniveaus waren overigens carrosserieafhankelijk.

De klapper, Lotus Cortina

De klapper moest toen nog komen, en dat was de Lotus Cortina. Die kreeg een aangepaste Kent motor met twee bovenliggende nokkenassen, een aluminium cilinderkop, twee dubbele Webercarburateurs en een cilinderinhoud van 1.558 cc. De krachtbron genereerde 105 DIN PK en stelde de Lotusversie in staat om naar een top van 175 kilometer per uur te snellen. Hij kreeg een dashboard met een aantal meters en klokken, en een sportstuur. Ook kreeg de Lotus een aangepaste versnellingsbak

Aangepaste ophanging, en aluminium plaatdelen

De Lotus Cortina was herkenbaar aan de gespoten profilering op de flanken en de grotere wielen. Verder kreeg hij een aangepaste achterwielophanging met langsarmen, triangels en een starre achteras. De voorzijde van het onderstel was- net als bij de reguliere Cortina’s- onder meer uitgerust met de Mac Pherson vering, dwars geplaatste draagarmen en een stabilisator. Bovendien was er goed op het gewicht gepast. Door de toepassing van een aantal aluminium plaatdelen (deuren, motorkap, kofferklep) en een uit dito materiaal opgetrokken differentieel behuizing bleef het gewicht laag.

De laatste jaren

De Ford Cortina van de eerste generatie werd de laatste jaren bijgepunt. Zo kreeg hij een facelift met een gewijzigde grille. En het ornament op de motorkap droeg nu niet meer de naam Consul, maar Cortina. Ook veranderde het dashboard (ronde klokken in plaats van lintmeter), en werd het ventilatiesysteem verbeterd. Vanaf oktober 1964 kregen nu alle versies van de Ford Cortina schijfremmen aan de voorzijde. Uiteindelijk werd de Cortina Mk1 in oktober 1966- na de productie van iets meer dan een miljoen exemplaren- vervangen door de Mk 2. Dat zou een interne concurrent worden voor de P6, die in juli 1966 de P4 opvolgde. Opmerkelijk is dat de ontwikkelingen tussen de P4 en de Cortina parallel liepen. Maar ook bij de opvolgers gold dat de Engelse Ford Cortina en de Duitse “M” wezenlijke verschillen met zich meebrachten. En beiden andermaal sterk zaten in de druk bezette Europese kleinere middenklasse.

 

 

 

Nu in de winkel, het augustusnummer

Auto Motor Klassiek van augustus ligt nu in de winkel. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Deze maand een mooie opvallende omslag. De Opel Rekord die Erwin Roosink een paar jaar geleden kocht in slechte staat en volledig restaureerde. Waarna hij als fan van de Dukes of Hazzard aan het uiterlijk van zijn Rekord een eigen draai gaf.

Verder in dit nummer:

  • Fiat 850 Familiare die na een halve eeuw overging naar de tweede eigenaar, die vervolgens beloofde de volgende halve eeuw er goed voor te zorgen.
  • Suzuki GS1000 die in de eind jaren zeventig een nieuw hoofdstuk vormde in de betrouwbaarheid en rij-eigenschappen van de Japanse supersports.
  • De Volvo 340 GL is dan misschien wel geen uniek type auto, maar met zijn 58.000 kilometer op de teller, is de inmiddels 33 jarige klassieker wel in unieke staat.
  • In het praktjkartikel leren interieur opknappen wordt een uitgedroogd leren interieur weer mooi gemaakt.
  • De Toyota Corolla Coupé GT Twin Cam 16 is de laatste tien jaar behoorlijk in populariteit gestegen. Reden voor ons er eens een reportage aan te wagen. We vonden een mooi exemplaar.
  • BMW R100 Mono. In vergelijking met een R69S of een R90S heb je zo’n ‘nieuwe’ R100RT voor wisselgeld. En je rijdt er een mooie motor mee. Een signalement.
  • De Saab 96V4 van Ad van Beurden had al wat rally's gereden, maar om hem echt optimaal te laten presteren, moest er nog het een en ander aan gebeuren. In dit nummer een verslag van de werkzaamheden.
  • In 75 jaar later opnieuw een serie foto's uit de oude doos, waarmee we even terugschakelen naar de jaren van de Tweede Wereldoorlog.

Alle auto- en motorverhalen worden voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer, ook voor de komende vakantie. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

3 Comments

  1. Jan

    9 maart, 2020 at 07:35

    Ook als de Modellen wel identiek leken was dat niet zo . Toen bij een Escort MK1 een portier doorgeroest was van de Duitse versie werd er een portier van een Engelse uitvoering geleverd vanaf een slopereij , mooi dat de scharnieren niet uitkwamen , was bij de Engelse uitvoering nog in inches uitgemeten .

  2. Olav ten Broek

    12 januari, 2020 at 14:58

    Mooi zoals Ford en General Motors hun Europese fabrieken met elkaar lieten concurreren, tegenovr elke Ford uit Dagenham stond er een uit Keulen en tegenover elke Opel stond een Vauxhall met min of meer dezelfde potentiële klanten. Toch was het destijds zo dat je, eenmaal in een specifieke richting, niet gauw voor de andere koos, d.w.z. een echte Opelklant stapte niet snel over naar Vauxhall en al helemáál niet naar een Ford, of andersom.

  3. arjoan

    11 januari, 2020 at 11:50

    Ha mooi artikel over de Cortina MK1

    hadden we nieuw gekocht, prijs 5995.—in guldens
    betrouwbare auto met zijn 1200 cc
    op een keer brand onder het dashboard , mijn zus reed en zette hem in de berm aan de kant op een provinciale weg, Polietie agent woedend want daar mocht de auto niet staan….of het tot een p v kwam weet ik niet meer
    Bedrading stond in brand, de Cortina had in totaal slechts 1 zekering
    nieuwe bedrading gemaakt met meer zekeringen daarop,

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *